Rozalie Hirs

Tag archief: ASKO|Schönberg

2019/05/25

parallel world and sea (2017-18)

In het kader van het Andriessenfestival speelt ASKO|Schönberg op 25 mei 2019 het concert Ter ere. Als compositiedocent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag leidde Andriessen meer dan honderd internationale componisten op. Vier van hen eren de Hollandse meester:

Mary Finsterer – Nieuw werk (wereldpremière)
Rozalie Hirs – parallel world and sea (2017-18)
Pete Harden – At Pappa’s Altar
Martijn Padding – Last Words

De werken zijn gecomponeerd in opdracht van ASKO|Schönberg met steun van Fonds Podiumkunsten (foto: Marco Borggreve).


2018/05/13

parallel world and sea (2017-18)

Op 13 mei 2018 om 20:30 uur speelt ASKO|Schönberg onder leiding van Etienne Siebens parallel world and sea voor ensemble en electronische klanken (2018) door Rozalie Hirs. Met medewerking van de solisten Ernestine Stoop en Godelieve Schrama op harp. De uitvoering vindt plaats in het kader van het concert Obsessions. Voorafgaand aan het concert vertelt Rozalie Hirs over haar muzikale obsessies en leest ze gedichten voor.

De nieuwe cyclus, gecomponeerd met steun van het Fonds Podiumkunsten, bestaat uit de volgende delen:

i. parallel world [breathing] (2017)
ii. parallel sea [to the lighthouse] (2018)

Het eerste deel werd gecomponeerd in opdracht van de Universiteit van Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest, het tweede deel in opdracht van A|S. Met bijzondere dank aan Yaddo, Saratoga Springs (VS), MacDowell Colony, Peterborough (VS), en het Maison Dora Maar, Ménerbes, (Frankrijk), waar Rozalie Hirs als composer-in-residence verbleef.

Download flyer [PDF]


2018/05/13

parallel sea [to the lighthouse] (2018) – wereldpremière

In het kader van het harpestival in TivoliVredenburg, Utrecht, speelt ASKO|Schönberg op 13 mei 2018 om 15:30 uur de wereldpremière van parallel sea [to the lighthouse] voor ensemble en electronische klanken (2018) door Rozalie Hirs. Het nieuwe werk wordt voorafgegaan door haar recente parallel world [breathing] (2017), gecomponeerd in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest. De solisten zijn Ernestine Stoop en Godelieve Schrama op harp.

parallel sea [to the lighthouse] werd gecomponeerd in opdracht van A|S met steun van het Fonds Podiumkunsten. Met bijzondere dank aan het Maison Dora Maar, Ménerbes, Frankrijk, waar de componist in het voorjaar als artist-in-residence verbleef.


2018/05/12

Picknick met de krant

Net kreeg ik deze foto van een vriend die met de krant in het gras aan het picknicken was. En die deze voorbeschouwing annex interview tegenkwam daar in dat gras: ‘Mijn muziek stroomt, intuïtief, zacht’ door Joep Stapel verscheen eerder deze week op NRC online onder de titel ‘Inspiratie is de ruimte waarin nieuwe dingen ontstaan’. Het gaat om dezelfde tekst. Lees hem hier. Of download de [PDF].


2018/05/01

Platonic ID (2007) [nog een recensie door Siebe Riedstra]

Juist stuurde Siebe Riedstra me ook een link naar een recensie over mijn eerste CD Platonic ID (2007), uitgevoerd door ASKO|Schönberg. Deze recensie, oorspronkelijk voor het Tijdschrift Luister, is nu dus in een nieuw jasje te lezen op Opus Klassiek – erg blij mee. Riedstra:

Bij mijn bespreking van Ladder of Escape 16 (de elektrische gitaar van Wiek Hijmans) stuitte ik op een werk van Rozalie Hirs: article 6 [waves]. Ik herinnerde me een eerdere cd, met een aantal werken die eveneens de titel article dragen, en vond een bespreking van meer dan tien jaar geleden. De cd is nog steeds verkrijgbaar, dus mag dat ook voor de bespreking gelden. Article is bij Hirs uiteraard geen koopwaar, maar lidwoord. Waaraan Hirs de geruststellende mededeling toevoegt dat het ook een artikel kan zijn in de betekenis van een essay. Dat brengt ons dichter bij de essentie van deze filosofisch ingestelde klankzoeker. Haar ideaal heeft ze als volgt verwoord: “Zal ik je vertellen wat mijn ideaal is? Dat ik een soort muziek leer te schrijven die een dialoog aangaat met de fysieke en psychologische processen in de hersenen. Een muziek van de zintuigen, die communiceert met de luisteraar. In het ideale geval probeer ik met mijn muziek de luisteraar een ervaring te geven die hij nog niet had.”
(meer…)


2018/04/06

parallel sea [to the lighthouse]

The new composition parallel sea [to the lighthouse] for twelve instruments and electronic sounds (2018) is completed. I feel deeply grateful for the commission by ASKO|Schönberg and its artistic director Fedor Teunisse, the support of the Performing Arts Fund, The Netherlands, as well as the artist-in-residence at Maison Dora Maar, Ménerbes, France. The world premiere concerts take place on 13 May 2018 at 15:30 and 20:30 at Tivoli Vredenburg, Utrecht, The Netherlands.

At Maison Dora Maar a most wonderful mistral-filled month of March was spent. The picture on the left shows the view from my window in the artist’s studio where I worked many hours a day on the new work. The picture below depicts an almond tree fiercely blossoming on top of the hill at Lacoste, one of the neighboring villages of Ménerbes.


2018/03/14

Tovenaarsleerling

The new season 2018/19 of Muziekgebouw aan ’t IJ is now online. It is quite wonderful (and moving) to be included with a new piece for Asko|Schönberg in the concert Sorcerer’s Apprentices, honoring Louis Andriessen as a professor of composition. The concert, featuring three of his former students, is part of the Andriessen Festival celebrating his 80th birthday (photograph: Marco Borggreve).


2016/02/19

WDR radio-uitzending van The honeycomb conjecture

151108-RozalieHirs-rehearsal-AskoSchonberg-ReinbertdeLeeuw-ThehoneycombconjectureLuister naar de WDR Radio-uitzending van het concert Mouvement, inclusief de wereldpremière van The honeycomb conjecture (2015) door Rozalie Hirs, uitgevoerd door ASKO|Schönberg en Reinbert de Leeuw (dirigent), tijdens het Festival NOW! Prismen in Essen, Duitsland, op 8 november 2015. De komende dertig dagen online te beluisteren.


2015/11/10

Première door ASKO|Schönberg

151108-RozalieHirs-rehearsal-AskoSchonberg-ReinbertdeLeeuw-Thehoneycombconjecture

Ben heel blij met de première van de muziekcompositie The honeycomb conjecture door Reinbert de Leeuw, de dirigent voor wie ik een jarenlage bewondering koester en aan wie dit stuk is opgedragen, en ASKO|Schönberg gisteren tijdens het slotconcert van NOW! Prismen 2015 in de Philharmonie Essen, Duitsland. Bovenstaande foto is diezelfde middag genomen tijdens de podiumrepetitie. Onderstaand een foto juist na de uitvoering.

