Rozalie Hirs

Essays, recensies

2018-06-19

Wiek Hijmans’ Electric Language [recensie door Thea Derks]

Vandaag, 19 juni 2018, publiceert Thea Derks een fijne recensie over Wiek Hijmans’ CD Electric Language op Cultuurpers: “Hoe Wiek Hijmans de elektrische gitaar solofähig maakt”. Zij schrijft, onder meer:

Wiek Hijmans (1967) zet zich onvermoeibaar in voor het gebruik van de elektrische gitaar in hedendaags gecomponeerde muziek. Hij laat zich in zijn eigen stukken bovendien graag beïnvloeden door jazz en rock. Op Electric Language, zijn nieuwste cd presenteert hij naast zijn eigen Victus muziek van acht componisten. Zes stukken werden speciaal voor hem gecomponeerd. Het schijfje verscheen op het label Attacca, als nummer 16 in de onvolprezen serie Ladder of Escape.

(..)

De meest coherente stukken zijn van Rozalie Hirs en Alison Cameron. In article 6 [waves] plaatst Hirs lichtvoetige melodieën tegen een zacht joelende sinustoon. De vele flageoletten, de warme toon en de stijgende en dalende drone creëren een mysterieuze, bovenwereldse sfeer.

Lees de volledige tekst op Cultuurpers.


2018-06-08

Zingen in tongen [recensie door Alain Demotte]

Op De schaal van Digther is net een nieuwe recensie door Alain Delmotte verschenen: ‘Zingen in tongen – over de poëzie van Rozalie Hirs’. Dit fijnzinnige stuk met de lengte van een doorwrocht essay behoort tot de mooiste recensies die er over mijn poëzie zijn geschreven. Delmotte begint als volgt:

Wat mij telkens weer, bundel na bundel, verrast is haar argeloosheid, die de vorm aanneemt van een aanstekelijk enthousiasme en welmenende nieuwsgierigheid. Wat als gevolg heeft dat ze zich in haar werk, zonder pathetische kwellingen en in alle frisheid, voortdurend vragen stelt over het hoe, het wat en het waarom van, in dit geval, de poëzie.

In elk van haar bundels doet ze iets dat je niet had verwacht. Iets wat uit de ‘toon’ valt. In haar recentste bundel verdere bijzonderheden (wel degelijk zonder hoofdletter – heel de bundel door blijven hoofdletters afwezig) lezen we een gedicht dat ‘polysynthetisch sneeuwalfabet (sneeuwdroom anno 2071)’ heet. Een tekst (die qua vormgeving (niet stilistisch) een beetje uit het geheel van de bundel valt) die getuigt van wat ik daarnet als ‘nieuwsgierigheid’ aanduidde en die hier vertaald wordt in lichte, bijna naïef aanvoelende experimenteerzucht en inventiviteit.

Verderop zegt hij:

Hirs brengt taal in beweging, duwt haar zo veel mogelijke alle richtingen uit, voorziet haar van bestemmingen. De gedichten uit de openingscyclus ‘bewegingslijnen’ brengen het bewegingsproces in beeld, in taal, in kaart. Het allegorisch karakter laat zich merken in het beeld van ‘de pelgrimage’. Van die pelgrimstocht is de openingscyclus het verslag. Het is een verkenningstocht, een afdaling, een beklimming. En een inwijding waarbij de dichter wellicht uit ‘de walnoot’ van concepten probeert te breken. (‘Walnoot’ is een woord dat in deze cyclus een paar keer opduikt.) Fysieke gewaarwordingen, herinneringen, zinsbegoochelingen, opwellingen, dromen en nachtmerries trekken hun sporen in deze teksten (die zich afspelen in onder meer de hedendaagse grootsteedse wereld en de daarbij horende (sub)culturen). We vinden er ook het voor Hirs typerende spanningsveld ‘voelen en denken’ (die een onverbrekelijke twee-eenheid vormt) in terug. Een thematiek die zich overigens over de hele bundel uitstrekt.

De volledige tekst is ook hier te lezen.


2018-05-31

Lof voor Wiek Hijmans [recensie Frits van de Waa, Volkskrant]

Vandaag, op 31 mei 2018, staat er nog een lovende recensie over Wiek Hijmans’ nieuwe CD Electric Language, dit maal in de Volkskrant. Frits van der Waa schrijft: “Uit iedere noot van gitarist Wiek Hijman spreekt een feilloze beheersing van toon en timbre”. En noemt in het bijzonder ook de “intrigerende microtonale melodieën” in article 6 [waves] van Rozalie Hirs. Lees het artikel op de Volkskrant online.


2018-05-12

Picknick met de krant

Net kreeg ik deze foto van een vriend die met de krant in het gras aan het picknicken was. En die deze voorbeschouwing annex interview tegenkwam daar in dat gras: ‘Mijn muziek stroomt, intuïtief, zacht’ door Joep Stapel verscheen eerder deze week op NRC online onder de titel ‘Inspiratie is de ruimte waarin nieuwe dingen ontstaan’. Het gaat om dezelfde tekst. Lees hem hier. Of download de [PDF].


2018-05-09

Voorbeschouwing Joep Stapel, NRC

Vandaag staat een mooie, uitgebreide voorbeschouwing annex interview ‘Inspiratie is de ruimte waarin nieuwe dingen ontstaan’ door Joep Stapel op NRC online, aanstaande vrijdag ook in de Cultuurbijlage van NRC/NRC Next. Foto: Marco Borggreve.

