Rozalie Hirs

Tag archief: Uitgeverij Querido

2019/01/01

Silent Poetry – OBA is jarig!

Op vrijdag 8 februari 2019 viert de Openbare Bibiliotheek Amsterdam (aka OBA) haar honderdjarig bestaan met een VIP event en Silent Poetry programma. Vanaf 17:00 uur beluisteren de gasten in kleine groepen naar live poëzielezingen door Amsterdamse dichters, waaronder Rozalie Hirs. Het feestje wordt afgesloten met een receptie.


2019/01/01

Lezing poëzie en interactiviteit – HKU

Op 16 januari 2019 van 12:30 tot 14:30 uur presenteert Rozalie Hirs op de Hogeschool voor de Kunsten (HKU), Utrecht, een lezing en workshop over haar poëziebundels en digitale gedichten. Deze lezing is onderdeel van een curcus door Corina Breukink-Prosper over hedendaagse dichters.


2019/01/01

Literaire salon – Schimmelpennink

Op zondag 1 januari 2019 presenteert Boekhandel Schimmelpennink een nieuwe editie van zijn befaamde literaire salon. Te gast zijn Hannah van Binsbergen, Rozalie Hirs, en Hans Aarsman. De gasten dragen voor uit hun werk en worden geïnterviewd door Karin van As.

Programma:
16:00-16:30 Hannah van Binsbergen
16:30-17:00 Rozalie Hirs
17:00-18:00 eetpauze
18:00-18:30 Hans Aarsman

Wil je de salon bijwonen? De literaire salon van Schimmelpennink is meestal uitverkocht; meld je even aan om zeker te zijn van een plaatsje. Aanmelden kan via e-mail salon@schimmelpennink.nl of telefoonnummer 020 – 6230961. Download aankondiging [PDF].


2018/11/27

Rozalie @ lyrikline.org

Sinds vandaag zijn een tiental van mijn gedichten toegevoegd aan lyrikline. Veel lees- en luisterplezier!

Met bijzondere dank aan Heiko Strunk, Lyrikline & Haus für Poesie, Berlin, en Thomas Möhlmann. Amsterdam, 27 november 2018

Lijst van opgenomen gedichten | vertalingen

een dag | vertalingen: de en fr lt es ru sq sv zh

[vandaag probeer ik hartgrondig steeds opnieuw] | vertalingen: de ru sv

[de dag rolt de straat op] | vertalingen: de ru sr sv

stamboom | vertalingen: de en es fr lt ru sv zh

dagelijks | vertalingen: de es fr lt sv

wetmatigheden | vertalingen: de en fr sq sv

tuimelaar | vertalingen: de es fr lt ru sr sv

snelheid traagheid | vertalingen: de sr sv

in één adem | vertalingen: de fr sq sr sv

es will und willst du [6] | oorspronkelijke taal: de

es will und willst du [7] | oorspronkelijke taal: de

 

bibliografie

verdere bijzonderheden. Amsterdam: Querido, 2017. ISBN 978-90-214-0857-6. 56 pages.

gestammelte werke (Dutch, English, German: original languages; German translation: Daniela Seel, Rozalie Hirs, Ard Posthuma; French translation: Henri Deluy, Kim Andringa, Daniel Cunin; Spanish translation: Diego Puls; English translation: Donald Gardner, Willem Groenewegen, Moze Jacobs; Russian translation: Nina Tarhan Mouravi; Swedish translation: Boerje Bohlin; Chinese translation: Aurea Sison; Albanian translation: Papleka Anton; Serbian translation: Jelica Novaković; Croatian translation: Radovan Lucic; Lithuanian translation: Ausra Gudaviciute, Gytis Norvilas), Berlin: kookbooks, 2017. Germany. ISBN 978-39-374-4567-0. 240pp. Buy at Amazon.

Rozalie Hirs: gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012)gestamelde werken. Amsterdam: Singeluitgeverijen|Querido, The Netherlands, 2012. ISBN 978-90-214-4243-3. 88 pages.

Rozalie Hirs: Geluksbrenger (Amsterdam: Querido, 2008)Geluksbrenger. Amsterdam: Singeluitgeverijen|Querido, The Netherlands, 2008. ISBN 978-90-214-3503-9. 76 pages.

Rozalie Hirs: zivot mogucnosti (Banja Luka: Korice, 2014)život mogućnosti (Serbian, Croatian translation: Jelica Novaković, Radovan Lučić). Banja Luka: Kuća Poezije/Biblioteka Prevodi, Bosnia & Herzegovina, 2014. ISBN 978-99-955-8050-6. 124 pages.


2018/07/01

Poëzielezing, IJsselsalon, Zutphen

Joost Baars en Rozalie Hirs zijn uitgenodigd om tijdens de IJsselsalon op zondag 1 juli 2018 om 15:00 uur voor te lezen uit eigen werk. De IJsselsalon, Zutphen, werd geïnitieerd door beeldend kunstenaar Stef Kreymborg en musicus Remko Kraamwinkel. Jos van Hest presenteert de middag en interviewt de dichters. De afbeelding toont Kreymborg en haar werk Ivy. Wees welkom!


2018/06/08

Zingen in tongen [recensie door Alain Demotte]

Op De schaal van Digther is net een nieuwe recensie door Alain Delmotte verschenen: ‘Zingen in tongen – over de poëzie van Rozalie Hirs’. Dit fijnzinnige stuk met de lengte van een doorwrocht essay behoort tot de mooiste recensies die er over mijn poëzie zijn geschreven. Delmotte begint als volgt:

Wat mij telkens weer, bundel na bundel, verrast is haar argeloosheid, die de vorm aanneemt van een aanstekelijk enthousiasme en welmenende nieuwsgierigheid. Wat als gevolg heeft dat ze zich in haar werk, zonder pathetische kwellingen en in alle frisheid, voortdurend vragen stelt over het hoe, het wat en het waarom van, in dit geval, de poëzie.

In elk van haar bundels doet ze iets dat je niet had verwacht. Iets wat uit de ‘toon’ valt. In haar recentste bundel verdere bijzonderheden (wel degelijk zonder hoofdletter – heel de bundel door blijven hoofdletters afwezig) lezen we een gedicht dat ‘polysynthetisch sneeuwalfabet (sneeuwdroom anno 2071)’ heet. Een tekst (die qua vormgeving (niet stilistisch) een beetje uit het geheel van de bundel valt) die getuigt van wat ik daarnet als ‘nieuwsgierigheid’ aanduidde en die hier vertaald wordt in lichte, bijna naïef aanvoelende experimenteerzucht en inventiviteit.

Verderop zegt hij:

Hirs brengt taal in beweging, duwt haar zo veel mogelijke alle richtingen uit, voorziet haar van bestemmingen. De gedichten uit de openingscyclus ‘bewegingslijnen’ brengen het bewegingsproces in beeld, in taal, in kaart. Het allegorisch karakter laat zich merken in het beeld van ‘de pelgrimage’. Van die pelgrimstocht is de openingscyclus het verslag. Het is een verkenningstocht, een afdaling, een beklimming. En een inwijding waarbij de dichter wellicht uit ‘de walnoot’ van concepten probeert te breken. (‘Walnoot’ is een woord dat in deze cyclus een paar keer opduikt.) Fysieke gewaarwordingen, herinneringen, zinsbegoochelingen, opwellingen, dromen en nachtmerries trekken hun sporen in deze teksten (die zich afspelen in onder meer de hedendaagse grootsteedse wereld en de daarbij horende (sub)culturen). We vinden er ook het voor Hirs typerende spanningsveld ‘voelen en denken’ (die een onverbrekelijke twee-eenheid vormt) in terug. Een thematiek die zich overigens over de hele bundel uitstrekt.

De volledige tekst is ook hier te lezen.