Mijn speciale dank gaat uit naar de Philharmonie Essen voor de compositie-opdracht, aan Casper Schipper voor zijn assistentie bij de klanksynthese in SuperCollider, aan Jan Panis voor de geluidsprojectie in de zaal, aan Justus Vriesen voor de onberispelijke productie van het project, aan Fedor Teunisse voor zijn vertrouwen en morele steun, en last-but-not-least aan Wim Vos en Günther Steinke voor het programmeren van dit nieuwe stuk naast werk van helden zoals Vivier, Saariaho en Lachenmann.

Ik dank Machiel Spaan en Maria van Daalen voor hun liefde en vriendschap tijdens het creatieve proces.

151108-RozalieHirs-premiere-AskoSchonberg-ReinbertdeLeeuw-Thehoneycombconjecture


2015/11/08

The honeycomb conjecture – wereldpremière

ASKO|Schönberg

Op 8 november 2015 om 17:00 presenteert ASKO|Schönberg het openingsconcert van het Festival NOW! Prismen in de Philharmonie Essen, Duitsland, met werken van Lachenmann, Vivier, Saariaho, en Hirs. Speciaal voor dit programma schreef Rozalie Hirs, in opdracht van de Philharmonie, het nieuw werk The honeycomb conjecture voor groot ensemble en elektronische klanken.

Met speciale dank aan Casper Schipper voor assistentie bij de klanksynthese in SuperCollider en aan Jan Panis voor geluidsprojectie in de zaal.

Programma

Claude Vivier – Et je reverrai cette ville étrange
Kaija Saariaho – Graal theâtre
Rozalie Hirs – The honeycomb conjecture wereld première
Helmut Lachenmann – Mouvement – vor der Erstarrung

→ English


2015/07/30

Book of Mirrors (2001) op SoundCloud

Zoals beloofd is hier nog een vroegere compositie door Rozalie Hirs: Book of Mirrors (2001), geschreven in opdracht van Asko|Schönberg, met financiële ondersteuning van het Fonds Podiumkunsten, voor het Soundscreen, Holland Festival, 2001. De compositie is in nauwe samenwerking met de Nederlandse filmmaker Joost Rekveld ontstaan en is bedoeld voor live uitvoering tijdens diens film #23.2/Book of Mirrors, een abstracte film van licht, gebroken en gereflecteerd via rasters en spiegels. De muziekcompositie is opgedragen aan Machiel Spaan.


2011/11/13

Arbre généalogique

Rozalie Hirs and Susan Narucki (after the premiere of 'Arbre généalogique', Muziekgebouw aan't IJ, Amsterdam, 10 November 2011)

Op 13 november 2011 om 14:00 wordt, in het kader het festival November Music te Den Bosch, de muziekcompositie Arbre Généalogique (2011) van Rozalie Hirs uitgevoerd door Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent) en het Asko|Schönberg.


2011/11/10

Arbre généalogique (2011)

Inhoud

1. Programmatoelichting
2. Technische details
3. Uitvoeringen

Programmatoelichting

Paul Janssen: Arbre généalogique

‘Een stap richting opera’ noemt Rozalie Hirs haar nieuwe werk Arbre généalogique. Niet dat er direct een nieuwe opera klaarligt, maar het is wel ‘het eerste serieuze stuk met een prominente rol voor de lyrische zangstem’. En voor een componiste als Hirs is dat opmerkelijk. Hirs is naast componist ook een dichter met vier bundels op haar naam. Tijdens haar compositieopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Diderik Wagenaar en Louis Andriessen studeerde zij aanvankelijk ook zang.
Het vocale element in Hirs’ werk ontpopte zich tot nu toe voornamelijk als spreekstem in stukken die zich op het grensgebied tussen muziek en poëzie bewegen en die zij zelf in binnen- en buitenland uitvoert. Haar wetenschappelijke talent en liefde voor techniek uitte zich aanvankelijk in een studie chemische technologie aan de Universiteit Twente en richtte zich vervolgens op het ontrafelen van de geheimen van de elektronische muziek en electro-akoestische principes binnen de muziek van Franse spectralisten als Tristan Murail, een van haar leermeesters. Ondanks een schijnbaar rationeel-analytische benadering is haar werk van een haast klassieke schoonheid en gaan heldere architectonische vormen hand in hand met een aansprekende expressieve inhoud. ‘Zal ik je eens vertellen wat mijn ideaal in de muziek is? Dat ik een soort muziek leer schrijven die een dialoog aangaat met de fysieke en emotionele processen in de hersenen’, zei ze al eens over haar werk in een interview met Trouw.
In haar poëzie bewandelt Hirs een vergelijkbare weg. Al sinds haar eerste gedichtenbundel Locus (1998) speelt ze met conventies, met grammaticale structuren, en laat woorden en zinnen ritmisch zingen, terwijl achter doorgecomponeerde vormen en structuren een verhaal schuil gaat dat voor velen herkenbaar is. Dat is ook het geval in Arbre généalogique, waarvoor ze gebruik maakte van haar eigen gedicht ‘Stamboom’ uit de bundel Geluksbrenger (2008). Verhalen over haar voorouders zijn in dit gedicht teruggebracht tot een aan elkaar geregen stroom van kernwoorden, die voor de goede verstaander aan duidelijkheid niets te wensen overlaten.
Hirs wilde het gedicht aanvankelijk in verschillende talen gebruiken, maar de Franse vertaling door de dichter Henri Deluy gaf met prachtige woorden als ‘mèremèrepèremère’ en ‘pèremèrepèrepère’ voldoende impuls voor een heel werk. De gezongen melodie van dat werk is min of meer intuïtief tot stand gekomen: ‘nieuwe lyriek’ in de vorm van een ‘archaïsch aandoende melodie’, aldus de componiste. Dat archaïsche moet begrepen worden tegen de achtergrond van het instrumentale en elektronische aandeel. ‘De complexiteit bevindt zich niet op het niveau van de vocale techniek’, zegt Hirs. Het muzikale materiaal dat in de opeenvolgende generaties in ‘Stamboom’ tot klinken komt, groeit in tussenspelen uit tot indrukwekkende klankvelden, opgebouwd uit zuivere boventoonreeksen. Door de variatie in de berekeningen tussen sopraan en bas ontstaan klankkleuren en harmonieën die een harmonisch ritme suggereren dat Arbre généalogique richting en stuwing geeft.