We spreken over de op handen zijnde première van parallel world and sea (2017-18), te spelen door ASKO|Schönberg en Etienne Siebens (dirigent) tijdens twee concerten in TivoliVredenburg, Utrecht, aanstaande zondag. De concerten vinden plaats om 15:30 uur in het kader van het Harpfestival en om 20:30 uur ter ere van de eerste aflevering van Obsession. De volledige tekst staat ook hier.

Download [PDF]


2018-05-01

Platonic ID (2007) [nog een recensie door Siebe Riedstra]

Juist stuurde Siebe Riedstra me ook een link naar een recensie over mijn eerste CD Platonic ID (2007), uitgevoerd door ASKO|Schönberg. Deze recensie, oorspronkelijk voor het Tijdschrift Luister, is nu dus in een nieuw jasje te lezen op Opus Klassiek – erg blij mee. Riedstra:

Bij mijn bespreking van Ladder of Escape 16 (de elektrische gitaar van Wiek Hijmans) stuitte ik op een werk van Rozalie Hirs: article 6 [waves]. Ik herinnerde me een eerdere cd, met een aantal werken die eveneens de titel article dragen, en vond een bespreking van meer dan tien jaar geleden. De cd is nog steeds verkrijgbaar, dus mag dat ook voor de bespreking gelden. Article is bij Hirs uiteraard geen koopwaar, maar lidwoord. Waaraan Hirs de geruststellende mededeling toevoegt dat het ook een artikel kan zijn in de betekenis van een essay. Dat brengt ons dichter bij de essentie van deze filosofisch ingestelde klankzoeker. Haar ideaal heeft ze als volgt verwoord: “Zal ik je vertellen wat mijn ideaal is? Dat ik een soort muziek leer te schrijven die een dialoog aangaat met de fysieke en psychologische processen in de hersenen. Een muziek van de zintuigen, die communiceert met de luisteraar. In het ideale geval probeer ik met mijn muziek de luisteraar een ervaring te geven die hij nog niet had.”
(meer…)


2018-04-01

Lof van Ton Naaijkens voor gestammelte werke (2017)

Ton Naaijkens, hoogleraar Duitse letterkunde en Vertaalwetenschap, opent het recente jubileumnummer van Tijdschrift Filter met het artikel “Het vertaaljaar 2017 – De betrokken vertaalhemel”, waarin hij de vertaaloogst van 2017 bespreekt. Over gestammelte werke (Berlin: kookbooks, 2017) zegt hij:

Ik zit overduidelijk in de streng van de zonneschijn en wijs enthousiast op een publicatie van Rozalie Hirs. Bij de Duitse uitgeverij kookbooks verschenen haar Gestammelte Werke. Het gaat om een oorspronkelijke bundel van de dichteres in het Nederlands en elf andere talen, allemaal in één bundel tegelijk: “We zijn taalwezens, doen taal na, altijd in wording,” vertaal ik haar Duitse toelichting en citeer dus in één moeite door mezelf en Rozalie Hirs. “We veranderen haar, de taal, en onszelf door te spreken (en te schrijven), in het voelen-denken, in het waarnemen, in de uitwisseling. We ervaren onszelf in de wereld, in het spreken, in het woordtasten, en -proberen.” Meer dan elf vertalers wagen zich aan de teksten, onder hen Rozalie Hirs, die samen met kookbookskoningin Daniela Seel zichzelf vertaalt. Over feest gesproken, weg met alle donderwolken […] (Ton Naaijkens, Filter, Vantilt, 2018)

(meer…)


2018-02-06

Vrijheid van inkt [essay over Logos (2002) door Jeroen Dera]

Logos (2002) is als één van de Bundels van het nieuwe millenium (Nijmegen|Gent: Vantilt|Poëziecentrum, 2018) besproken door Jeroen Dera (1986) in zijn essay ‘Vrijheid van inkt’. De zeer interessante keuze van juist deze vroege bundel verklaart Dera als volgt:

Dilemma: welk werk van Rozalie Hirs (Gouda, 1965) kies je als je de bijzonderheid van haar 21e-eeuwse dichterschap in de verf wilt zetten? Haar meest enthousiast ontvangen bundel gestamelde werken (2012)? Of haar derde bundel [Speling] (2005), omdat de dichter daarin voor het eerst de poëtische vorm op scherp stelt? Of toch de opvolger Geluksbrenger (2008), omdat deze van de zes bundels het sterkst Hirs’ achtergrond als musicus en componist laat zien?

Nee: als uitgangspunt voor een bespiegeling over de poëzie van Rozalie Hirs kan het best haar tweede bundel dienen, Logos (2002). Het is het eerste werk dat de dichter publiceerde na de millenniumwende, als opvolger van haar debuut Locus (1998). […] Logos is vooral zo’n belangerijke schakel in het oeuvre van deze dichter, omdat Hirs hier de stap zet naar de meer conceptuele en multimediale benadering van poëzie die ook zo kenmerkend is voor haar latere werk.

Een nieuwe generatie neerlandici, literatuurwetenschappers, critici bespreekt verder bundels van onder meer Paul Bogaert, Anneke Brassinga, Arjen Duinker, Astrid Lampe, Leonard Nolens, Nachoem Wijnberg, Anne Vegter, Menno Wigman, Alfred Schaffer, Maud Vanhauwaert, Peter Verhelst. Bestel het boek hier.