2018/06/01

verdere bijzonderheden [bespreking omslagontwerp, Volkskrant]

Een primeur: het omslagontwerp door Michaël Snitker voor de dichtbundel verdere bijzonderheden (Amsterdam: Uitgeverij Querido, 2017) staat vandaag in de Volkskrant. Het betreft een korte, kleurrijke beschouwing door Erik van den Berg over nieuwe en oude boekontwerpen: Zuurstok: zoete kleuren rukken op in de boekwinkel, ook bij onzoete stof. Zie onder voor de volledige tekst. Bezoek de Volkrant online voor het bijbehorende beeldmateriaal.
(meer…)


2018/04/01

Lof van Ton Naaijkens voor gestammelte werke (2017)

Ton Naaijkens, hoogleraar Duitse letterkunde en Vertaalwetenschap, opent het recente jubileumnummer van Tijdschrift Filter met het artikel “Het vertaaljaar 2017 – De betrokken vertaalhemel”, waarin hij de vertaaloogst van 2017 bespreekt. Over gestammelte werke (Berlin: kookbooks, 2017) zegt hij:

Ik zit overduidelijk in de streng van de zonneschijn en wijs enthousiast op een publicatie van Rozalie Hirs. Bij de Duitse uitgeverij kookbooks verschenen haar Gestammelte Werke. Het gaat om een oorspronkelijke bundel van de dichteres in het Nederlands en elf andere talen, allemaal in één bundel tegelijk: “We zijn taalwezens, doen taal na, altijd in wording,” vertaal ik haar Duitse toelichting en citeer dus in één moeite door mezelf en Rozalie Hirs. “We veranderen haar, de taal, en onszelf door te spreken (en te schrijven), in het voelen-denken, in het waarnemen, in de uitwisseling. We ervaren onszelf in de wereld, in het spreken, in het woordtasten, en -proberen.” Meer dan elf vertalers wagen zich aan de teksten, onder hen Rozalie Hirs, die samen met kookbookskoningin Daniela Seel zichzelf vertaalt. Over feest gesproken, weg met alle donderwolken […] (Ton Naaijkens, Filter, Vantilt, 2018)

(meer…)


2018/02/06

Vrijheid van inkt [essay over Logos (2002) door Jeroen Dera]

Logos (2002) is als één van de Bundels van het nieuwe millenium (Nijmegen|Gent: Vantilt|Poëziecentrum, 2018) besproken door Jeroen Dera (1986) in zijn essay ‘Vrijheid van inkt’. De zeer interessante keuze van juist deze vroege bundel verklaart Dera als volgt:

Dilemma: welk werk van Rozalie Hirs (Gouda, 1965) kies je als je de bijzonderheid van haar 21e-eeuwse dichterschap in de verf wilt zetten? Haar meest enthousiast ontvangen bundel gestamelde werken (2012)? Of haar derde bundel [Speling] (2005), omdat de dichter daarin voor het eerst de poëtische vorm op scherp stelt? Of toch de opvolger Geluksbrenger (2008), omdat deze van de zes bundels het sterkst Hirs’ achtergrond als musicus en componist laat zien?

Nee: als uitgangspunt voor een bespiegeling over de poëzie van Rozalie Hirs kan het best haar tweede bundel dienen, Logos (2002). Het is het eerste werk dat de dichter publiceerde na de millenniumwende, als opvolger van haar debuut Locus (1998). […] Logos is vooral zo’n belangerijke schakel in het oeuvre van deze dichter, omdat Hirs hier de stap zet naar de meer conceptuele en multimediale benadering van poëzie die ook zo kenmerkend is voor haar latere werk.

Een nieuwe generatie neerlandici, literatuurwetenschappers, critici bespreekt verder bundels van onder meer Paul Bogaert, Anneke Brassinga, Arjen Duinker, Astrid Lampe, Leonard Nolens, Nachoem Wijnberg, Anne Vegter, Menno Wigman, Alfred Schaffer, Maud Vanhauwaert, Peter Verhelst. Bestel het boek hier.


2018/01/31

Awater Poëzieprijs 2018 [kanshebbers]

Marije Langelaar wint de Awater Poëzieprijs 2018 voor haar prachtige bundel Vonkt en Joost Baars wint de VSB Poëzieprijs 2018 voor zijn ontroerende Binnenplaats. Wat een poëzieweek!

verdere bijzonderheden bleek, tot mijn stomme verbazing, ook kanshebber voor de Awater poëzieprijs 2018 te zijn geweest. Duizend dank aan Edwin Fagel en Joost Baars voor hun aanbeveling en voor het feit dat zij deze late bundel, verschenen op 23 november 2017, zo razendsnel gespot en gelezen hebben.

“Er zijn maar weinig bundels die ik meteen bij verschijnen verslind. Dit is zo’n bundel. Het lijkt één en al deconstructie, maar Rozalie Hirs is een de dichter van de nataliteit, van het meest radicale ‘ja’ dat ik ken. En verdere bijzonderheden is gewoon wéér beter dan haar vorige. Wat een oeuvre wordt dat.”
(Joost Baars, Awater, Winter 2018)

“Ik hou van de speelse, muzikale en tegelijk betekenisvolle poëzie van Hirs. In deze bundel zijn haar gedichten bij alle vormvastheid bijzonder springerig en spannend.”
(Edwin Fagel, Awater, Winter 2018)

Fijn ook om zo gebroederlijk naast Tonnus Oosterhoff en Joost Baars op de pagina te staan. Zie onder voor de volledige lijst kanshebbers (persbericht 11 januari 2018).


2018/01/23

‘zes bestemmingen’ [recensie door Edwin Fagel, Awater]

In Awater vond ik vandaag de recensie ‘zes bestemmingen’ door Edwin Fagel. Met een aantal wonderlijke, ook voor mij verrassende, inzichten: de opsomming als stijlfiguur, ‘de ruimte’ of ‘het lichaam in de ruimte’ als centrale thematiek, het afwezige in het aanwezige.

Zes bestemmingen

Wanneer je verdere bijzonderheden, de zesde bundel van Rozalie Hirs, openslaat, begint direct een duidelijke stem te klinken. Een bescheiden, maar heldere stem, die de muzikaliteit (en de semantiek) van de taal optimaal uitbuit. Bijvoorbeeld door in de reeks bewegingslijnen de opsomming als een stijlfiguur in te zetten. Het levert een wonderlijk soort precisie op: “neem dan een latte op weg, een sapje, biertje, spa”.

Het openingsgedicht is feitelijk een uitleg van hoe de reeks werkzaam is en laat ook zien waarom dat zo is:

markeer zes bestemmingen naar keuze op de kaart
[…]
voeg één pad toe dat alle plaatsen met elkaar verbindt,
bij voorkeur over de kortst mogelijke afstand.

Wie het consistente oeuvre van Hirs volgt, weet dat ruimte een fascinatie van de dichter is, preciezer: de aanwezigheid van het lichaam in die ruimte. Het eerste dat bij verdere bijzonderheden opvalt, ten opzichte van de eerdere bundels, is de vormvastheid. Het maakt de gedichten op een bepaalde manier concreter, intenser. Lichamelijker. In een gedicht als ‘van roos tot enig glaswerk’ vindt een kenmerkende beweging plaats: de humor van de regels zijn verrassend omdat het gedicht er zo ernstig uitziet, en de toon zo verheven is:

wie drinkt er uit jou, fluitglas, je kleurloze kelk op aquamarijnblauwe vleugelstam
in de vorm van een acht, met aan weerszijden vleugels, als een engel, vogel

De ernst, vervolgens, die achter die humor schuilgaat, verrast evenzeer: de vraag naar het ‘wie’ wordt steeds dringender gesteld, waardoor de nauwgezette beschrijving van het aanwezige een afwezigheid benadrukt.

Maar dit is slechts één van de bewegingen, één van de bestemmingen op de kaart. De bescheidenheid van de titel (die immers suggereert dat het belangrijkste al voorbij is) is bedrieglijk. De gedichten zijn met recht ‘bijzonderheden’.

Edwin Fagel, Awater, 23 januari 2018 (Winter 2018)


2018/01/16

‘Voelen slokt denken’ [recensie door Remco Ekkers, Tzum]

Vandaag vond ik op Tzum deze fijne open lezing door Remco Ekkers van verdere bijzonderheden. Ekkers beschrijft zijn leerervaring, wat maakt hij mee?

Voelen slokt denken

We nemen een kaart van bijvoorbeeld Japan en we kiezen zes bestemmingen, bijvoorbeeld Nagasaki, Hiroshima, Okayama, Osaka, Kyoto, Tokio. Al die plaatsen hebben een eigen geschiedenis, leeftijd, omgeving, inwonertal en verschillende eetgelegenheden. In Hiroshima kun je bijvoorbeeld in Okonomi-Mura een soort pizza eten.
We beginnen bijvoorbeeld in Huis ten Bosch – die plek noemen we en trekken zes paden naar die zes bestemmingen. Dat zijn dus zesendertig wegen. We voegen nog één pad toe dat de zes plaatsen verbindt; de kortste weg, maar die wordt gehinderd door bergen, rivieren, binnenzeeën. Je moet goede wandelschoenen hebben, een rugzak en voor onderweg een tent, een slaapzak, misschien een geweer.

We hebben nu gedaan wat het eerste gedicht van de afdeling bewegingslijnen van de bundel verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs voorstelt. Je kunt ook naar het noorden van Canada of naar China.

Het gedicht bestaat uit drie terzinen met regels van vergelijkbare lengte. Het tweede gedicht bestaat uit twee quintetten. Wat opvalt in de reeks is het aantal punten:

naast een jonge berk. op 1 mei. in een maisveld. wanneer het regent.
in een auto, niet noodzakelijkerwijs zonder dak. door een verrekijker.
gedroomd. zeer langzaam, zonder contactlenzen in. indien gewenst.
alleen. dan.

Het geheel heeft een opgewekt, monter karakter. Zo gaan we op weg. We gaan dat doen. Het pad dat we kiezen is voor ons. Er is stof, er zijn “slangen en glinsterend zand”. Vanwege die slangen besluiten we vannacht niet buiten te kamperen. We hebben enge dromen, maar de volgende morgen eten we pannenkoek met stroop en boter en vertelt de moteleigenaar over een film van lang geleden.