(programmaboekje Asko|Schönberg)

Technische details

instrumentatie
sopraan
fluit/ altfluit
hobo/ althobo
klarinet/ basklarinet
fagot/ contrafagot
hoorn
slagwerk (vibrafoon, glockenspiel, buisklokken, crotales, drumkit)
piano
viool 1
viool 2
altviool
cello
contrabas
midikeyboard & computer met Logic software (om de Logic sampler met 300 elektronische klanken aan te sturen)
optioneel: live ring-modulatie

tekst
Het muziekstuk Arbre généalogique is geschreven op basis van het gelijknamige gedicht: de Franse vertaling Arbre généalogique door Henri Deluy (Uit: Action Poétique No. 198, Frankrijk, 2009) van het gedicht Stamboom door Rozalie Hirs (Uit: Geluksbrenger, Amsterdam: Uitgeverij Querido, 2008).

opdracht
Het muziekstuk Arbre généalogique is opgedragen aan Susan Narucki.

duur
23′ ca.

Uitvoeringen

10 november 2011, 20:15, PROMS, Muziekgebouw aan’t IJ, Amsterdam – Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent), Asko|Schönberg
13 november 2011, 14:00, November Music, Verkadefabriek Den Bosch – Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent), Asko|Schönberg


2011/11/10

Arbre Généalogique – wereldpremière

Rozalie Hirs and Susan Narucki (after the premiere of 'Arbre généalogique', Muziekgebouw aan't IJ, Amsterdam, 10 November 2011)

Op 10 november 2011 om 20:15 vindt, in het kader van de PROMS-serie in het Muziekgebouw aan’t IJ, de wereldpremière plaats van de muziekcompositie Arbre Généalogique (2011) van Rozalie Hirs. Het stuk wordt uitgevoerd door Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent) en het Asko|Schönberg.


2010/07/25

Radioportret van Rozalie Hirs, Concertzender

Concertzender Logo

Op 25 juli 2010 om 19:00 wordt een zestal muziekcomposities van Rozalie Hirs uitgezonden tijdens het radioportret Bijdetijds op de Concertzender. Het programma is samengesteld door Miranda Driessen.

article 0 [transarctic buddha] (2000) – Arnold Marinissen (slagwerk)
article 1 to 3 (2003) – 
Dante Oei (piano)
Schizofonia (1994) – elektro-akoestisch
Book of mirrors (2001) – Asko Ensemble olv. Stefan Asbury (dirigent)
a-book-of-light (2003) 
- Ensemble piano possible olv. Christian Günther (dirigent), 
live-opname door de Concertzender

Deze uitzending is een herhaling van de uitzending van 5 juli 2010 om 19:00.


2010/07/15

Radioportret van Rozalie Hirs, Concertzender

Concertzender Logo

Op 15 juli 2010 om 14:00 wordt een zestal muziekcomposities van Rozalie Hirs uitgezonden tijdens het radioportret Bijdetijds op de Concertzender. Het programma is samengesteld door Miranda Driessen.

article 0 [transarctic buddha] (2000) – Arnold Marinissen (slagwerk)
article 1 to 3 (2003) – 
Dante Oei (piano)
Schizofonia (1994) – elektro-akoestisch
Book of mirrors (2001) – Asko Ensemble olv. Stefan Asbury (dirigent)
a-book-of-light (2003) 
- Ensemble piano possible olv. Christian Günther (dirigent), 
live-opname door de Concertzender

Deze uitzending is een herhaling van de uitzending van 5 juli 2010 om 19:00.


2010/07/05

Radioportret van Rozalie Hirs, Concertzender

Concertzender Logo

Op 5 juli 2010 om 19:00 wordt een zestal muziekcomposities van Rozalie Hirs uitgezonden tijdens het radioportret Bijdetijds op de Concertzender. Het programma is samengesteld door Miranda Driessen.

article 0 [transarctic buddha] (2000) – Arnold Marinissen (slagwerk)
article 1 to 3 (2003) – 
Dante Oei (piano)
Schizofonia (1994) – elektro-akoestisch
Book of mirrors (2001) – Asko Ensemble olv. Stefan Asbury (dirigent)
a-book-of-light (2003) 
- Ensemble piano possible olv. Christian Günther (dirigent), 
live-opname door de Concertzender

Deze uitzending wordt herhaald op 15 juli 2010 om 14:00 en op 25 juli 2010 om 19:00.


2009/08/30

Book of Mirrors

090830 book-of-mirrors-01

Op 30 augustus 2009 wordt de muziekcompositie Book of Mirrors (2001) van Rozalie Hirs live bij de film #23.2 (2001) van Joost Rekveld uitgevoerd door het Asko|Schönberg en Clark Rundell (dirigent) tijdens het Toonzetters Festival 2009 in het Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.


2007/06/27

Platonic ID – cd-presentatie

070627 rozalie-hirs-Platonic-ID-cd-cover-2007

Op 27 juni 2007 verschijnt de eerste portret-cd van Rozalie Hirs Platonic ID (Amsterdam: Attacca Productions, 2007) met opnames van werken van Hirs, gespeeld door Asko|Schönberg, Stefan Asbury, Arnold Marinissen, Anna McMichael, Dante Boon (voorheen Dante Oei), Bas Wiegers. Informatie over de cd, luisterfragmenten en recensies vind u hier.


2007/06/01

Platonic ID (cd, 2007)

Inhoud

1. Luisterfragmenten
2. Cd tekst (Nederlands, Engels) door Anthony Fiumara
3. Recensies
3.1. Jochem valkenburg: Tere wondertjes
3.2. Roland de Beer: Schellen en keien
3.3 Maarten Brandt: Hirs’ Platonic ID – diverse instrumentale composities
3.4. Patricia Werner Leanse: Oorspronkelijk
3.5. Siebe Riedstra: Hirs’ Platonic ID

Luisterfragmenten

Platonic ID (2005-06) 17’59”
for 13 instrumentalists
Asko Ensemble and Bas Wiegers, conductor


article 0 [transarctic buddha] (2000) 7’54”
for solo percussion: pitched metals and pitched natural stones
Arnold Marinissen, percussion

article 1 to 3 (2003) 11’12”
[the]
[aleph]
[a]

for piano solo
Dante Oei, piano

article 4 (2004) 10’02”
[landkaartje – la carte géographique – map butterfly]
for violin solo
Anna McMichael, violin

Book of Mirrors (2001) 12’04”
for 19 instrumentalists
Asko Ensemble and Stefan Asbury, conductor

Cd tekst


De zachte, glimmende huid van klank
Anthony Fiumara

Schoongewassen, zo zou je de muziek van Rozalie Hirs (1965) kunnen noemen. En helder van betoog, want Hirs weet vaak in een paar gebaren een wereld te scheppen. Daarbinnen is de schoonheid van klank belangrijker dan het exposeren van technieken of het blootleggen van structuren. Ook opvallend: hoewel Hirs’ uitgangspunten bijna altijd streng en uitgebeend zijn, staat ze zichzelf in tweede instantie een grote mate van intuïtie toe. En laat haar muziek zich aanhoren als een feest van associaties, binnen het perceel dat ze voor zichzelf heeft neergelegd. Dat wil overigens niet zeggen dat de Nederlandse componiste enkel op haar gevoel afgaat bij het construeren van haar werken. Integendeel. Onder de op het eerste oor eenvoudige gestes schuilen verfijnde methodes, vaak op wis- of natuurkundige grondslag. Misschien heeft dat wel te maken met Hirs’ achtergrond als scheikundig ingenieur, waarvoor ze werd opgeleid voordat ze haar leven in dienst van de muzen stelde.