2018-02-02

In Sprachen denken [recensie door Bernd Leukert, Faust Kultur, Duitsland]

Juist attendeerde Daniela Seel me op deze prachtig doorwrochte recensie van gestammelte werke (Berlin: kookbooks, 2017) en ein tag (Berlin: hochroth verlag, 2014) door Bernd Leukert op Faust Kultur in de serie Europa. Ja, wat ben ik hier blij mee.

Europa ist ein Ensemble der kulturellen Besonderheiten. Sie treten im Sprechen und Denken hervor und lassen sich in zweisprachigen Gedichtbänden nachlesen. In der Lyrik aber geht es darüber hinaus noch um Unübersetzbares, das unverzichtbar, aber wohl unerreichbar ist. Um diese Differenzen geht es bei der Übersetzung, und um solche Differenzen geht es in Europa. Um sie bewusst zu machen, veröffentlicht Faust-Kultur in loser Folge Besprechungen zwei- oder mehrsprachiger Gedichtbände. Die Lyrikerin Rozalie Hirs ist in ihrer niederländischen Heimat mit fünf Gedichtbänden bekannt. Zwei Verlage in Deutschland haben ihre anspruchsvollen Gedichte in zwei und mehrsprachigen Ausgaben veröffentlicht. Bernd Leukert hat diese polyglotte Bibliothek staunend durchlesen.

In Sprachen denken
Europoesie: Zwei Gedichtbände von Rozalie Hirs

Die fünfzehn Gedichte von Rozalie Hirs, die unter dem Titel Ein Tag / Een Dag 2014 im hochroth Verlag erschienen sind, breiten schon die vielfältigen Möglichkeiten aus, aus denen die Autorin poetische Texte sich entwickeln lässt. Da wird keiner über einen Leisten geschlagen, sondern Form und Struktur, korrespondierend zum Inhalt, immer neu gedacht. Darüberhinaus zeigt sich Hirs, die 1965 in Gouda geboren wurde und auch Komponistin zeitgenössischer ernster Musik ist, erfahren in der Umsetzung komplexer Entwürfe. Permutationen inhaltlicher Bezüge gehören dazu,

wie bei wiederholtem lesen
des bekannten in dem
unbekannten zimmer
wo das bett entschläft
und der boden sich fegt
läuft der platz über in

die bestimmung.

oder solche, in denen Gegenstände an ihren Ursprung oder an ihr Ende verrückt erscheinen,

wie ein bild sich in sprache haut, deine
stimme aufspringt, dein herz verschießt,

deine rose überläuft – der wein
in eichen ist, kelch in steinen,

der tisch honig summt und
die eule mit wald deinen mund entläßt –

gehört wald seinen knochen, feuer
seiner vollendung, was asche – was du?

Ihre Gedichte treten einem als Sprachkunstwerke vor Augen. Was sie mitteilen, erschließt sich zunehmend, und manchmal auch nicht gänzlich, beim wiederholten Lesen.

Drei der Gedichte finden sich auch im Band gestammelte Werke in von der hochroth-Fassung leicht abweichenden Übersetzungsversionen. Selbst mit dem „Tümmler“, den er schon für hochroth ins Deutsche gebracht hatte, bietet Ard Posthuma eine (elegantere) Variante an. Aber der kookbooks-Band umfasst ganz andere Dimensionen.

Zunächst die kosmopolitische Bestrebung im Kielwasser der Aufklärung: der Traum, die totale Bibliothek zu erstellen, die durch Kumulierung das Buch wäre, das unendlich verzweigte Netzwerk der Übersetzungen aller Werke in alle Sprachen, das sich zu einer Art Universalbibliothek kristallisieren würde, in der alle Unübersetzbarkeiten getilgt wären.

Was der Philosoph Paul Ricœur hier ins Reich der Träume verweist, hat kookbooks wagemutig auf den Weg gebracht, allerdings ohne etwas tilgen zu wollen, sondern, um die untilgbaren Differenzen wie Perlen auf Ketten zu reihen. Fast 50 Gedichte von Rozalie Hirs sind – oft unter Mitwirkung der Autorin – in mindestens zwei andere Sprachen übersetzt (neben dem niederländischen Original ist Deutsch obligatorisch), der in Langzeilen atemlos dahinströmende „lebenslauf“ findet in 13 Sprachen Aufnahme. 19 Übersetzerinnen und Übersetzer ermöglichten es, Hirs’ Verse auf Albanisch, Chinesisch, Deutsch, Englisch, Französisch, Kroatisch, Litauisch, Russisch, Schwedisch, Serbisch und Spanisch zu lesen (wobei einige Übersetzungen, wie im Buch erwähnt wird, schon in Zeitschriften veröffentlicht wurden). Rozalie Hirs hat damit viele der auf Poesiefestivals und -lesungen benötigten fremdsprachigen Versionen ihrer Gedichte in diesem Band versammelt.