De afdeling telt twintig gedichten, afwisselend terzinen, kwatrijnen en quintetten. Er wordt geen verhaal verteld. De verzwegen ik reist niet door Japan. Er is een je-figuur en een ander. Er wordt gekust, in bad gegaan, een modern museum bezocht, friet gegeten, “zeg maar” gezegd. Taal klinkt als muziek, soms met een dissonant. Woorden verwijzen naar werkelijkheden, dromen, herinneringen. De lezer moet het lezen en herlezen, hardop, misschien proberen te zingen.

In de volgende afdeling je andere onophoudelijk vinden we drie gedichten zonder interpunctie. Je zou de dichteres moeten horen voorlezen, zodat je sommige syntactische pauzes zou kunnen ontdekken:

vult modder een holle weg wanneer een schaduw pasgeboren
lucht het water kust die bloedkring was rond de maan daar een kind
in melksteen zit naast stapels vlekken de droom en ochtend blauw
en breekbaar vinden van dauw krakende botten met glasgordijnen
het dier beademen dat naar verdwenen handen kijkt

In varens krijgen we zeer concreet te lezen hoe en wat varens zijn. We kennen ze uit onze bossen, maar varens en varenachtigen komen over de hele wereld voor. Er zijn duizenden verschillende soorten. In het bijzonder zijn ze overvloedig aanwezig in tropische of gematigde regenwouden, niet verwonderlijk omdat ze van vocht houden. De dichteres zag in Venezuela de meest exotische exemplaren. De vier gedichten zijn opgedragen aan Stefan Hertmans, die wellicht haar fascinatie deelt.

Na oneindig breekbare, gedichten met een titel, komt nog een sneeuwalfabet, wit op zwart, een sneeuwdroom anno 2017 met allerlei sneeuwwoorden van a tot z, waarbij sommige letters ontbreken omdat er geen sneeuwwoorden mee te vinden waren en tenslotte zeg liefde, vier liefdesgedichten, Grieks-mythologisch, dionysisch, dronken van liefde:

het heerlijkst leeft wie zonder besef en zonder verstand bijna
geen verdriet heeft om direct daarna te verwelken of bloeiende
schoonheid te verschrompelen

Rozalie Hirs viert het leven in deze bundel: zintuiglijk, zingend, maar ook schrijft zij:

geluk treedt dan pas volledig in als voelen denken haar oorspronkelijke
lichaam verliest en onsterfelijkheid ontvangt tot zover ben jij liefde

zowel verankerd in het lichamelijke als boven het lichamelijke verheven
het onzichtbare boven het zichtbare wat geen oog heeft gezien

geen oor heeft gehoord wat in geen hart hoofd is opgekomen
al wat het onbekende heeft bereid voor mensen die liefhebben

dat ben jij die door de overgang naar het andere leven
niet wordt weggenomen maar wordt vervolmaakt

Remco Ekkers, Tzum weblog, 16 januari 2018
Recensie: Rozalie Hirs – verdere bijzonderheden

Gerelateerde berichten
VPRO Dichterbij [aankondiging door Rieuwert Krol, Tzum, 11 april 2016]
Uitslaande Vleugels [recensie door Jane Leusink, Tzum, 3 oktober 2012]


2018/01/13

Tip van Joost Baars, Algemeen Dagblad

Tot en met 11 februari 2018 is het de Maand van de Spiritualiteit in de boekhandel. Zeven boekverkopers geven hun tips van recent verschenen boeken met een hoog spiritueel gehalte. In het Algemeen Dagblad noteert Nadine Ancher hun bevindingen. Joost Baars vraagt onder meer aandacht voor de dichtbundel verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs:

Zij bouwt stilletjes aan een bijzonder oeuvre. In haar werk klinkt altijd de hele kosmos door, waarbij het de vraag is of we te maken hebben met maar één kosmos, of meerdere. Toch is verdere bijzonderheden misschien wel haar meest aardse bundel, haar meest lichamelijke ook, waarin opmerkelijk veel gedichten over geboorte gaan. Elke vezel van Hirs’ dichterschap zegt ‘ja’ tegen de wereld waarin we worden geworpen.

(Joost Baars, Algemeen Dagblad, AD/ BN De Stem, Breda, 13 januari 2018. Citaat uit het artikel ‘Nabestaanden en natuurgoden’ door Nadine Ancher) photo ©2016 Tessa Posthuma de Boer


2017/12/30

‘Kies je vrijheid – en wel nu’ [recensie door Dieuwertje Mertens, Parool]

Vandaag, op de één-na-laatste dag van het jaar, verscheen een recensie over verdere bijzonderheden in het Parool: ‘Kies je vrijheid – en wel nu’ door Dieuwertje Mertens. Ben heel blij met haar positieve lezing van het leeuwendeel van de bundel, de serie bewegingslijnen, een roadtrip over een denkbeeldig continent: “Ze geeft de lezer veel autonomie, binnen de kaders die ze zelf heeft geschapen” en “Wat haar poëzie verrassend en goed maakt, zijn de tegenstellingen: op directieve toon benoemt ze de vrijheden, ondanks de haastige toon, en heeft ze oog voor detail. Ze combineert formeel taalgebruik met intieme zaken.”

Kies je vrijheid – en wel nu
Hirs’ poëzie moet je hardop ontdekken: ‘Zing op steeds andere wijze’

Rozalie Hirs (1965) is niet alleen dichter, maar ook componist. Het is dan ook niet verrassend dat op de achterflap van haar zesde bundel verdere bijzonderheden de aanwijzing staat om de gedichten ‘hardop te ontdekken. (…) Zing op steeds andere wijze. Op eigen tempo, adem, voelend denkend door de eigen stem.’

De partituur is niet vastomlijnd. De regelafbreking is willekeurig, soms zijn er strofes, soms niet. Hirs maakt wel gebruik van leestekens, maar omdat punten niet worden gevolgd door hoofdletters, zijn ze niet dwingend. Ze geeft de lezer veel autonomie, binnen de kaders die ze zelf heeft geschapen:

markeer zes bestemmingen naar keuze op de kaart
van je keuze, elk met een heel eigen geschiedenis, leeftijd,

Hoewel de lezer aan de hand van de zes gekozen bestemmingen zijn eigen route mag bedenken, is de toon directief

pak je rugzak.
wat neem je mee – tent, slaapzak, geweer?

Het begint goed. Daar gaan we, op avontuur met Hirs. In de eerste cyclus bewegingslijnen neemt ze de lezer mee naar motelkamers, vluchtroutes, rotsen, een museum.

Ze schakelt soepel van beelden naar ervaringen naar herinneringen:

sporen van liefde. in de wasbak je zeep, scheerschuim. in de lade je sokken.
op de vloer de vieze. schrijven ‘jij’ in de kamer. niet echt jij . hij evenmin.
buiten zichzelf. ben jij. schim van beweging. alweer. rilt. een buitenissig rillen

voorbij de tijd. toont een jonge kelner zijn sixpack aan meisjes – zonovergoten
god die almachtige golven berijdt. hoog, heel high. giechelen meisjes dan tilt
een denkbeeldige surf ze op, allemaal tegelijk. tolt licht rond, in het rond.

De jachtige associaties van Hirs lijken soms op steno. Wat haar poëzie verrassend en goed maakt, zijn de tegenstellingen: op directieve toon benoemt ze de vrijheden, ondanks de haastige toon, en heeft ze oog voor detail. Ze combineert formeel taalgebruik met intieme zaken:

word gekust, indien gewenst op de mond.

Na die eerste cyclus zakt de bundel een beetje in. Misschien was de bundel wel sterker geweest als hij alleen uit bewegingslijnen had bestaan. Er volgt onder meer een ode aan varens, een ode aan de liefde en het opsommende polysynthetisch sneeuwalfabet. De gedichten zijn zintuiglijk en eerder reflectief dan associatief.

Avontuur is niet langer het doel. De ijzersterke eerste cyclus wordt niet meer geëvenaard. De reis voert nu richting het einde. Onbezonnen vrijheden maken plaats voor levenslessen: geen oor heeft gehoord wat in geen hart hoofd is opgekomen.