Met dat wiskundige skelet onder haar muziek hoef je je als argeloze luisteraar overigens niet bezig te houden. Hirs lijkt je vooral de zachte, glimmende huid van haar klanken te willen tonen. En die wordt in haar laatste stukken steeds warmbloediger en bezielder. Zoals in Platonic ID (2006), het recentste werk op deze cd, dat Hirs voor het Asko Ensemble schreef.
In Platonic ID nam ze als basis de boventonen die de filosoof Plato in Timaeus beschreef: frequentieverhoudingen die volgens de oude filosoof de uitdrukking van de ‘wereldziel’ zijn, legt Hirs uit. Die toonsverhoudingen gebruikte de componiste om haar samenklanken mee te maken: veel kwarten, kwinten en oktaven die het stuk een consonant karakter geven. Platonic ID ontvouwt zich elegant in ruisende golven van snelle noten, met rustpunten waarin de akkoorden van de piano blijven liggen. Of waarin ineens korte koralen in oplichten. “Ik ben normaal gesproken op zoek naar vloeiende overgangen in mijn werk, maar in Platonic ID heb ik ervoor gekozen om in duidelijk te onderscheiden blokken te werken. Binnen die blokken is de muziek bewust heel vloeiend.”

Behalve ex-ingenieur en componist is Hirs ook dichter. Hirs publiceerde recent haar derde bundel Speling, die net zoals de eerste twee (Locus en Logos) verscheen bij uitgever Querido. “Ik ben eerst gaan dichten”, antwoordt Hirs op de vraag welke van de twee kunsten ze het eerst beoefende, de poëzie of de muziek. “Zo lang als ik me kan herinneren ben ik al met woorden en klank bezig. Toen ik alleen mijn eigen naam kon schrijven vond ik het al interessant om die letters om te draaien, om te zien wat er dan zou staan. Geschreven taal was voor mij een code, iets mysterieus waarvan ik nog niet goed begreep hoe het werkte.”
“Mijn eerste serieuze gedichten schreef ik toen ik scheikunde ging studeren. Het kwam nog niet bij me op om naar het conservatorium te gaan. Ik heb van huis uit meegekregen dat ik mijn brood moest kunnen verdienen met een vak. Ik koos als geëmancipeerde vrouw voor een bèta-opleiding. En de muziek en poëzie deed ik erbij als hobby. Ik zong in bands en had klassieke zangles op de muziekschool. Voor mijn studie scheikunde haalde ik wel braaf mijn tentamens, maar muziek en poëzie waren mijn eigenlijke leven.”
Na haar afstuderen nam Hirs een jaar vrij, om te onderzoeken wat ze nou eigenlijk wilde: de scheikunde in of verder met de muziek. Het werd dat laatste, en zo besloot ze te gaan studeren aan het Haags Koninklijk Conservatorium in Den Haag. “Ik wilde daar naartoe, want daar zat Louis Andriessen, wiens muziek ik erg bewonderde.”
Hirs beschrijft haar conservatoriumtijd bij Diderik Wagenaar en Louis Andriessen (later ook in New York bij Tristan Murail) als een ontdekkingsreis. Daar kwam nog bij dat ze in haar eerste jaar als dichteres meedeed aan de ‘Pythische Spelen’ in Enschede, en daar bij de finalisten eindigde. Naar aanleiding daarvan nodigde redacteur Jan Kuijper van Querido haar uit voor een gesprek. En effende hij de weg voor Hirs’ debuutbundel Locus, die in 1998 verscheen.

Gevraagd naar de overeenkomst tussen het dichten en componeren, antwoordt Hirs: “Bij beiden heb je afstand nodig om te kunnen abstraheren, perspectief om te zien wat je hebt gemaakt. Enerzijds is scheppen een uiting van jezelf, maar anderzijds heb je die afstand nodig zodat je jezelf kunt verbeteren. Reflectie is een van de beste eigenschappen voor een goed kunstenaar.” Die welhaast wetenschappelijke houding vind je terug in Book of Mirrors (2001), waarin Hirs de akoestische wetten van boven-, som- en verschiltonen koppelt aan hoe een luisteraar een klank waarneemt. “Als je tegelijkertijd twee tonen hoort, blijken de hersenen er zelf bepaalde tonen bij te denken. Je denkt dus veel meer te horen dan alleen die twee tonen. Mijn vraag was hoe ik dat gegeven kon gebruiken om te komen tot een welluidende, homogene klank.” Hirs schreef Book of Mirrors als muziek bij een abstracte film van Joost Rekveld. De ‘spiegels’ uit de titel verwijzen naar de priemgetallen en de gespiegelde structuren die ten grondslag liggen aan het werk. Dat maakt Book of Mirrors tot een kaleidoskoop van verhoudingen. Van het kleinste niveau van tonen, akkoorden en kleuren tot en met de tijdsstructuren ligt alles vast in getalsmetingen en hun spiegelingen, die op hun beurt corresponderen met de proporties en zelfs het kleurgebruik in Rekvelds film.

Na haar conservatoriumtijd bij Andriessen, studeerde Hirs ook een poosje bij Tristan Murail aan Columbia University in New York. “Ik vond Murails muziek erg mooi. Wat me aansprak in zijn werk is dat het, net zoals bij Andriessen, vooral op harmonie en klankkleur is gericht. Zijn gestiek ligt meer in de laat-romantische traditie, terwijl Andriessen meer een classicus is die voor helderheid gaat. Murail is bovendien een fenomenaal instrumentator, die de bovenstoonstructuren van de instrumenten betrekt in zijn orkestratie. Op die manier is hij in staat om een ensemble een bijna symfonische klank te geven. Wat ik van Murrail heb geleerd, ligt in het verlengde van Andriessen: kijken naar hoe je dingen opschrijft en waaróm ze zo moeten zijn. Elk detail moet kloppen, elke noot moet goed zijn.”

