Rozalie Hirs

Nieuws

2017-12-28

‘Gedichten om hardop van te genieten’ [recensie door Eric van Loo, Meander Magazine]

Vandaag vond ik een fijne recensie door Eric van Loo op Meander Magazine over verdere bijzonderheden: ‘Gedichten om hardop van te genieten’, Meander Magazine, December 2017. Hier een citaat van deze verwonderde lezer, vol verrassende inzichten:

“Tijdens het lezen van verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs kwam ik er al snel achter, dat er van de lezer een andere leeshouding gevraagd wordt. Mede door het witte winterlandschap van begin december werd mijn aandacht als eerste getrokken door het ‘polysynthetisch sneeuwalfabet’, dat ergens aan het eind van de bundel met witte inkt op zwarte bladzijden is afgedrukt. De ondertitel ‘[sneeuwdroom anno 2071]’ doet vermoeden, dat het gedicht in een verre, sneeuwloze toekomst is gedacht. Twee bladzijden lang lezen we een opsomming van de meest uiteenlopende sneeuwfenomenen. Ongewone poëzie, maar gezien de regeleindes ook niet echt een prozagedicht te noemen:

(…) Dat hardop voorlezen werkt, maar het is nog niet zo eenvoudig. Waar adem te halen? Waar pauzes te nemen, welke woordgroepen horen bij elkaar? Net zoals bij het spelen van een muziekstuk vanaf blad vergt het voorlezen een paar keer oefenen. Misschien is dat wel de bedoeling van de dichter, die tevens componist is. Op Spotify kan ik slechts één track van haar vinden. Maar dat is wel een sleutelstuk. Luister maar even mee: is dit muziek, is dit poëzie? De tekst is niet volledig verstaanbaar, maar duidelijk is dat de twee stemmen door de ritmische voordracht de woorden tot klanken reduceren, en dat anderzijds door de voordracht de woorden een andere betekenis krijgen. Terugkerend naar het sneeuwfragment krijgt de tekst een bezwerend karakter, waarbij de woorden kriskras als sneeuwvlokken naar beneden dwarrelen.

Naast het genoemde sneeuwgedicht bestaat verdere bijzonderheden uit vijf afdelingen. De afdelingen ‘bewegingslijnen’, ‘je andere onophoudelijk’, ‘varens’ en ‘zeg liefde’ zijn feitelijk gedichtenreeksen, die elk uit een aantal genummerde gedichten bestaan. Alleen de afdeling ‘oneindig breekbare’ bestaat uit gedichten die met een eigen titel in de inhoudsopgave vermeld staan. De thematiek van deze gedichten is wisselend. Centraal lijkt te staan het mens-zijn, waarnemen en waargenomen worden. Misschien verwijst ‘oneindig breekbare’ naar de kwetsbaarheid van het mens-zijn, zoals verwoord in ‘Fragile’ van Sting: ‘On and on the rain will say / how fragile we are’.

Het ontbreken van hoofdletters en interpunctie maakt deze tekst niet zo makkelijk te duiden. Die meerduidigheid is natuurlijk opzettelijk. De condition humaine zelf is immers raadselachtig en ongrijpbaar. Ik lees, dat de mens ‘zomaar zijnde’ is en ‘verschijnend aan iemands zijn’. Maar is het laatste woord van de tweede strofe wel een werkwoordsvorm? Als we doorlezen staat er opeens ‘zijn of haar werkelijkheid’. Als mens ‘toon je dat aan levenden die zich tonen’, zijn we subject en object tegelijk. In ‘verschijn en wezen’ uit dezelfde afdeling lezen we iets vergelijkbaars: ‘niets verschijnt zonder dit waarnemen / van wie dan ook – hoe dan ook vindt verschijnen plaats / en geen zijnde – voor zover het verschijnt – bestaat in enkelvoud’.”

Lees verder op Meander Magazine.