Dieuwertje Mertens, Parool, 30 december 2017


2017/12/28

‘Gedichten om hardop van te genieten’ [recensie door Eric van Loo, Meander Magazine]

Vandaag vond ik een fijne recensie door Eric van Loo op Meander Magazine over verdere bijzonderheden: ‘Gedichten om hardop van te genieten’, Meander Magazine, December 2017. Hier een citaat van deze verwonderde lezer, vol verrassende inzichten:

“Tijdens het lezen van verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs kwam ik er al snel achter, dat er van de lezer een andere leeshouding gevraagd wordt. Mede door het witte winterlandschap van begin december werd mijn aandacht als eerste getrokken door het ‘polysynthetisch sneeuwalfabet’, dat ergens aan het eind van de bundel met witte inkt op zwarte bladzijden is afgedrukt. De ondertitel ‘[sneeuwdroom anno 2071]’ doet vermoeden, dat het gedicht in een verre, sneeuwloze toekomst is gedacht. Twee bladzijden lang lezen we een opsomming van de meest uiteenlopende sneeuwfenomenen. Ongewone poëzie, maar gezien de regeleindes ook niet echt een prozagedicht te noemen:

(…) Dat hardop voorlezen werkt, maar het is nog niet zo eenvoudig. Waar adem te halen? Waar pauzes te nemen, welke woordgroepen horen bij elkaar? Net zoals bij het spelen van een muziekstuk vanaf blad vergt het voorlezen een paar keer oefenen. Misschien is dat wel de bedoeling van de dichter, die tevens componist is. Op Spotify kan ik slechts één track van haar vinden. Maar dat is wel een sleutelstuk. Luister maar even mee: is dit muziek, is dit poëzie? De tekst is niet volledig verstaanbaar, maar duidelijk is dat de twee stemmen door de ritmische voordracht de woorden tot klanken reduceren, en dat anderzijds door de voordracht de woorden een andere betekenis krijgen. Terugkerend naar het sneeuwfragment krijgt de tekst een bezwerend karakter, waarbij de woorden kriskras als sneeuwvlokken naar beneden dwarrelen.

Naast het genoemde sneeuwgedicht bestaat verdere bijzonderheden uit vijf afdelingen. De afdelingen ‘bewegingslijnen’, ‘je andere onophoudelijk’, ‘varens’ en ‘zeg liefde’ zijn feitelijk gedichtenreeksen, die elk uit een aantal genummerde gedichten bestaan. Alleen de afdeling ‘oneindig breekbare’ bestaat uit gedichten die met een eigen titel in de inhoudsopgave vermeld staan. De thematiek van deze gedichten is wisselend. Centraal lijkt te staan het mens-zijn, waarnemen en waargenomen worden. Misschien verwijst ‘oneindig breekbare’ naar de kwetsbaarheid van het mens-zijn, zoals verwoord in ‘Fragile’ van Sting: ‘On and on the rain will say / how fragile we are’.

Het ontbreken van hoofdletters en interpunctie maakt deze tekst niet zo makkelijk te duiden. Die meerduidigheid is natuurlijk opzettelijk. De condition humaine zelf is immers raadselachtig en ongrijpbaar. Ik lees, dat de mens ‘zomaar zijnde’ is en ‘verschijnend aan iemands zijn’. Maar is het laatste woord van de tweede strofe wel een werkwoordsvorm? Als we doorlezen staat er opeens ‘zijn of haar werkelijkheid’. Als mens ‘toon je dat aan levenden die zich tonen’, zijn we subject en object tegelijk. In ‘verschijn en wezen’ uit dezelfde afdeling lezen we iets vergelijkbaars: ‘niets verschijnt zonder dit waarnemen / van wie dan ook – hoe dan ook vindt verschijnen plaats / en geen zijnde – voor zover het verschijnt – bestaat in enkelvoud’.”

Lees verder op Meander Magazine.


2017/12/22

Tip in De Standaard, België

Johan de Boose tipt gestammelte werke (Berlin: kookbooks, 2017) van Rozalie Hirs vandaag in De Letteren, De Standaard, België, op de vraag “Welk boek uit 2017 verdient meer aandacht?”. Met dank aan Gie Devos, die me dit stukje opstuurde! De Boose:

Gestammelte Werke, poëzie van de dichteres/componiste Rozalie Hirs. Het is een prachtige verzameling gedichten, uitgegeven dor de Berlijnse uitgever kookbooks, maar het is meertalig (elf talen, waaronder Nederlands). Een speels en tegelijk urgent boek. Een boek dat grenzen opheft, een Europees statement.


2017/11/27

Yes, the void!

Op 27 november 2017 publicieert het online kunst en literatuurmagazine Yes, the void! het volgende gedicht door Rozalie Hirs, gekozen uit haar deze week verschenen bundel verdere bijzonderheden (Amsterdam: Uitgeverij Querido, 2017).

gerede hemelen

reizen door een oneindig bewijs van gerede hemelen of onvolkomen
heden aardediep uit haar spiegel gefiguurzaagde verleiding

die alfabetswandeling onder verliefden langs rozen en lucht
op hun mooist als een reiziger hier onverwacht aan beantwoordt

op de vlucht werkt als vanzelfsprekende ontmoeting die verboden
schrijvers uit vrijheid geklaarde onmogelijkheid in de eigen naam te verkeren

een beeld binnenlaten zomaar uit interesse voor het onbekende
dat wij natuurlijkerwijs bezitten of enig verlangen onvolkomen

nieuw als een mysterie of een engel die lijkt op een mysterie
op het gedachte gevoelde schijnt

©2017 Rozalie Hirs
verdere bijzonderheden (2017)


2017/11/26

‘je komt uit het niets’ gedicht van de dag, Laurens Jz Coster

Op 26 november 2017 is ‘je komt uit het niets’ (uit: verdere bijzonderheden, querido, 2017) door Laurens Jz Coster gekozen als gedicht van de dag. Het vormt als zodanig onderdeel van de dagelijkse e-mailing en het Laurens Jz Coster blog. Foto auteur: Roeland Fossen, 2009.


2017/11/23

Bundelpresentatie verdere bijzonderheden (2017)

Op 23 november 2017 van 17:00-19:00 presenteert Patricia de Groot (Querido) de nieuwe dichtbundel verdere bijzonderheden (Amsterdam: Querido; 2017) door Rozalie Hirs in de Athenaeum boekhandel, Amsterdam. Jan Kuijper leidt de nieuwe bundel in. Rozalie leest een aantal gedichten uit de nieuwe bundel. Daarnaast zijn er gastoptredens door een aantal bewonderde collegae, te weten Anneke Brassinga, Eva Gerlach, Bernke Klein Zandvoort, en Astrid Lampe. De presentatie wordt afgesloten door een receptie. Wees welkom!

Lees hier een aantal gedichten uit verdere bijzonderheden. Voor het volledige programma klik hier.


2017/11/23

Presentatie verdere bijzonderheden [uitnodiging]

Lieve en beste poëzieliefhebber,

Uitgeverij Querido en Athenaeum Boekhandel nodigen u van harte uit voor de boekpresentatie van verdere bijzonderheden, de nieuwe dichtbundel van Rozalie Hirs, op donderdag 23 november 2017 om 17:00.

Anneke Brassinga, Jaap Blonk, Eva Gerlach, Bernke Klein Zandvoort, Astrid Lampe en Rozalie Hirs lezen voor uit verdere bijzonderheden en uit eigen werk. Jan Kuijper verzorgt de inleiding. Inclusief borrel en de mogelijkheid een exemplaar te laten signeren. Wees welkom!

Lees hier alvast een kleine selectie gedichten uit de nieuwe bundel. Beluister op NTR Podium hoe Rozalie het gedicht ‘van roos tot enig glaswerk’ afgelopen weekend voorlas op de radio.

Programma
* welkom door Patricia de Groot
* inleiding op verdere bijzonderheden door Jan Kuijper
* Rozalie Hirs leest uit haar nieuwe bundel de gedichten ‘je komt uit het niets’, ‘gerede hemelen’, ‘tijd en sintel’
* Anneke Brassinga leest eigen werk en ‘van roos tot enig glaswerk’ uit verdere bijzonderheden
* Eva Gerlach leest eigen werk en ‘bewegingslijnen’ [10] uit verdere bijzonderheden
* Bernke Klein Zandvoort leest eigen werk en ‘je andere onophoudelijk’ [1, 3] uit verdere bijzonderheden
* Astrid Lampe leest eigen werk en ‘bewegingslijnen’ [1] verdere bijzonderheden
* Jaap voert eigen werk uit en leest ‘bewegingslijnen’ [5, 7, 8] uit verdere bijzonderheden
* borrel, gelegenheid tot signeren

(foto Athenaeum boekhandel: Karin Amatmoekrin)


2017/11/08

Optreden tijdens Dichter van geluk

Op woensdagmiddag 8 november 2017 om 12:30 uur vindt Dichter van geluk plaats in de openbare bibliotheek, Groningen. Rinse Sinkgraven interviewt gastdichter Rozalie Hirs over geluk, haar inspiratiebronnen en het creatieve proces. Rozalie leest poëzie uit haar nieuwe, te verschijnen dichtbundel verdere bijzonderheden (Amsterdam: Querido, 2017). In samenwerking met het Sounds of Music Festival, Groningen.


2017/10/31

Uitnodiging voor boekpresentatie verdere bijzonderheden

Lieve vrienden en bekenden, vandaag wordt de officiële uitnodiging voor presentatie van Rozalie Hirs’s nieuwe dichtbundel verdere bijzonderheden verstuurd namens Annette Portegies (Uitgeverij Querido) en de Athenaeum boekhandel.

Hier is de uitnodigingskaart. Het adres van de Athenaeum boekhandel is Spui 14, Amsterdam. We beginnen om 17:00 en sluiten af met een receptie. Van harte welkom en hopelijk tot ziens op 23 november 2017!