Dat oog voor het kleine komt het duidelijkst tot uiting in Hirs’ solowerken onder de serietitel article. Net zoals het Engelse ‘article’ heeft het woord in het Nederlands de door Hirs bedoelde betekenis van lidwoord of ‘artikel’. “De articles zijn meditaties op lidwoorden”, aldus de componiste.
Maar ‘artikel’ zou je, net zoals in het Engels, ook op kunnen vatten als ‘geschreven stuk, tekstfragment’. In dat geval zou je Hirs’ articles ook kunnen zien als klinkende essays, korte probeersels in de montaigniaanse zin des woords die een duidelijk afgebakend onderwerp behandelen. Neem bijvoorbeeld article 4, waarin Hirs al afwijkt van het lidwoord-beginsel en waarin ze in plaats daarvan een vlinder als onderwerp neemt. “Via de lidwoorden kwam ik terecht bij het Hebreeuwse alfabet in article 1 to 3. Toen was de stap naar landkaartje (article 4) en buddha (article 0, dat pas later zijn ondertitel kreeg) ook niet meer zo groot”, verklaart Hirs.

article 0 [transarctic buddha] is het eerste werk dat Hirs tijdens haar verblijf aan Columbia University bij Murail schreef. Het slagwerkstuk is een antwoord op The King Of Denmark van Morton Feldman. Waar Feldman de speler in grote mate de vrijheid geeft om zijn eigen instrumenten te kiezen, liggen die bij Hirs vast in metaal en een set van 23 gestemde stenen (voor de liefhebbers: Belgisch hardsteen en marmer). De stenen deden Hirs denken aan een sculptuur van een persoon en aan een ritueel. Ziedaar de Boeddha, voor de componiste van eenzelfde statuur als Feldman. Het bijvoegelijk naamwoord ‘transarctic’ was een vrije associatie op haar transatlantische verblijf in New York. Steen en metaal (het andere materiaal in het werk) gaven Hirs naar eigen zeggen “een koud gevoel”: arctisch, als het ware. transarctic buddha is een reis rond het oude, koude, kale hoofd van een stenen Boeddha – rondom zijn kroon; een wereldglobe met ijs op de polen, die de zee en het land onzichtbaar houden totdat de temperatuur boven het nulpunt stijgt.”

De compositie voor piano solo article 1 to 3 (2003) bestaat uit drie delen. Het werk onderzoekt het harmonisch spectrum op de noot B, die in dit geval ver onder het bereik van een vleugel ligt. article 1 to 3 is ook een onderzoek naar de eigenschappen van het snaarinstrument. Deel 1 – [the] getiteld – houdt zich bezig met de resonantie van het instrument, met de trillingen die de snaren en het klanklichaam van de piano veoorzaken. Het tweede deel is een “meditatie op het toetsenbord van de piano, op de relatieve positie van de toetsen en op gewichtloosheid”, aldus Hirs. In het derde deel – [a] – citeert de componiste een klein ritmisch motief uit Feu d’artifice, een van de 24 Préludes die Claude Debussy voor piano schreef. Vuurwerk als afsluiting, want Hirs maakte article 1 to 3 voor het 40-jarige huwelijksfeest van haar ouders.

article 4 [landkaartje – la carte géographique – landkaartje] uit 2004 is een onderzoek naar flageoletten op de viool, boventonen die klinken als je de snaar op bepaalde knooppunten half indrukt. Het is interessant om te zien dat Hirs haar partituur voor viool op twee balken noteerde, waar het instrument normaal gesproken gewend is van één balk te lezen. De onderste balk laat zien welke greep de violist moet pakken, de bovenste balk toont het klinkende resultaat van die actie. De ‘grepenbalk’ ziet alleen de speler, als luisteraar hoor je die niet. Het is een soort fantoomstem, die bij iedere klinkende toon een onhoorbare basnoot speelt. De viool als virtuoze viola d’amore, of (vrij naar de titel) als een fladderende landkaartvlinder die zijn al even vluchtige schaduwen op de grond werpt en laat meereizen. “in een mysterieuze verbinding tussen lichaam, licht en beweging”, aldus Hirs. De landkaart van de toonhoogte ontstaat tijdens de vlucht van de vlinder over de hals van de viool. De flageoletten en hun grondschaduwen hergebruikte de componste als basis voor de harmonieën in Platonic ID.

En ten slotte nog dit. Ondanks haar fascinatie met de schimmenwereld van de boventonen en hun harmonische relaties, ziet Hirs zichzelf niet als spectraal componist: “Ik hou niet zo van de term spectrale muziek omdat die stilistische implicaties heeft. Wel laat ik me inspireren door spectra zoals je die in de natuur kunt vinden en met computers kunt ontleden; en door frequentieberekeningen zoals we die kennen uit de elektronische muziek. Ik wil een architectuur van klank ontwerpen. Ik wil me door een stuk bewegen als door een ruimte. Wat anderen wel met ‘vorm’ aanduiden, noem ik ‘klankruimte’: de relatie tussen de tonen die samen een structuur maken.” Hirs mag dan niet tot het spectralisme gerekend willen worden waar Murail meestal onder wordt gecatalogiseerd, toch klinkt een werk als Platonic ID ronduit Frans. Daar is Hirs het wel mee eens, hoewel ze zelf eerder de associatie had met de modale jazz van bijvoorbeeld John Coltrane. “Maar dat is heel persoonlijk. Zal ik je vertellen wat mijn ideaal is? Dat ik een soort muziek leer schrijven die een dialoog aangaat met de fysieke en psychologische processen in de hersenen. De componisten Claude Vivier, Gérard Grisey en Tristan Murail slagen daar bijvoorbeeld in. Zij maakten letterlijk zinnelijke stukken. Een muziek van de zintuigen, die communiceert met de luisteraar. In het ideale geval probeer ik de luisteraar met mijn muziek een ervaring te geven die hij nog niet had.”

[Download PDF]

The soft gleaming skin of sounds
Anthony Fiumara

Purified, as if washed clean—that is one way one might characterize the music of Rozalie Hirs (1965). Her work is presented with the greatest clarity; she creates a world in a few gestures. Within that world, sonic beauty is of greater importance than the display of technique or structure. Indeed, though Hirs’ points of departure are almost always austere and sober, she permits herself a great measure of intuition. The listener hears a number of associations that occur within the limits of the plot she has laid out for herself. This is not to say that the Dutch composer only works intuitively when constructing her works–quite the contrary. At first hearing, her gestures may seem simple but beneath them refined methods are hidden, rooted in mathematical or physical ideas. Perhaps this has something to do with Hirs’ background as a chemical engineer, her training before she devoted her life to the muses.

The unwary listener need not, in fact, be occupied with the mathematical framework underlying her music. Hirs seems to be most eager to show you the soft, gleaming skin of her sounds. Each successive piece becomes more and more soulful and warm-blooded – as exemplified by the most recent work on this CD, Platonic ID (2006), which Hirs wrote for the Asko Ensemble.
In Platonic ID, Hirs took the overtones described by Plato in his Timaeus as a point of departure: frequency relations that are, for Plato, the expression of the World Soul. The composer used these pitch relationships to create her harmonies: a number of fifths and octaves impart to the piece its particularly consonant character. Platonic ID elegantly unfolds in rustling waves of quick notes, with moments of repose where the chords are heard sounding out in the piano, or in which short, luminous chorales suddenly shine forth. ‘Usually, I’m looking for fluid transitions in my work, but in Platonic ID I chose to work with blocks that can be clearly distinguished. Within those blocks, the music is intentionally very fluid again’.