Wer also schon Schwierigkeiten mit dem Deutschen hat, weil er vertraut damit ist, wird einige dieser poetischen Schriften, wie das Albanische oder das nichteuropäische Chinesisch, höflich zur Kenntnis nehmen und das Schriftbild mit interesselosem Wohlgefallen betrachten können. Die übersetzerische Leistung kann ihm nur ein Muttersprachler vermitteln. Dennoch: Dieses Sprachenparlament, das da um die Reden und Gesänge der Rozalie Hirs versammelt ist und sie mit allen unumgänglichen Differenzen reproduziert, ist schon ein grandioses Unterfangen und eine beeindruckende verlegerische Leistung. Dazu muss man sich vor Augen führen, dass Hirs nicht einen homogenen Textkorpus anbietet, sondern eben Heterogenes: leichtfüßig Aphoristisches, poetische Protokolle in langzeiligen, freien Rhythmen, obsessive Naturlyrik, Reflexion des eigenen Schreibens beim Schreiben und formal experimentelle Gedichte, bei denen bis hin zur Verwendung von Markow-Ketten Texte abstrakten Superstrukturen unterworfen werden, was erstaunliche Auswirkungen auf die jeweilige Textgestalt der verschiedenen Übersetzungen zeitigt. –

der text nimmt einen kleinen raum für sich ein
sympathisierend eine erscheinung sich
selbst genug … wirft den autor auf nimmt zunächst
die gestalt dessen an was meine mutter findet
oder zu finden meint vom benennen die namen
kommen dann von meinem vater ganz langsam
tritt mein (eigentliches) fühlen-denken ein übernimmt
endlich den raum auch wenn freunde manchmal
hallo bist du da kann ich kurz an deinen arm beißen?
horchen nach jemandem der ich noch nicht bin
das um-mich-her öffnen wo das schauen
in sich gekehrt sich ausschreibt einen weg findet

Das Gedicht heißt „texterscheinung“. Hirs erzählt anschaulich vom unsichtbar-komplizierten Prozess der Entstehung des Gedichts „texterscheinung“. Wie so oft bei dieser Lyrikerin wird die Gedichterzählung von einer ausgefuchsten Konstruktionsidee gesteuert. So auch und doch völlig anders im Gedicht „landschaftlichkeit“. Das vergleichsweise sinnlichere Sujet ist mit grammatikalischen Verkürzungen und Doppelbedeutungen gerafft und durchschossen von heterogenen Gemütsäußerungen:

der himmel an bisschen königsblau allmählich gewöhnt weniger
an azur enttäuschung versunken von heißen tagen erinnert

ein leben sich dünen und sandflut die einfache lösung
antwort auf das wenn nötig gepflügte maisfeld unverschämte

erinnerung an weiden mit kanälen kuhfladen einer mühle
in der ferne mit dreckstiefeln das schon damals war windkraft

ganz normal und torf steckte in gräben voll giersch fürs erste
noch unbenannter blumen eine vom donner geborene nacht

Rozalie Hirs’ Dichtung ist auch dann, wenn sie scheinbar übermütig tänzelnd daherkommt, im besten Sinne des Wortes elaboriert und komponiert. Wer sie mehrmals liest, dem erschließt sich, was ungeschrieben blieb; und wer die Übersetzungen liest, dem wird der Reichtum bewusst, den die sprachlichen Abweichungen freisetzen.

In seinem bedenkenswerten Essayband Die Macht des Denkens bemerkt Giorgio Agamben:

Wenn es zutrifft, dass wir nur in der Sprache denken können, wenn jede philosophische Befragung, wie Wittgenstein sagte, als eine Befragung der Wortbedeutung dargestellt werden kann, dann ist die Übersetzung eine ausgezeichnete Weise, in der der Mensch sein eigenes Wort denkt.

Bernd Leukert, Faust Kultur, 25. Januar 2018

***
Rozalie Hirs
Ein Tag / Een Dag
Übertragung: Ard Posthuma und Rozalie Hirs
40 Seiten
ISBN 978-3-902871-50-3
hochroth Verlag, Berlin 2014

Rozalie Hirs
Gestammelte Werke
Gedichte
Übersetzung: Anton Papleka, Aurea Sison, Ard Posthuma, Daniela Seel, Rozalie Hirs, Ko Kooman, Donald Gardner, Willem Groenewegen, Moze Jacobs, Kim Andringa, Daniel Cunin, Henri Deluy, Radovan Lučić, Aušra Gudavičiūtė, Gytis Norvilas, Nina Tarhan Mouravi, Boerje Bohlin, Jelica Novaković, Diego Puls
238 Seiten, Reihe Lyrik Band 39
ISBN 978-3-937445-67-0
kookbooks, Berlin 2017


2018-01-31

Awater Poëzieprijs 2018 [kanshebbers]

Marije Langelaar wint de Awater Poëzieprijs 2018 voor haar prachtige bundel Vonkt en Joost Baars wint de VSB Poëzieprijs 2018 voor zijn ontroerende Binnenplaats. Wat een poëzieweek!

verdere bijzonderheden bleek, tot mijn stomme verbazing, ook kanshebber voor de Awater poëzieprijs 2018 te zijn geweest. Duizend dank aan Edwin Fagel en Joost Baars voor hun aanbeveling en voor het feit dat zij deze late bundel, verschenen op 23 november 2017, zo razendsnel gespot en gelezen hebben.

“Er zijn maar weinig bundels die ik meteen bij verschijnen verslind. Dit is zo’n bundel. Het lijkt één en al deconstructie, maar Rozalie Hirs is een de dichter van de nataliteit, van het meest radicale ‘ja’ dat ik ken. En verdere bijzonderheden is gewoon wéér beter dan haar vorige. Wat een oeuvre wordt dat.”
(Joost Baars, Awater, Winter 2018)

“Ik hou van de speelse, muzikale en tegelijk betekenisvolle poëzie van Hirs. In deze bundel zijn haar gedichten bij alle vormvastheid bijzonder springerig en spannend.”
(Edwin Fagel, Awater, Winter 2018)

Fijn ook om zo gebroederlijk naast Tonnus Oosterhoff en Joost Baars op de pagina te staan. Zie onder voor de volledige lijst kanshebbers (persbericht 11 januari 2018).