[Download invitation PDF]

Lees hier een aantal gedichten uit verdere bijzonderheden.


2017/10/17

Welcome to the duo booklaunch of Moestrup & Hirs, Berlin

Welcome to the duo booklaunch of Mette Moestrup and Rozalie Hirs today at Ausland, Berlin, Germany. The event starts at 20:30 CET (doors open at 20:00 CET).

Today the Danish poet Mette Moestrup and the Dutch poet Rozalie Hirs present the book launches of their respective poetry books, the bilingual (Danish, German) Stirb, Lüge, Stirb, and multilingual (Dutch, German, English, Chinese, Russian, Spanish, French, Swedish, Serbian, Albanian, Lithuanian) gestammelte werke, both published this year by kookbooks, Berlin.

Moestrup and Hirs read poems from their new books. With guest appearances by Rike Scheffler, Cia Rinne, as well as kookbooks publisher Daniela Seel. It would be great to see you there!

The poems of gestammelte werke were selected by Daniela Seel from Hirs’ five most recent poetry books: Speling (Amsterdam: Querido, 2005), Geluksbrenger (Amsterdam: Querido, 2008), gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012), Curvices and Musicles (Bleiswijk: Uitgeverij Vleugels, 2013), verdere bijzonderheden (Amsterdam: Querido, 2017). With special thanks to all translators who contributed to gestammelte werke: Daniela Seel, Diego Puls, Ard Posthuma, Kim Andringa, Henri Deluy, Aurea Sison, Donald Gardner, Daniel Cunin, Anton Papleka, Jelica Novaković, Radovan Lucic, Ausra Gudaviciute, Gytis Norvilas, Nina Tarhan Mouravi, Boerje Bohlin, Moze Jacobs. And to Andreas Töpfer for the cover and book design.

For more information, please visit Rozalie Hirs’ new German website. Buy the book at Amazon.


2017/07/01

Verschijning van gestammelte werke (Berlijn: kookbooks, 2017)

Onlangs is verschenen: de nieuwe dichtbundel gestammelte werke (Berlijn: kookbooks, 2017) door Rozalie Hirs. Het boek is samengesteld door Daniela Seel en bevat gedichten uit de vijf meest recente bundels van Hirs: Speling (Amsterdam: Querido, 2005), Geluksbrenger (Amsterdam: Querido, 2008), gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012), Curvices and Musicles (Bleiswijk: Uitgeverij Vleugels, 2013), verdere bijzonderheden (Amsterdam: Querido, 2017).

Vertaald uit het Nederlands of Engels door Daniela Seel, Diego Puls, Ard Posthuma, Kim Andringa, Henri Deluy, Aurea Sison, Donald Gardner, Daniel Cunin, Anton Papleka, Jelica Novaković, Radovan Lucic, Ausra Gudaviciute, Gytis Norvilas, Nina Tarhan Mouravi, Boerje Bohlin, Moze Jacobs.

Het ontwerp van omslag en binnenwerk is gemaakt door Andreas Töpfer.

Voor meer informatie, zie de nieuwe duitstalige website van Rozalie Hirs. Je kunt het boek bestellen via Amazon.


2016/04/24

Portret Rozalie Hirs: poëzie en muziek

Op 24 april 2016 presenteren het Penhuis Kortrijk en het Festival van Vlaanderen Kortrijk in samenwerking een portretconcert van Rozalie Hirs met haar poëzie en muziek. De presentatie is in handen van Alain Delmotte die tevens een interview met Hirs verzorgt. Voorts staan op het programma een concert met haar twee strijkkwartetten, uitgevoerd door het vermaarde Bozzini Quartet, alsmede poëzievoordrachten door Hirs zelf.

Met grote dank aan Joost Fonteyne en Gie Devos, programmeurs bij respectievelijk het Festival van Vlaanderen en het Pennhuis. En aan Roel Das voor de geluidsprojectie in de zaal en Casper Schipper voor de assistentie bij de klanksynthese voor Nadir.

(meer…)


2016/01/20

Slow Poetry Sessions #2 Rozalie Hirs

SlowPoetrySessions-logo

Op woensdagavond 20 januari is Rozalie Hirs de tweede gast in Slow Poetry Sessions, een serie avonden die elke derde woensdag van de maand gehouden worden. Het is reeks, georganiseerd door Joost Baars, die in niets lijkt op standaard poezieavonden, maar een concept volgt dat buitengewoon goed bij Boekhandel Kirchner past en het karakter heeft van een samenkomst.

Na ieder gelezen gedicht is het er 45 seconden stil. En na ieder gedicht kun je de dichter vragen het nog een keer te lezen. Zo staan niet competitie, maar concentratie, niet effect, maar contemplatie, niet verstrooiing, maar intensiteit centraal. Bovendien gaan we na iedere sessie, met iets te drinken, in gesprek met de dichter en elkaar over wat er die gedurende de stiltes bij ons als luisteraars naar boven is gekomen.

Evenement op Facebook

(meer…)


2014/05/14

Publicatie bij KOOKbooks, Berlijn

KOOKbooks catalogus najaar 2012

Ben heel blij met de aankondiging van mijn nieuwe dichtbundel gestammelte werke in de najaarscatalogus van de uitgeverij KOOKbooks,Berlijn. KOOKbooks is al jaren een van mijn lievelingsuitgeverijen, uitgever van vrijwel al mijn favoriete duitstalige auteurs.

Rozalie Hirs: gestammelte werke (Berlin: kookbooks, 2014) Lyrik Band 39

Rozalie Hirs
gestammelte werke Gedichte
Reihe Lyrik Band 39/ ca. 240 pagina’s
€19,90
ISBN 978-3-9374-45-67-0
kookbooks, Berlin, Duitsland
oktober 2014


2014/03/11

Knetterende Letteren: de schrijfkamer – interview door Kenneth van Zijl

Knetterende Letteren logo

Vannacht op 11 maart 2014 om 0:20 wordt de aflevering met Rozalie Hirs van het programma De Schrijfkamer van Knetterende Letteren herhaald op Cultura, het digitale kanaal van de NTR. Hierin interviewt Kenneth van Zijl Rozalie Hirs over haar poëzie en muziek. Tevens is een interview met Maartje Wortel te beluisteren. Dit is een herhaling van de uitzending op 6 april 2013.

“In De schrijfkamer legt dichter/ componist Rozalie Hirs uit hoe haar spannende puntloze poëzie tot stand komt. Ze werkt aan een imposant oeuvre, waarin ze de anekdote zoveel mogelijk vermijdt en zeer lyrische gedichten schrijft. Ze gunt ons een blik in de intimiteit van haar ‘Schetsboeken’, waarin de eerste contouren van haar gedichten zichtbaar zijn, geschreven met ecoline. Rozalie leest enkele gedichten, zoals alleen zij dat kan en introduceert en passant hyperstructurele interactieve poëzie op haar website. Onlangs verscheen haar bundel gestamelde werken.” (Inleiding door Kenneth van Zijl)

→ English


2014/02/05

Bridge of Babel
Van het wonder is woord

Gedichtenbal, 2014 (locatie: De Brakke Grond; georganiseerd door Wintertuin)

Op 5 februari 2014 wordt in De Brakke Grond, Amsterdam, het Gedichtenbal gehouden. Tijdens deze feestelijke avond treden talloze dichters op. In het kader van het programma rond de dichter en beeldend kunstenaar Lucebert voeren acht dichters hun werk uit en lichten toe hoe ze door zijn dubbeltalent zijn beïnvloed. Lies van Gasse en Rozalie Hirs verzorgen de twee laatste optredens in deze serie. Hirs vertolkt onder meer haar compositie Van het wonder is woord (2005), op basis van het gelijknamige gedicht uit haar bundel Geluksbrenger (Amsterdam: Querido, 2008) en haar compositie Bridge of Babel (2009) op basis van het gelijknamige meertalige collage-gedicht.


2013/10/11

‘Lieve lente lacht’ met Nicky Geneva & Arie Boomsma

‘lieve lente lacht’ (uit: gestamelde werken. Amsterdam: Querido, 2012) is opgenomen in de nieuwe bloemlezing Waarom ben je niet bij mij (Prometheus, 2013) door Arie Boomsma.

Dit ironische liefdesgedicht over verleiding en one-night-stands werd eerder door Cox & Grusenmeyer tot online personage gesmeed: de bloggende fashionista Nicky Geneva met een fetish voor latex bodysuits, te bezoeken op haar virtuele online blog. Zie hier voor meer informatie over de virtuele personages door Cox & Grusenmeyer.

Nicky Geneva: virtueel personage op basis van een gedicht door Rozalie Hirs (beeld: Cox & Grusenmeyer, 2012) Arie Boomsma: Waarom ben je niet bij mij? (Prometheus, 2013)


2013/10/09

‘Zeg me hoe hinkelend een werkenlijkheid gaat’, Essay door Jeroen Dera, DWB

121017 2012-Hirs-Gestameldewerken

Zeg me hoe hinkelend een werkelijkheid gaat, een essay door Jeroen Dera over ‘gestamelde werken’ in het zojuist verschenen nummer van DW B 2013 4 ‘Rijndorst’.