Not content to be only a former engineer and a composer, Hirs is a poet as well. Recently, her third collection, Speling (Leeway) was published, as in the case of her first two collections Locus and Logos, by the renowned literary publishing house, Querido. ‘I first took up poetry’, Hirs says when asked which art form she practiced first. As long as I can remember I have been fascinated with words and sound. Already, when I could only write my own name, I wished to rearrange the letters, just to see what it might say. Written language to me was a code, a mysterious thing whose workings I didn’t yet fully grasp’.
‘My first serious poems I wrote when I began my chemistry studies. At that point it didn’t occur to me to attend conservatory. In my upbringing my parents always emphasized the importance of learning a trade. As an emancipated woman, I thought I would enroll in a science program and keep music and poetry only as side interests. I sang in bands and I took classical singing lessons at the music school. I diligently passed my chemistry exams, but music and poetry turned out to be my real life’.
After graduation, Hirs took a year off in order to find out whether she really wished to take the big step into music. She did, and applied to the Royal Conservatory at The Hague. ‘I wanted to go there, because it was where Louis Andriessen was teaching, and I greatly admired his music’.
Hirs describes her time at the conservatory with Diderik Wagenaar and Louis Andriessen (and her subsequent studies with Tristan Murail in New York) as a period of discovery. Furthermore, during her first year as a conservatory student she took part in the poetry competition of the Pythian Games at Enschede, where she ended among the finalists, as a result of which Querido poetry editor Jan Kuijper invited her to submit some of her work, and Querido published Hirs’ first collection Locus in 1998.

When asked what poetry and composing have in common, Hirs says: ‘In both, you need distance, so as to think abstractly, and perspective, so as to see what you have made. On the one hand, creating is expressing yourself, but on the other hand you need this distance to improve yourself. The capacity for self-reflection is among the best qualities of any good artist’. This almost scientific attitude is also found in her Book of Mirrors (2001), in which Hirs connects the use of acoustical laws of overtones, sum tones and difference tones to how a listener perceives sound. ‘If you hear two tones at the same time, it turns out that the brain automatically adds certain others. I was wondering how I could use this fact to produce a harmonious and homogeneous sound’. Hirs wrote Book of Mirrors as music for an abstract film by Joost Rekveld. The ‘mirrors’ in the title refer to the prime numbers and the mirrored structures that form the foundations of the work, making Book of Mirrors into a kaleidoscope of ratios. Starting from the lowest level of the tones, through the chords and the tone-colors up to the level of time structures, everything is fixed by numerical measurements and their mirrorings. These correspond to the time structure of Rekveld’s film and to particular details, for example the use of color.

After her years with Louis Andriessen, Hirs studied for some time with Tristan Murail at Columbia University. ‘Murail’s music I found to be very beautiful. What attracted me in his work was the way it was highly concerned with harmony and timbre, and with the psychology of time perception. His gestural style may be closer to a late-romantic idiom, whereas Andriessen, who is more of a classicist, interested in clarity of form. In addition, Murail is a phenomenal orchestrator, who takes the overtone structures of the instruments into consideration when writing. This way, he is capable of giving a small ensemble an almost symphonic sound. What I learnt from Murail built upon my studies with Andriessen: how to listen carefully, elaborate and notate things—and why they should be that way. Every detail must be right, every note must be good’.

This eye for detail is most clearly found in Hirs’ series of solo works, each entitled article. Hirs primarily intends ‘article’ in the linguistic sense. ‘The pieces are meditations on the articles of language’, the composer explains. But ‘article’ might also be taken in the sense of ‘writing’ or ‘textual fragment’. Then, one might see Hirs’ articles as essays in sound – experiments, trials or treatises, like those of Montaigne – which treat some clearly delimited subject. Take, for example, article 4, in which Hirs lets go of the grammatical principle and takes a butterfly for her subject matter. ‘By way of the (grammatical) articles I came to the Hebrew alphabet in article 1 to 3. At that point, it was a small step to get to the map butterfly of article 4 and the buddha (article 0 was added to the cycle a few years after it was written)’, Hirs explains.

article 0 [transarctic buddha] is the first work that Hirs composed during her studies at Columbia University with Tristan Murail. This piece for percussion is an answer to Morton Feldman’s The King of Denmark. If in Feldman’s work the performer is given great freedom in the choice of instruments, in Hirs’ piece these are fixed, comprising of metal instruments and a set of 23 tuned slabs of stone (Belgian bluestone and marble). The stones reminded Hirs of a sculpture of a person and of a ritual. Thus the Buddha, who, for the composer, is of similar stature as Feldman. The adjective ‘transarctic’ was a free association on her transatlantic sojourn in New York. Stone and metal (the other material in the work) gave Hirs, as she puts it, ‘a cold sensation’: arctic, so to speak. transarctic buddha is a journey around the old, cold, bald head of a stone Buddha, around his crown; a terrestrial globe with ice on the poles, that keep sea and land invisible until the temperature rises above freezing point’.

The solo piano composition article 1 to 3 (2003) is in three movements. This work explores the harmonic spectrum of a low B, situated far below the range of the piano. At the same time, article 1 to 3 is an examination of the properties of this particular string instrument. Part 1, titled [the], concerns itself with the resonance of the instrument, the vibrations caused by the strings and the body of the piano. The second movement is a ‘meditation on the keyboard of the piano, on the relative position of the keys and on weightlessness’, says Hirs. In movement three the composer quotes a short rhythmic motive from Feu d’artifice, one of the 24 preludes composed for piano by Claude Debussy. Fireworks indeed: Hirs wrote article 1 to 3 for the occasion of her parents’ fortieth anniversary.

article 4 [landkaartje – la carte géographique – map butterfly] from 2004 is an exploration of violin harmonics, overtones that sound when you half press the string at certain nodal points. It is interesting to see that Hirs notated her score for solo violin on two staves – the instrument is usually given one staff only. The lower staff notates the musician’s fingering while the upper staff shows the sounding result of his actions. The ‘fingering staff’ is only seen by the player – the listener doesn’t hear it. It’s also a kind of phantom voice that plays an inaudible bass note for every sounding tone. The violin is like a virtuoso viola d’amore, or (according to the title) a butterfly flitting about and casting volatile shadows on the ground which travel along with it, ‘in a mysterious conjunction of body, light and motion’, according to Hirs. The map of the pitches comes into existence as the butterfly flies across the fingerboard. The harmonics and their ‘ground shadows’ were used again by the composer as a point of departure for the harmonies in Platonic ID.

One further point: in spite of her fascination with the shadowy world of the overtones and their harmonic relationship, Hirs doesn’t view herself as a spectral composer: ‘I don’t like the term spectral music very much because it has certain stylistic implications. I do let myself be inspired by spectra as they can be found in nature and analyzed by composers, and by the frequency calculations that we know from electronic music as well. I want to design an architecture of sound. I would like to move through a musical work as through a space. What others call ‘form’ I call ‘sonic space’, given by the relation between tones that built a structure during the compositional process’. Hirs may not want to be considered part of the spectralist movement within which Murail is generally placed, yet a work like Platonic ID has an unmistakably French sound to it. Hirs herself does not disagree with this view, although she was thinking also of jazz figures like John Coltrane. ‘But that association is very personal. May I tell you what seems ideal to me? To write a kind of music that engages in dialogue with physical and psychological processes in the brain. Composers like Claude Vivier, Gérard Grisey and Tristan Murail, for example, manage to do that. They literally create sensuous pieces, a music of the senses, which communicates with the listener. In the ideal case, music provides an experience the listener has never had’.