2018-01-23

‘zes bestemmingen’ [recensie door Edwin Fagel, Awater]

In Awater vond ik vandaag de recensie ‘zes bestemmingen’ door Edwin Fagel. Met een aantal wonderlijke, ook voor mij verrassende, inzichten: de opsomming als stijlfiguur, ‘de ruimte’ of ‘het lichaam in de ruimte’ als centrale thematiek, het afwezige in het aanwezige.

Zes bestemmingen

Wanneer je verdere bijzonderheden, de zesde bundel van Rozalie Hirs, openslaat, begint direct een duidelijke stem te klinken. Een bescheiden, maar heldere stem, die de muzikaliteit (en de semantiek) van de taal optimaal uitbuit. Bijvoorbeeld door in de reeks bewegingslijnen de opsomming als een stijlfiguur in te zetten. Het levert een wonderlijk soort precisie op: “neem dan een latte op weg, een sapje, biertje, spa”.

Het openingsgedicht is feitelijk een uitleg van hoe de reeks werkzaam is en laat ook zien waarom dat zo is:

markeer zes bestemmingen naar keuze op de kaart
[…]
voeg één pad toe dat alle plaatsen met elkaar verbindt,
bij voorkeur over de kortst mogelijke afstand.

Wie het consistente oeuvre van Hirs volgt, weet dat ruimte een fascinatie van de dichter is, preciezer: de aanwezigheid van het lichaam in die ruimte. Het eerste dat bij verdere bijzonderheden opvalt, ten opzichte van de eerdere bundels, is de vormvastheid. Het maakt de gedichten op een bepaalde manier concreter, intenser. Lichamelijker. In een gedicht als ‘van roos tot enig glaswerk’ vindt een kenmerkende beweging plaats: de humor van de regels zijn verrassend omdat het gedicht er zo ernstig uitziet, en de toon zo verheven is:

wie drinkt er uit jou, fluitglas, je kleurloze kelk op aquamarijnblauwe vleugelstam
in de vorm van een acht, met aan weerszijden vleugels, als een engel, vogel

De ernst, vervolgens, die achter die humor schuilgaat, verrast evenzeer: de vraag naar het ‘wie’ wordt steeds dringender gesteld, waardoor de nauwgezette beschrijving van het aanwezige een afwezigheid benadrukt.

Maar dit is slechts één van de bewegingen, één van de bestemmingen op de kaart. De bescheidenheid van de titel (die immers suggereert dat het belangrijkste al voorbij is) is bedrieglijk. De gedichten zijn met recht ‘bijzonderheden’.

Edwin Fagel, Awater, 23 januari 2018 (Winter 2018)


2018-01-16

‘Voelen slokt denken’ [recensie door Remco Ekkers, Tzum]

Vandaag vond ik op Tzum deze fijne open lezing door Remco Ekkers van verdere bijzonderheden. Ekkers beschrijft zijn leerervaring, wat maakt hij mee?

Voelen slokt denken

We nemen een kaart van bijvoorbeeld Japan en we kiezen zes bestemmingen, bijvoorbeeld Nagasaki, Hiroshima, Okayama, Osaka, Kyoto, Tokio. Al die plaatsen hebben een eigen geschiedenis, leeftijd, omgeving, inwonertal en verschillende eetgelegenheden. In Hiroshima kun je bijvoorbeeld in Okonomi-Mura een soort pizza eten.
We beginnen bijvoorbeeld in Huis ten Bosch – die plek noemen we en trekken zes paden naar die zes bestemmingen. Dat zijn dus zesendertig wegen. We voegen nog één pad toe dat de zes plaatsen verbindt; de kortste weg, maar die wordt gehinderd door bergen, rivieren, binnenzeeën. Je moet goede wandelschoenen hebben, een rugzak en voor onderweg een tent, een slaapzak, misschien een geweer.

We hebben nu gedaan wat het eerste gedicht van de afdeling bewegingslijnen van de bundel verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs voorstelt. Je kunt ook naar het noorden van Canada of naar China.

Het gedicht bestaat uit drie terzinen met regels van vergelijkbare lengte. Het tweede gedicht bestaat uit twee quintetten. Wat opvalt in de reeks is het aantal punten:

naast een jonge berk. op 1 mei. in een maisveld. wanneer het regent.
in een auto, niet noodzakelijkerwijs zonder dak. door een verrekijker.
gedroomd. zeer langzaam, zonder contactlenzen in. indien gewenst.
alleen. dan.

Het geheel heeft een opgewekt, monter karakter. Zo gaan we op weg. We gaan dat doen. Het pad dat we kiezen is voor ons. Er is stof, er zijn “slangen en glinsterend zand”. Vanwege die slangen besluiten we vannacht niet buiten te kamperen. We hebben enge dromen, maar de volgende morgen eten we pannenkoek met stroop en boter en vertelt de moteleigenaar over een film van lang geleden.

De afdeling telt twintig gedichten, afwisselend terzinen, kwatrijnen en quintetten. Er wordt geen verhaal verteld. De verzwegen ik reist niet door Japan. Er is een je-figuur en een ander. Er wordt gekust, in bad gegaan, een modern museum bezocht, friet gegeten, “zeg maar” gezegd. Taal klinkt als muziek, soms met een dissonant. Woorden verwijzen naar werkelijkheden, dromen, herinneringen. De lezer moet het lezen en herlezen, hardop, misschien proberen te zingen.