2013/04/06

Televisie-interview door Kenneth van Zijl

Knetterende Letteren logo

Kenneth van Zijl interviewt Rozalie Hirs over haar poëzie en muziek voor het programma De Schrijfkamer van Knetterende Letteren.

“In De schrijfkamer legt dichter/ componist Rozalie Hirs uit hoe haar spannende puntloze poëzie tot stand komt. Ze werkt aan een imposant oeuvre, waarin ze de anekdote zoveel mogelijk vermijdt en zeer lyrische gedichten schrijft. Ze gunt ons een blik in de intimiteit van haar ‘Schetsboeken’, waarin de eerste contouren van haar gedichten zichtbaar zijn, geschreven met ecoline. Rozalie leest enkele gedichten, zoals alleen zij dat kan en introduceert en passant hyperstructurele interactieve poëzie op haar website. Onlangs verscheen haar bundel gestamelde werken.” (Inleiding door Kenneth van Zijl)

Het interview wordt op 6 april 2013 om 20:30 uitgezonden door Cultura, het digitale kanaal van de NTR, en tot 19 april herhaald op de volgende tijdstippen:

6 april 2013, 20:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
8 april 2013, 10:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
9 april 2013, 15:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
10 april 2013, 15:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
11 april 2013, 08:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
12 april 2013, 11:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
13 april 2013, 20:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
14 april 2013, 11:25, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
15 april 2013, 10:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
16 april 2013, 14:55, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
17 april 2013, 15:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
18 april 2013, 10:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura
19 april 2013, 20:30, Knetterende Letteren/ NTR, Cultura


2013/01/04

‘De rijpgrage bomen buigen’, Recensie door Arie van den Berg, NRC Boekenbijlage

In de NRC Boekenbijlage van vandaag, 4 januari 2013: ‘De rijpgrage bomen buigen’, een mooie bespreking van gestamelde werken door Arie van den Berg in de NRC Boekenbijlage, 4 januari 2013.

Download [PDF]

In haar vijfde bundel gaat Rozalie Hirs (1965) een stap verder in de grammaticale desintegratie van haar werk. De kracht van haar beste gedichten schuilt in de opgeroepen sfeer.

(meer…)


2013/01/03

‘Poëzie voor scheppende lezers: over gestamelde werken door Rozalie Hirs’, essay door Joost Baars

‘Poëzie voor scheppende lezers: over gestamelde werken door Rozalie Hirs’, gaaf essay door Joost Baars, onlangs verschenen in Poëziekrant 7-8/2012, Poëziecentrum, Gent, België. pp 46-47.

“Haar werk gaat recht de kosmische ruis in en roept uiteindelijk vooral op tot handelen in volstrekte subjectiviteit. Kijk, zoals je gezien bent. Noem, zoals je genoemd bent. Maak, zoals je gemaakt bent. En lees als een schepper: stamelend.”

Download [PDF]


2012/11/01

‘Een huidrots van water’, Recensie door Piet Gerbrandy, De Groene Amsterdammer

Ben erg blij met ‘Een huidrots van water’, een diepgaande en lovende bespreking van gestamelde werken door Piet Gerbandy deze week in De Groene Amsterdammer.

(meer…)


2012/10/17

Live radio-interview door Jeroen van Kan, VPRO

De Avonden, VPRO: Interview door Jeroen van Kan over 'gestamelde werken' door Rozalie Hirs, 17 oktober 2012

Op 17 oktober 2012 wordt Rozalie Hirs over haar dichtbundel gestamelde werken (2012) geïnterviewd door Jeroen van Kan tijdens De Avonden/ VPRO. Zij draagt uit deze dichtbundel de gedichtencyclus een dag (2009) voor. Tevens wordt een gloednieuwe opname van haar muziekcompositie Venus [evening star] (2010) door Guido Tichelman in de uitvoering van Slagwerk Den Haag uitgezonden.


2012/09/19

gestamelde werken – boekpresentatie

121017 2012-Hirs-Gestameldewerken

Op 19 september 2012 wordt de vijfde dichtbundel door Rozalie Hirs gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012; ontwerp: Michaël Snitker) feestelijk gepresenteerd in boekhandel Van Rossum, Amsterdam. Met optredens van Sasja Jansen, Anneke Brassinga, Frank Keizer, Jaap Blonk, en Rozalie Hirs. Redacteur Mirjam van Hengel reikt het eerste exemplaar van de bundel uit aan de auteur, Samuel Vriezen interviewt haar over het nieuwe werk. De presentatie van de avond is in handen van Joost Baars.


2012/09/17

gestamelde werken (2012)

Inhoud

1. gedichten uit gestamelde werken
1.1. een dag 1-3
1.2. een engel
1.3. die deed mijn schoenen aan

2. recensies
2.1. Piet Gerbrandy: Een huidrots van water
2.2. Arie van den Berg: De rijpgrage bomen buigen
2.3. Paul Demets: Ladies’ time
2.4. Joost Baars: Poëzie voor scheppende lezers
2.5. Ricco van Nierop: Tussen wonderschoon en bevreemdend in
2.6. Jane Leusink: Uitslaande vleugels
2.7. Bas Belleman: Alomvattend onpersoonlijk

3. digitale poëzie: zichtboek van gestamelde werken
3.1. alter ego 1 – Nicky Geneva, Blogger
3.2. alter ego 2 – Agatha van der Aa, YouTube
3.3. alter ego 3 – Diederik Lamme, Tumblr
3.1. alter ego 4 – Anna Sherman, Facebook
3.1. alter ego 5 – Paul Wittema, Twitter
3.1. alter ego 6 – Marc Thompson, Instagram

gedichten uit gestamelde werken


een dag

[1]

vliegende ogen met verende vleugels lichten geworpen
op een landkaart getekend in handen vlammend
klaarwakker dat zei ik toch niet een ademloos lichtgewicht
honingmerk en stuifmeel van levende klaprozen blauwe
velden korenbloemen als ontpopte hoofden eenogige
wolkenloze lucht waar dromen vandaan tevoorschijn
komen als zijderupsjes zich in duizenden meters
spinnende talen op grijsgroene moerbeibladen bedekt
met haartjes onthullende draden een verliefde zon
tegemoet komen zomaar zonder opdracht of regen
strekkende voelsprieten even een aanraking
van uitslaande vleugels naar wat is (een dag)

[2]

waar komen vlinders vandaan die invasie van lentelijke
lichtgevoeligheid ondragelijk bijna witte vleugels
gespikkeld uit een droom ontwaakte nacht zo vroeg
een hand vol ochtenddauw gedronken van glanzende
grassprieten en enige uren die klonken als zware klokken
in een dorp tussen niet gespecificeerde bergen
waar mensen wonen ergens op aarde uit haar voegen
prei en uien oogsten appels in een gaard en bomen bloeien
druiven barsten voor rijping in roestvrijstalen tonnen
en straks een neus verleiden het verhemelte dan
over de tong gaan als voorproef op wie vannacht
in enige uren aanloop van opnieuw (een dag)

[3]

verschijnt in het raam een land van ijsvogels
dan kraken ijsbloemen op warme adem naar lippen
bewegen als herinneringen losgelaten haren langs wolken
niet door gespikkelde vlinders of de wind bezochte wegen
een huis de struik in een berm bevroren regenwater
verdwijnt aarde onder een witte in lichtstralen
verpakte glinsterende oppervlakte tekenen diezelfde
wolken van weer wat nevel voorbij de koude morgen
springen vlokjes het licht in een welving
van horizonnen laten vinger voor vinger schaduwen
glijden langs bomen wakker worden zich herhalen
woord voor woord een ademen (een dag)

 
 


*

een engel loopt over straat ontmoet een man
verdwijnt om de hoek
wanneer de engel en de man elkaar
hoe dan ook gezien hebben
 
verschijnt het glimmen van ogen
een zoeken verwoed naar oogleden neerslaan of
woorden van de vloer rapen scherven van
een vorig onafgemaakt gesprek tot nadere bepaling
in onvoltooide tijd zolang je leeft
en wijkt en wijkt
met een oogopslag verdwijnt
 
of een woord uit een wirwar van overgave
aan wat veelbelovend dan wel
aanwezig — in ieder geval — is
 
bewust zijnd lichaam
op drift

 
 


die deed mijn schoenen aan

[1]

kijk daar ligt bosaardbeiblad waar dan wat te spinnen
kat tussen doornen boom zijn vloeiende gewei waait
langs graterige eilanden gortdroge wind
 
snijdt gierzwaluw een staart tot twee punten drijft punter
oevers aan mijn snikgoed roosjes op haarspeldbenen
tenen lopen met het denken de in klakken gehulde tong
 
verschieten kiemen uit hun jasje blij te leven
ben ik even dageraad sering als zijn stengel knopperig
het toelaat berkenbastkrullen dansen in wind