(translation: Samuel Vriezen/James Helgeson)

[Download PDF]

Recensies


Jochem Valkenburg: Tere Wondertjes

Rozalie Hirs (1965) werd scheikundig ingenieur alvorens te kiezen voor een leven als componist en dichter. Misschien is het wat te gemakkelijk om dan een verband te leggen met het onderzoekende, aftastende en ontledende karakter van haar muziek, maar toch. Vooral in haar solocomposities, stuk voor stuk tere wondertjes van concentratie en verbeelding, lijkt het door gevarieerde herhaling verkennen van klankmogelijkheden een van de belangrijkste procédés.

In de ensemblestukken, transparant uitgevoerd door het Asko Ensemble, komt daar een spectrale component bij die haar leertijd bij specialist Tristan Murail verraadt. In het cd-boekje doet ze nog een poging zich van dit -isme te distantiëren, maar Book of Mirrors (2001) klinkt toch erg Grisey-achtig met pulserende, schurende boventoonconstructies.

In Platonic ID (2005-06), ook voor ensemble, maakte Hirs naar eigen zeggen gebruik van trillingsverhoudingen die Plato in zijn Timaeus beschreef. Op het oor is dat niet te controleren, maar het werk klinkt zonder meer welluidend en ‘harmonieus’. Ook het onderzoekende doet onwillekeurig aan effectief geplaatste witregels denken.

NRC, 20 juli 2007


Roland de Beer: Schellen en keien

Van een andere orde zijn de ensemble- en solocomposities van Rozalie Hirs die Attacca uitbrengt, uitgevoerd door het Asko en andere Hirsvrienden. Hirs (42), een scheikundige die compositie studeerde bij Andriessen en Tristan Murail, maakt volgens het tekstboekje ‘schoongewassen’ muziek. Daar valt geen speld tussen te krijgen bij Book of Mirrors en Hirs’ andere, niet toegankelijke maat wel intrigerende, zich vaak druppelsgewijs ontwikkelende en op boventonen georiënteerde stukken. Dat het systeem der elementen weinig geheimen kent voor Hirs, blijkt uit de hoge betoverende mengklankjes van haar article 0, uitgevoerd op metalen percussie en keien met toonhoogte.

Volkskrant, 12 juli 2007


Maarten Brandt: Hirs’ Platonic ID – diverse instrumentale composities

Net zoals een gedicht zijn waarde niet zozeer ontleent aan de letterlijke betekenis maar veeleer de schoonheid van bepaalde woordverbindingen, laat een compositie van de Nederlandse componiste Rozalie Hirs (1965) zich niet alleen beluisteren vanuit melodische herkenbaarheid, maar pure fascinatie door de klank. Haar werken hebben iets icoonachtigs. Wordt je door een icoon door de voorstelling ‘naar binnen gezogen’, hetzelfde gebeurt – als men zich er voor open stelt – met de muzikale kleinodiën van Hirs. Nu is haar ideaal niet voor niets het creëren van een muzikaal interieur. Op deze cd staan twee ensemblestukken – Platonic ID en Book of Mirrors – gespeeld door het ASKO-ensemble onder Bas Wiegers en Stefan Asbury en drie solowerken: article 0 voor slagwerk, article 1 to 3 voor piano en article 4 voor viool. Alle stukken zijn gebaseerd op in aanleg eenvoudige eb- en vloedbewegingen in combinatie met een ongekende rijkdom aan sonoriteiten. Wie als proef op de som wil kennismaken met Hirs’ geconcentreerde klanktaal moet absoluut het geraffineerde slagwerkstuk eens proberen, waarin we worden verrast door een geluid dat dicht tegen dat van een gamelan ensemble aanleunt, zij het dan bespeeld door één musicus (Arnold Marinissen). In feite zijn alle hier gedocumenteerde werken exquise stillevens in klank, die de luisteraar langzaam maar zeker hypnotiseren en zelfs in een eufore vervoering kunnen brengen. De intieme, kraakheldere weergavetechniek maakt van dit geheel een topproductie zonder weerga, die dan ook als een belangrijke aanwinst voor de Nederlandse muziek kan worden beschouwd.

De Stentor, september 2007.


Patricia Werner Leanse: Oorspronkelijk

De cd Platonic ID, die onlangs werd uitgebracht, is volledig gewijd aan de muziek van de Nederlandse componiste en dichteres Rozalie Hirs (1965). Vijf werken staan erop. Solo’s voor viool, piano en percussie en twee werken voor dertien, respectievelijk negentien instrumentalisten. Hirs, die na haar opleiding tot scheikundig ingenieur compositie studeerde, maakt muziek met een verfrissend oorspronkelijk karakter. Zij onderzoekt en ontleedt klanken tot op microscopisch niveau; de wereld is ten slotte geluid! In elk atoompje zit muziek. Vanuit het standpunt van de wetenschapper zijn er miljarden verschillende vibraties mogelijk. Hirs rangschikt opnieuw en met een harmonisch evenwicht dat je dadelijk treft. Er is rust, maar aan dynamiek ontbreekt het ook niet. Het beluisteren van deze ‘klankruimten’ zoals zij haar stukken noemt, is een buitengewoon boeiende ervaring.

Op zaterdag 30 september treedt Rozalie Hirs op in Theater de Cameleon in Amsterdam.

Opzij, oktober 2007


Siebe Riedstra: Hirs’ Platonic ID

Uitvoering 9

Rozalie Hirs (*1965) publiceert zowel als dichteres als als componist. Van zo iemand verwacht je een combinatie van de beide disciplines, en daarvan zijn in haar werk vele voorbeelden te vinden, getuige haar uiterst informatieve website. Op deze cd vinden we echter louter instrumentale werken, met voorop het 18 minuten durende werk Platonic ID voor 13 instrumentalisten.

Hirs studeerde aan het Haags conservatorium, maar zij is geen adept van de nieuwe Haagse school. dat heeft zijn oorzaak in het feit dat zij aansluitend gestudeerd heeft aan de Columbia University in de VS, bij de Franse componist Tristan Murail. Murail behoort met Grisey en Vivier tot de zogenoemde spectrale componisten, een richting die zich bezighoudt met het uitbenen van één enkele klank. Interessant is ook dat Hirs eerst een opleiding tot scheikundig ingenieur voltooide, voor zich aan de muzen te wijden. Haar muziek is ongetwijfeld daardoor streng georganiseerd, al hoef je je daar als luisteraar niet mee bezig te houden. Wat we te horen krijgen is moeilijk te omschrijven, maar als we de rechttoe rechtaan houding van de Haagse school combineren met het gevoel voor kleur van de spetralisten komen we enigszins in de buurt. In dit geval biedt de website van Rozalie echt uitkomst, want van alle stukken op deze cd is een flinke portie als mp3 te beluisteren. De werken zijn op maat van de uitvoerenden – percussionist Arnold Marinissen, pianist Dante Oei, violiste Anna McMichael en het Asko Ensemble – geschreven, en zo klinken ze ook. Alweer een veer in de hoed van het eenmanslabel Attacca van Sieuwert.