In de volgende afdeling je andere onophoudelijk vinden we drie gedichten zonder interpunctie. Je zou de dichteres moeten horen voorlezen, zodat je sommige syntactische pauzes zou kunnen ontdekken:

vult modder een holle weg wanneer een schaduw pasgeboren
lucht het water kust die bloedkring was rond de maan daar een kind
in melksteen zit naast stapels vlekken de droom en ochtend blauw
en breekbaar vinden van dauw krakende botten met glasgordijnen
het dier beademen dat naar verdwenen handen kijkt

In varens krijgen we zeer concreet te lezen hoe en wat varens zijn. We kennen ze uit onze bossen, maar varens en varenachtigen komen over de hele wereld voor. Er zijn duizenden verschillende soorten. In het bijzonder zijn ze overvloedig aanwezig in tropische of gematigde regenwouden, niet verwonderlijk omdat ze van vocht houden. De dichteres zag in Venezuela de meest exotische exemplaren. De vier gedichten zijn opgedragen aan Stefan Hertmans, die wellicht haar fascinatie deelt.

Na oneindig breekbare, gedichten met een titel, komt nog een sneeuwalfabet, wit op zwart, een sneeuwdroom anno 2017 met allerlei sneeuwwoorden van a tot z, waarbij sommige letters ontbreken omdat er geen sneeuwwoorden mee te vinden waren en tenslotte zeg liefde, vier liefdesgedichten, Grieks-mythologisch, dionysisch, dronken van liefde:

het heerlijkst leeft wie zonder besef en zonder verstand bijna
geen verdriet heeft om direct daarna te verwelken of bloeiende
schoonheid te verschrompelen

Rozalie Hirs viert het leven in deze bundel: zintuiglijk, zingend, maar ook schrijft zij:

geluk treedt dan pas volledig in als voelen denken haar oorspronkelijke
lichaam verliest en onsterfelijkheid ontvangt tot zover ben jij liefde

zowel verankerd in het lichamelijke als boven het lichamelijke verheven
het onzichtbare boven het zichtbare wat geen oog heeft gezien

geen oor heeft gehoord wat in geen hart hoofd is opgekomen
al wat het onbekende heeft bereid voor mensen die liefhebben

dat ben jij die door de overgang naar het andere leven
niet wordt weggenomen maar wordt vervolmaakt

Remco Ekkers, Tzum weblog, 16 januari 2018
Recensie: Rozalie Hirs – verdere bijzonderheden

Gerelateerde berichten
VPRO Dichterbij [aankondiging door Rieuwert Krol, Tzum, 11 april 2016]
Uitslaande Vleugels [recensie door Jane Leusink, Tzum, 3 oktober 2012]


2018-01-13

Tip van Joost Baars, Algemeen Dagblad

Tot en met 11 februari 2018 is het de Maand van de Spiritualiteit in de boekhandel. Zeven boekverkopers geven hun tips van recent verschenen boeken met een hoog spiritueel gehalte. In het Algemeen Dagblad noteert Nadine Ancher hun bevindingen. Joost Baars vraagt onder meer aandacht voor de dichtbundel verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs:

Zij bouwt stilletjes aan een bijzonder oeuvre. In haar werk klinkt altijd de hele kosmos door, waarbij het de vraag is of we te maken hebben met maar één kosmos, of meerdere. Toch is verdere bijzonderheden misschien wel haar meest aardse bundel, haar meest lichamelijke ook, waarin opmerkelijk veel gedichten over geboorte gaan. Elke vezel van Hirs’ dichterschap zegt ‘ja’ tegen de wereld waarin we worden geworpen.

(Joost Baars, Algemeen Dagblad, AD/ BN De Stem, Breda, 13 januari 2018. Citaat uit het artikel ‘Nabestaanden en natuurgoden’ door Nadine Ancher) photo ©2016 Tessa Posthuma de Boer


2017-12-30

‘Kies je vrijheid – en wel nu’ [recensie door Dieuwertje Mertens, Parool]

Vandaag, op de één-na-laatste dag van het jaar, verscheen een recensie over verdere bijzonderheden in het Parool: ‘Kies je vrijheid – en wel nu’ door Dieuwertje Mertens. Ben heel blij met haar positieve lezing van het leeuwendeel van de bundel, de serie bewegingslijnen, een roadtrip over een denkbeeldig continent: “Ze geeft de lezer veel autonomie, binnen de kaders die ze zelf heeft geschapen” en “Wat haar poëzie verrassend en goed maakt, zijn de tegenstellingen: op directieve toon benoemt ze de vrijheden, ondanks de haastige toon, en heeft ze oog voor detail. Ze combineert formeel taalgebruik met intieme zaken.”

Kies je vrijheid – en wel nu
Hirs’ poëzie moet je hardop ontdekken: ‘Zing op steeds andere wijze’

Rozalie Hirs (1965) is niet alleen dichter, maar ook componist. Het is dan ook niet verrassend dat op de achterflap van haar zesde bundel verdere bijzonderheden de aanwijzing staat om de gedichten ‘hardop te ontdekken. (…) Zing op steeds andere wijze. Op eigen tempo, adem, voelend denkend door de eigen stem.’