[2]

graszoomt de marge van een veld in helmgras geschilde
kruisbessen klaver verlaat loofroof zijn bomen herfstig
draait een lenig paard rondjes danst zich een hoedje
 
door verschroeide akkers trekt ploeg en wortel uit
verdronk waar boot aankomst slaat met zeilmast
de weg in een bonte zwaai spechten vliegt veertien jaren
 
huilde ik kom nu dan kom gestoppelde ochtend
geraken we aan klokjes vrouwenmantel weiden
watergroene leliën bijna-wit parelende aarde

[3]

verslingerd aan vijgen en lelies vogelduik
in een waterplas vol zon en gierende wind verteren aarde
met gauw geschept papier vliegensvlug aangeveegde wolken
 
luchtige weiden wit versneden kwam ik over lichte heuvelen
de dood tegemoet die deed mijn schoenen aan
door springvorst ben ik weggegaan op blote voeten
 
tussen altijd groene vliegdennen door wadden
waadt het tij tot aan kuiten uitbuikende zee
rook aan ijs vergrijsde kreukelende tak knisperende
 
bloem haar knopen openbloeiende letters greep de dag
de nacht en ellenlange sloten glinsterende banden
door velden met netels aan mijn voeten

[4]

dat ochtendrijp zo kiemt en kiemt de melkwitte zon
op pannen dansende regen langs loslopende veldweg
streek langs hoofd en jukbeen olijfboomtakken
 
essentakken wiegen dan breek ik met eendendons uit bed
drink loepwater uit geschubde droom verdwaalde geuren
drijven langs een pad waar klein hoefblad hupt
 
met een afdruk van drafpassen zet ik nachtvoeten
in de lichtgrijze met stuifsneeuw bedekte akker
naast kleine kroosboten die modderpoel bedrijven

[5]

met bladeren granaatappelig bloedrood de haren
zie ik kattenstaarten wroetend door akkers
onkruid gestekte paardenstaarten een land vol mei
 
bevochtig aarde om lente te zaaien vraag bergen naar tijd
niet fijn te spinnen bleekgele vederdistels niet te dichtbij
drijven hulzen in sloten spiegelen witte vlierschermen
 
in jasmijnjas gehulde verdwaalde geuren mosgroen
gespikkeld beklimmen met madelievenstengels
ladders in haren verpoppende dagpauwogen

[6]

alsof ik licht door muren heen kan horen vallen in een dorp
van bomen ontvouwt zich heel een weg op handen
bloeiend blind vertrouwde ik waterlelies en lotus
 
aan water toe in brandende zon volgen oogtakken
door windbewegingen gestuurde ledematen schepen
van bast mompelende kiezels in de beek rollen langzaam
 
naar duin ratelend langs kotten toverdriet vroeg gevloerde
moerasbloemen van handvormig gedeelde bladeren
vlecht ik sterrenkransen kelken om uit te drinken

[7]

in knokkels steken dolkjes steeds van brandende
lariksnaalden weer rood verspringende vossen waar
bereklauw groeit langs bleke berkenbast bijen zoeven
 
de maan zijn fratsen zien oogdiertjes springende nachtegaal
dan eet ik slaapbessen glibberige kikkerbillen huppen
in krullende beek tussen sparren het handschrift en
 
schellen van zee golvend geluksalarm waar witbeeks wolgras
botten van schermgras beuken op een heuvel bakens
in de verte schepen verstaan tot spiegelen aan toe

 
 

recensies over gestamelde werken


Piet Gerbrandy: Een huidrots van water
De Groene Amsterdammer, 31 oktober 2012

in knokkels steken dolkjes steeds van brandende
lariksnaalden weer rood verspringende vossen waar
bereklauw groeit langs bleke berkenbast bijen zoeven

de maan zijn fratsen zien oogdiertjes springende nachtegaal
dan eet ik slaapbessen glibberige kikkerbillen huppen
in krullende beek tussen sparren het handschrift en

schellen van zee golvend geluksarm waar witbeeks wolgras
botten van schermgras beuken op een heuvel bakens
in de verte schepen verstaan tot spiegelen aan toe

Wie van enige afstand naar een impressionistisch schilderij kijkt, ondergaat een explosie van kleur die desondanks te duiden valt als weergave van de werkelijkheid. De schilder heeft een methode van versplintering gehanteerd om de indruk van een totaal te creëren. Wanneer je het doek van dichtbij bestudeert, neem je nog slechts vlekjes waar, losse elementen waarvan je je niet kunt voorstellen dat ze tot een coherent geheel behoren. Het is een merkwaardige paradox dat het zoveel techniek vereist om de natuur te kunnen benaderen.

Rozalie Hirs (1965), productief componist met een wetenschappelijke achtergrond in de chemie, is als dichter een impressionist die graag laat zien hoe ze te werk is gegaan. In plaats van splinters te laten opgaan in een natuurlijk geheel breekt ze gehelen af tot fonkelende scherven. Wat resteert is vaak gestamel, maar niet dat van een wanhopige dichter die het onzegbare niet weet te verwoorden. Hirs probeert eerder vrolijk en opgewekt het zegbare in factoren te ontbinden. Haar poëzie is door en door geconstrueerd, terwijl het uitgangspunt vaak een gorteriaanse zintuiglijke ervaring is. Ze schrijft sensitieve verzen die op eigenzinnige wijze een verbinding tot stand proberen te brengen tussen romantiek en mathematica.

Een belangrijk motief in Gestamelde werken is het aanbreken van een nieuwe dag, het wakker worden om de ogen te openen voor het licht. In het eerste gedicht trekken de ogen er ’s morgens vroeg als vlinders op uit:

vliegende ogen met verende vleugels lichtengeworpen
op een landkaart getekend in handen vlammend klaarwakker

In de volgende regels bloeien klaprozen en korenbloemen op en worden dromen vergeleken met zijderupsen die een verliefde zon tegemoet gaan. Wat zij spinnen is echter geen zijde, maar taal. Zodra je op het niveau van woorden en woordgroepen probeert te zien wat er nu eigenlijk staat, raak je verdwaald, maar als je het gedicht enkele malen hardop leest, ontstaat er een overtuigend geheel, ‘even een aanraking/ van uitslaande vleugels naar wat is’.

De tweede reeks behelst een intrigerend procédé van onttakeling en herhaalde assemblage. Het materiaal wordt aangeleverd in het openingsgedicht, dat op zichzelf al nauwelijks een coherent geheel is, al biedt het een erotisch geladen tafereel dat zich afspeelt in een Hollands landschap én in de verbeelding van een met woorden spelende dichter. Hirs laat woordgroepen en zinnen zo in elkaar overlopen dat er een meerduidige stroom van taal tot stand komt. Ook hier:

het wil en wil je tegen die boom daar
zien van hoe je stam bloeit in parels
vochtigst zaadbad weg te drinken grasland
in zeven sloten langs het tafelblad tegelijk
onze handen elkaar te grazen trapgat nemen

Enkele regels verder wordt de mens treffend omschreven als een ‘huidrots van water’. We zijn hard en vloeibaar tegelijk. Hetzelfde geldt voor de gedichten, degelijke constructies die even ongrijpbaar zijn als water. Het in bovenstaande regels opgeroepen beeld wordt eerst in het Nederlands, dan in het Engels stap voor stap uit elkaar gehaald en opnieuw in elkaar gezet:

go drink away a skinrock of us stirred bare in the palate
go drink away a daredevil stairwell turn the palate
go grow away a daredevil stairwell turn the you of seeds

Baarlijke nonsens natuurlijk, maar ondanks de vreemde transformaties behouden de woorden de wonderlijke kracht die ze in de basistekst hadden meegekregen.

Hirs slaagt niet overal. De afdeling ‘Bij toeval en de sterren’ beweegt zich ‘op de grens tussen verbeelding en wetenschap, waar metaforen plaatsmaken voor empirische kennis (en waar kennis nog aandoet als metafoor)’. In feite zijn het twaalf gedichten vol oninteressante weetjes over sterrenbeelden, met quasi-suggestieve verwijzingen naar hun mythische achtergrond:

een matrix met armen en benen waar inseptember
zon en korenbloemen bloeden geboren wordt
het allergrootste melkwegstelsel bolvormig niet plat

De tweede strofe voegt er nog een zwart gat, honderdzestig lichtjaren en een massa van twee tot drie miljoen keer de zon aan toe. Dit is heel slechte poëzie. Gelukkig is de reeks niet representatief voor wat Hirs te melden heeft. Wel typeert ze de werkwijze van een dichter die niet bang is om experimenten aan te gaan. Hirs durft te falen. Vandaag, zegt ze, ‘probeer ik hartgrondig steeds opnieuw/ waar ik steeds zo hartgrondig goed/ naar zoeken moet’. Het zoeken draagt de mislukking in zich, maar dat geeft niet:

een falen tegelijk onmetelijk licht
en handzaam klein genoeg
om mee te kunnen nemen –
altijd bij me te dragen

Beckett zei het al: ‘No matter. Try again. Fail again. Fail better.’ De laatste afdeling telt zeven gedichten waarin overweldigende natuurervaringen worden opgeroepen. Licht, takken, bloemen, vogels, duinen en zee buitelen over elkaar heen, maar een vervlechting van Hollandse en mediterrane elementen werkt vervreemdend, evenals de onbepaaldheid van het seizoen. Het is een landschap van woorden. Halverwege de reeks vindt er een mythische ontmoeting plaats, hetgeen misschien niet verwonderlijk is in gedichten die hun vorm aan Dante ontlenen:

luchtige weiden wit versneden kwam ik overlichte heuvelen
de dood tegemoet die deed mijn schoenen aan
door springvorst ben ik weggegaan op blotevoeten

Deze taal is te dartel om zich druk te maken over de dood.