Luister, Tijdschrift over klassieke muziek, september 2007


2001/06/20

Book of Mirrors (2001)

Book of Mirrors (2001) (muziek: Rozalie Hirs; beeld: Joost Rekveld)

Het muziekstuk Book of Mirrors door Rozalie Hirs heeft als onderwerpen spiegeling en het natuurlijke verschijnsel frequentie-additie, dat optreedt in het oor. Bij de waarneming van een interval van twee tonen ‘hoort’ het oor er andere frequentie’s bij, t.w. de optelsommen van de frequentie’s van de 2 tonen dan wel van hun boventonen. De frequentie’s van de boventonen zijn hierbij veelvouden van de basisfrequentie’s. Hirs heeft dit verschijnsel losjes vertaald met behulp van het de computersoftware Open Music (IRCAM), en zo harmonisch materiaal, accoorden, gegenereert uit intervallen.
De film #23.2/Book of Mirrors door Joost Rekveld is de eerste versie van een film die deel gaat uitmaken van een cyclus van vijf films over licht. Deze films zijn geïnspireerd door de optica van de middeleeuwen en renaissance, waarin licht niet werd gezien als iets wat kon bestaan los van het menselijk oog. De beelden van ‘Book of Mirrors’ zijn gemaakt met behulp van een optische opstelling waarin het licht via spiegels en kleine kiertjes direct doorsijpelt op de gevoelige laag van de film. Op deze manier probeert Rekveld het traditionele perspectief te ontwijken dat inherent is aan afbeeldingen met lenzen en in te zoomen op de aard van het bewegend licht zelf.
Film en compositie zijn in nauwe samenwerking tussen de filmmaker en de componist tot stand gekomen. De globale tijdsstructuur is gebaseerd op verhoudingen van priemgetallen. Deze verhoudingen keren via een soort kaleidoscopische spiegeling op alle niveau’s terug. Zo bepalen zij de lengte-verhoudingen van de delen, maar ook bijvoorbeeld het harmonische materiaal, en de lokale pulsverhoudingen.

Book of Mirrors (2001) (music: Rozalie Hirs; image: Joost Rekveld)

#23.2/ Book of Mirrors, commisioned by the Asko Ensemble for Soundscreen (Holland Festival 2001), is a collaboration project by abstract film maker Joost Rekveld and composer Rozalie Hirs. Its subjects are mirror images and prime numbers which are kaleidoscopically translated to all levels; they appear in the global time structure of both film and music, in the lengths within the movements of film and music, in frequency relationships and local pulse relationships within film and music, determining basic generating intervals and leading to further pitch materials (i.e. chords) in the music, as well as the use of colour in the film.
The composition Book of Mirrors investigates the psychoacoustic phenomenon of frequency addition, naturally occurring in the human auditory system during simultaneous perception of two pitches. Basic generating intervals are translated into chords through frequency calculations (frequency additions, ring modulation) performed in Open Music software of Ircam, France.
The film #23.2/ Book of Mirrors deals with the multiplication of light beams through mirrors and kaleidoscopes. Through the interplay of light waves and without the involvement of lenses, the images materialize directly onto the emulsion. Because this film avoids the traditional perspective inherent to the use of lenses commonly employed to reproduce a scene outside the camera, #23.2/ Book of Mirrors investigates the properties of moving light itself.

for 19 instruments
first performance Soundscreen Project, Holland Festival, Stadsschouwburg, Amsterdam, June 20, 2001 – Asko Ensemble with Stefan Asbury (conductor), live performance to film #23.2 by Joost Rekveld
instrumentation Fl, Ob, Cl, Fg, Cor, Trp, Tb, Arp, El Gt, Pf, 2Perc, 2Vln, 2Vla, 2Vc, Cb
commissioned by the Asko Ensemble and the Dutch Fonds voor de Scheppende Toonkunst
Boris and Edna Rapaport Prize (first prize for composition), Music Department, Columbia University, New York, May 2002
duration 12’ ca.



Jean Thorel, ein tag, Ard Posthuma, IRCAM, Toon Tellegen, Richard Ayers, Margot Dijkgraaf, Johan de Boose, Poëziecentrum, Godelieve Schrama, Ernestine Stoop, Deuss Music, dreams of airs, Carl de Strycker, Speling, Louis Andriessen, greenroom players, Takao Hyakutome, Concertgebouw, zingen, Mark Menzies, Marco Blaauw, Marc Reichow, Zaterdagmatinee, Reinbert de Leeuw, Preludium, DWB, Lyrikline, The Cricket Recovers, Venus, Fedde ten Berge, Cathy Van Eck, Athelas Sinfonietta Copenhagen, Logos, Jaap Blonk, Bert van Herck, Wonderfeel, Nora Fischer, Kunsttempel, Filip Rathé, Edwin Fagel, hochroth Verlag, Spectra Ensemble, mediations, Boris Tellegen, Sounds of Music, Sacro Monte, Geert Jan Mulder, Etienne Siebens, Sonar Quartett, Tijd en Sintel, Kars Persoon, Book of mirrors, Attacca Productions, Marché de la Poésie, Formalist Quartet, Klangforum Wien, Atlantis, Poëziekrant, James Fei, Alain Delmotte, The honeycomb conjecture, parallel world [breathing], Musikfabrik, Keiko Shichijo, Stamboom, Jeroen Dera, Arbre généalogique, Michaël Snitker, parallel world and sea, Festival van Vlaanderen, parallel sea [to the lighthouse], Bridge of Babel, Jan Kuijper, Family Tree, Daniel Cunin, Stichting Huygens Fokker, Piet Gerbrandy, Letterenfonds, Infinity Stairs, Philip Thomas, Marieke Franssen, Concertgebouworkest, Bas Wiegers, article 1 to 3, Bert Palinckx, Meditations, Holland Festival, Jorinde Keesmaat, Amsterdam Sinfonietta, Platonic ID, Dante Boon, Paul Craenen, Bauwien van der Meer, Klankinstallatie, Johannes Fischer, Van Doesburghuis, article 4, Klankenbos, Paris, article 0, article 8, Roseherte, Bozzini Quartet, article 6, Luisterhuis, Curvices, Daniela Seel, Cox & Grusenmeyer, Yvan Vander Sanden, gestammelte werke, Kim Andringa, article 7, Donald Gardner, Arnold Marinissen, Guido Tichelman, Muziekgebouw aan't IJ, KOOKbooks, Casper Schipper, Vlaams Fonds voor de Letteren, gestamelde werken, Geluksbrenger, Zenit, November Music, Joost Baars, Wiek Hijmans, Samuel Vriezen, strijkkwartet, Uitgeverij Vleugels, Fie Schouten, ASKO|Schönberg, verdere bijzonderheden, Fonds Podiumkunsten, Perdu, Machiel Spaan, Donemus Publishing, Uitgeverij Querido