De partituur is niet vastomlijnd. De regelafbreking is willekeurig, soms zijn er strofes, soms niet. Hirs maakt wel gebruik van leestekens, maar omdat punten niet worden gevolgd door hoofdletters, zijn ze niet dwingend. Ze geeft de lezer veel autonomie, binnen de kaders die ze zelf heeft geschapen:

markeer zes bestemmingen naar keuze op de kaart
van je keuze, elk met een heel eigen geschiedenis, leeftijd,

Hoewel de lezer aan de hand van de zes gekozen bestemmingen zijn eigen route mag bedenken, is de toon directief

pak je rugzak.
wat neem je mee – tent, slaapzak, geweer?

Het begint goed. Daar gaan we, op avontuur met Hirs. In de eerste cyclus bewegingslijnen neemt ze de lezer mee naar motelkamers, vluchtroutes, rotsen, een museum.

Ze schakelt soepel van beelden naar ervaringen naar herinneringen:

sporen van liefde. in de wasbak je zeep, scheerschuim. in de lade je sokken.
op de vloer de vieze. schrijven ‘jij’ in de kamer. niet echt jij . hij evenmin.
buiten zichzelf. ben jij. schim van beweging. alweer. rilt. een buitenissig rillen

voorbij de tijd. toont een jonge kelner zijn sixpack aan meisjes – zonovergoten
god die almachtige golven berijdt. hoog, heel high. giechelen meisjes dan tilt
een denkbeeldige surf ze op, allemaal tegelijk. tolt licht rond, in het rond.

De jachtige associaties van Hirs lijken soms op steno. Wat haar poëzie verrassend en goed maakt, zijn de tegenstellingen: op directieve toon benoemt ze de vrijheden, ondanks de haastige toon, en heeft ze oog voor detail. Ze combineert formeel taalgebruik met intieme zaken:

word gekust, indien gewenst op de mond.

Na die eerste cyclus zakt de bundel een beetje in. Misschien was de bundel wel sterker geweest als hij alleen uit bewegingslijnen had bestaan. Er volgt onder meer een ode aan varens, een ode aan de liefde en het opsommende polysynthetisch sneeuwalfabet. De gedichten zijn zintuiglijk en eerder reflectief dan associatief.

Avontuur is niet langer het doel. De ijzersterke eerste cyclus wordt niet meer geëvenaard. De reis voert nu richting het einde. Onbezonnen vrijheden maken plaats voor levenslessen: geen oor heeft gehoord wat in geen hart hoofd is opgekomen.

Dieuwertje Mertens, Parool, 30 december 2017


2017-12-28

‘Gedichten om hardop van te genieten’ [recensie door Eric van Loo, Meander Magazine]

Vandaag vond ik een fijne recensie door Eric van Loo op Meander Magazine over verdere bijzonderheden: ‘Gedichten om hardop van te genieten’, Meander Magazine, December 2017. Hier een citaat van deze verwonderde lezer, vol verrassende inzichten:

“Tijdens het lezen van verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs kwam ik er al snel achter, dat er van de lezer een andere leeshouding gevraagd wordt. Mede door het witte winterlandschap van begin december werd mijn aandacht als eerste getrokken door het ‘polysynthetisch sneeuwalfabet’, dat ergens aan het eind van de bundel met witte inkt op zwarte bladzijden is afgedrukt. De ondertitel ‘[sneeuwdroom anno 2071]’ doet vermoeden, dat het gedicht in een verre, sneeuwloze toekomst is gedacht. Twee bladzijden lang lezen we een opsomming van de meest uiteenlopende sneeuwfenomenen. Ongewone poëzie, maar gezien de regeleindes ook niet echt een prozagedicht te noemen:

(…) Dat hardop voorlezen werkt, maar het is nog niet zo eenvoudig. Waar adem te halen? Waar pauzes te nemen, welke woordgroepen horen bij elkaar? Net zoals bij het spelen van een muziekstuk vanaf blad vergt het voorlezen een paar keer oefenen. Misschien is dat wel de bedoeling van de dichter, die tevens componist is. Op Spotify kan ik slechts één track van haar vinden. Maar dat is wel een sleutelstuk. Luister maar even mee: is dit muziek, is dit poëzie? De tekst is niet volledig verstaanbaar, maar duidelijk is dat de twee stemmen door de ritmische voordracht de woorden tot klanken reduceren, en dat anderzijds door de voordracht de woorden een andere betekenis krijgen. Terugkerend naar het sneeuwfragment krijgt de tekst een bezwerend karakter, waarbij de woorden kriskras als sneeuwvlokken naar beneden dwarrelen.

Naast het genoemde sneeuwgedicht bestaat verdere bijzonderheden uit vijf afdelingen. De afdelingen ‘bewegingslijnen’, ‘je andere onophoudelijk’, ‘varens’ en ‘zeg liefde’ zijn feitelijk gedichtenreeksen, die elk uit een aantal genummerde gedichten bestaan. Alleen de afdeling ‘oneindig breekbare’ bestaat uit gedichten die met een eigen titel in de inhoudsopgave vermeld staan. De thematiek van deze gedichten is wisselend. Centraal lijkt te staan het mens-zijn, waarnemen en waargenomen worden. Misschien verwijst ‘oneindig breekbare’ naar de kwetsbaarheid van het mens-zijn, zoals verwoord in ‘Fragile’ van Sting: ‘On and on the rain will say / how fragile we are’.

Het ontbreken van hoofdletters en interpunctie maakt deze tekst niet zo makkelijk te duiden. Die meerduidigheid is natuurlijk opzettelijk. De condition humaine zelf is immers raadselachtig en ongrijpbaar. Ik lees, dat de mens ‘zomaar zijnde’ is en ‘verschijnend aan iemands zijn’. Maar is het laatste woord van de tweede strofe wel een werkwoordsvorm? Als we doorlezen staat er opeens ‘zijn of haar werkelijkheid’. Als mens ‘toon je dat aan levenden die zich tonen’, zijn we subject en object tegelijk. In ‘verschijn en wezen’ uit dezelfde afdeling lezen we iets vergelijkbaars: ‘niets verschijnt zonder dit waarnemen / van wie dan ook – hoe dan ook vindt verschijnen plaats / en geen zijnde – voor zover het verschijnt – bestaat in enkelvoud’.”

Lees verder op Meander Magazine.


2017-12-14

Cover girl op Poëziekrant

Johan de Boose interviewde Rozalie Hirs uitgebreid voor het decembernummer 6/2017 van Poëziekrant. Het bijbehorende portret op het omslag werd gemaakt door Bianca Sistermans. Met speciale dank aan Carl de Strycker, eindredacteur van Poëziekrant en directeur van het Poëziecentrum, Gent.

Download [PDF]


2017-09-02

Korte bespreking door Arjan Peters in Volkskrant Magazine

Vandaag bespreekt Arjan Peters drie soorten humor in recente boekpublicaties, waaronder gestammelte werke (Berlin: kookbooks, 2017) door Rozalie Hirs. Zijn column verscheen in het Volkskrant Magazine (beeld: Io Cooman, Eva Roelofs):

Kees the boy is onbedoeld grappig Een jolige Goethe, leuke Hirs en vreemde Thijssen trof Arjan Peters aan, ofwel drie varianten van humor.

“Tweede categorie: bedoeld grappig, en nog leuk ook. In gestammelte werke van onze eigen dichter en componist Rozalie Hirs staan vertalingen van haar werk, naar het Duits en Spaans tot en met Litouws (Kookbooks; € 22,90). Haar gedicht over een vrouw alleen op een doodenge motelkamer, die haar doet denken aan ‘ongewilde orgaandonatie’ en aan een echtpaar op huwelijksreis dat hier is bedwelmd en ontvoerd, krijgt door de vertalingen (‘unfreiwillige organ-spende’) iets van een tijdig ontkomen toeriste die in wanhoop een politiedossier laat opstellen. Hirs zingt het uit in vele tongen.”


2015-06-10

Atlantis ampersand als muzikaal hoogtepunt geroemd in Theaterkrant

Ein-tag-und-eine-stunde-in-urbo-kune-©-Janiek-Dam-3-435x300

Fijne recensie door Peter Rings in Theaterkrant, waarin Atlantis ampersand van Rozalie Hirs geroemd wordt als muzikaal hoogtepunt van de muziek tijdens Urbo Kune, het vijfentwintig uur durende spektakelstuk van Klangforum Wien tijdens het Holland Festival op 6 juni 2015:

“Het hoogtepunt van de muziek is er al meteen in de middag: de wereldpremière van Atlantis ampersand door Rozalie Hirs. Het geluid van de instrumenten van het orkest gaat van zacht naar hard (crescendo) waarna een achtkoppig koor er nog een schepje bovenop doet. Hierna gaat de storm weer langzaam liggen (diminuendo) en wordt het weer stil. Dit wordt even vastgehouden en dan begint het geluid weer opnieuw aan te zwengelen, nu met andere akkoorden en toonsoorten, om daarna weer af te nemen en te versterven. Telkens opnieuw. Die opeenvolging van geluidsgolven met de zang als schuimkoppen werkt rustgevend, bijna hypnotiserend. Als in een volgend deel van het stuk de verschillende golven over elkaar heen rollen blijft die rustgevende deining bewaard zonder dat het geheel een branding wordt.”


2013-09-30

Columnist voor Preludium

Rozalie Hirs per 1 oktober 2013 columnist voor Preludium

Met ingang van 1 oktober 2013 is Rozalie Hirs columnist voor Preludium, programmablad voor Concertgebouw en Koninklijk Concertgebouworkest, een functie die zij alternerend vervult met Elmer Schönberger. Samen verzorgen Schönberg en Hirs tien columns per jaar.

Haar eerste column ‘Luisteren’, met een knipoog naar de zangeressen Christianne Stotijn en Barbara Hannigan en naar Spaces of Blank, is te lezen in de Preludium van deze maand.

11 april 2014. Binnengekomen bericht: Vanwege op handen zijnde bezuinigingen ziet Preludium zich vanaf 1 september 2014 helaas genoodzaakt om het aantal columns te reduceren tot vijf per jaar en Hirs te ontslaan van haar verplichtingen.

 


2013-01-03

‘Poëzie voor scheppende lezers: over gestamelde werken door Rozalie Hirs’, essay door Joost Baars

‘Poëzie voor scheppende lezers: over gestamelde werken door Rozalie Hirs’, gaaf essay door Joost Baars, onlangs verschenen in Poëziekrant 7-8/2012, Poëziecentrum, Gent, België. pp 46-47.

“Haar werk gaat recht de kosmische ruis in en roept uiteindelijk vooral op tot handelen in volstrekte subjectiviteit. Kijk, zoals je gezien bent. Noem, zoals je genoemd bent. Maak, zoals je gemaakt bent. En lees als een schepper: stamelend.”

Download [PDF]