Download PDF
Online artikel


Arie van den Berg: De rijpgrage bomen buigen
NRC Boekenbijlage, 4 januari 2013

Conceptuele kunst en artistieke schoonheid gaan niet altijd een gelukkige verbinding aan. Ideeënkunst doet weinig beroep op wat we voor het gemak intuïtie noemen. Critici hebben daardoor soms grote moeite om hun waardering voor dit soort expressie te uiten. Oek de Jong bijvoorbeeld toonde zich onlangs in Kunstbeeld uitgesproken negatief over de conceptuele overdaad in de nieuwbouw van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Conceptuele poëzie schept een soortgelijk belevingsprobleem. Vijf jaar geleden raakte ik vertwijfeld door de taalflarden in Dan op de zeevaartschool van F. van Dixhoorn. Op afstand leek zijn poëzie vormvast, maar bij lezing viel de taal uiteen. De onderliggende telmechanismen en de daaruit voortvloeiende muzikale patronen ontgingen me niet, maar ik vond ze te particulier om in mee te gaan. Dat kwam ook doordat de poëtische stelregel ‘Zo veel mogelijk zeggen in zo weinig mogelijk woorden’ door Van Dixhoorn tot een uiterst minimalisme werd doorgedreven.

De poëzie van Rozalie Hirs lijkt verwant met die van Van Dixhoorn, maar er zijn nadrukkelijke verschillen. Hirs gaat graag breeduit, en reikt daarmee naar maxima. Ze is ook componist, maar in haar poëzie niet van études, zoals Van Dixhoorn, maar van kamermuziek tot orkestwerk. Haar beste gedichten ‘zingen’ en hebben een dwingende melodie. Ze kwam ook niet zoals Van Dixhoorn conceptueel uit de lucht vallen. Sinds haar debuutbundel uit 1998 is haar ontwikkeling duidelijk te volgen.

De verzen in Locus (1998) en Logos (2002) leken per stuk nog traditioneel, maar de tweede bundel was al wel conceptueel gestuurd. Logos is een doorgecomponeerd opus over het mensenlichaam. Per gedicht kun je het concept als lezer ontlopen, maar op de middenpagina’s blijkt zonneklaar wat de dichter bedoelt. Een ontveld lijf verwijst daar in twee of drie letters tellende verwijzingen naar de alfabetisch geordende verzen in de bundel. Hier hanteerde Hirs, denk ik, de constructieve verworvenheden van haar scholing in chemische technologie en compositie. Het was de aanzet tot drie volgende bundels ideeënpoëzie. In [Speling] (2005) betrof het nog een bescheiden concept. Op de eerste 39 pagina’s groeien de verzen min of meer regelmatig met steeds één regel. Daarna hapert het systeem en ten slotte vallen de regels tien pagina’s lang uiteen. In Geluksbrenger (2008) zette Rosalie Hirs verdere stappen op de weg naar desintegratie. Vooral ook in syntactisch opzicht. Haar poëzie hield zich niet meer aan de linguïstische wetten. Haar versregels ontliepen de taalregels en waaierden daarbij soms uit de hand van de zetter.

Ook in Ge sta mel de werken stoeit Hirs met de spelregels van communicatieve taal. Meer dan in mededeling schuilt haar boodschap in klank en de daardoor opgeroepen sfeer. Niettemin is ze wel degelijk bezig met taalprincipes, getuige de mededeling in haar ‘Aantekeningen’ dat de series ‘het wil je en wil je’ en ‘long at present longing’ ‘de intrinsieke regels van het Nederlands en het Engels via structuren op zinsniveau’ onderzoeken. Dat is een interessant bericht, maar mijn leesplezier is allerminst gebaat bij dit cerebrale weetje. Begin dus niet met die aantekeningen. De verzen hebben los daarvan meer zeggingskracht.

Ik had het over sfeer. Een prachtig voorbeeld daarvan biedt een van de kortste verzen in de bundel.

de schemer kraakt een huis braakt
meter na meter omheining uit gestrekte
bloemen buiten even vilte in het wachtlicht
gezette rijpgrage bomen buigen waar bonte
abelen hoge jongensdorstige ogen gooien
als hoe dan ook iets als lente hier opkomt
zeeuws licht

In haar langere verzen construeert Hirs zulke stemmingen op even klankrijke wijze. Jammer vind ik dat haar poëzie waar ze, zoals op pagina 37, syntactisch wetmatig en mededeelzaam wordt, aan kracht verliest. Dit geldt ook voor de op nachtzwarte pagina’s gezette reeks ‘bij toeval en de sterren’. Om een muzikale vergelijking te maken: de besterde achtergrond wekt bij mij een even overbodige ervaring als de kanonschoten en beierende kerkklokken in Tsjaikovski’s Ouverture solennelle 1812.

Maar toch – de poëzie van Hirs intrigeert me. Haar stameling is weliswaar geconstrueerd, maar bovenal lijkt ze daarbij op onderzoek uit. En dat onderzoek is een poëtisch avontuur. Ook voor nieuwsgierige lezers.

Download PDF
Online artikel


Paul Demets: Ladies’ time
De Morgen, België, 16 januari 2013
Download PDF


Joost Baars: Poëzie voor scheppende lezers
Poëzekrant 7-8/12, Poëziecentrum, Gent, België, Amsterdam, 2 januari 2013

Download PDF


Ricco van Nierop: Tussen wonderschoon en bevreemdend in
De Recensent, Internet, 10 oktober 2012

‘Taal bouwt koepels en wanneer deze verdwijnen bouwt taal daar weer andere koepels overheen. Omdat woorden nooit stil zijn. Het begin van een zin richt de aandacht vooruit, het einde vereist dat je het begin in gedachten blijft houden. De ene alinea leidt naar de andere en deze pagina naar de volgende. De ogen zijn de lippen vooruit, al lezende slaan we de bladzijden om, terwijl de laatste regel van de vorige bladzijde nog op zijn plek moet vallen in ons hoofd.’

Dit is een citaat van de Britse essayist Tim Parks. Hij beschrijft een herkenbaar gevoel: woorden zijn nooit stil, zelfs niet als je de bladzijde hebt omgeslagen. Bij poëzie is dat gevoel misschien nog wel nadrukkelijker aanwezig dan bij proza. Met een goed gedicht ben je niet klaar als de bundel uit is – de woorden blijven rondzingen in je hoofd. Ik kwam Tim Parks tegen in het colofon van de nieuwe bundel van Rozalie Hirs. Haar bundel heet Ge sta mel de werken en bestaat uit zes gedichtencycli. Voor haar cyclus ‘het wil en wil je’ liet ze zich inspireren door de lezing van Tim Parks die hij vorig jaar voor literair tijdschrift De Gids hield getiteld ‘The Matter with Words’. Waar precies die inspiratie terug te vinden is in de poëzie van de dichter en of ze bovenstaand Parks-citaat kent is, zonder Rozalie Hirs in de buurt, moeilijk vast te stellen. Wel lijkt Hirs het herkenbare gevoel dat Parks beschrijft te gebruiken in deze cyclus. Het gevoel dat de woorden van de vorige bladzij nog tijdens het lezen van de volgende bladzij een plek in je hoofd moeten vinden.

De cyclus bestaat uit een viertal gedichten. Na het lezen van het eerste gedicht kom je in het tweede gedicht erg veel bekende woorden tegen. Het gevoel nog bij het vorige gedicht te zitten, wordt werkelijkheid. Hirs vult de hele cyclus enkel met woorden die al in het eerste gedicht staan. De beelden, zinnen, scènes die de woorden samen vormen, verschillen echter telkens van elkaar. Alsof Rozalie Hirs een foto heeft gemaakt en deze vervolgens in stukjes knipt en een paar keer opnieuw aan elkaar plakt. De ene keer plakt ze de stukjes in een kleiner frame, de volgende keer zet ze alles in spiegelbeeld. Ondanks dat de onderdelen van de gedichten bekend voorkomen, creëert Hirs op deze wijze een vervreemdende series foto’s. Haar gedichten zijn echter op een prettige wijze vervreemdend. Het prettige slaat niet alleen op de vorm, maar ook op de inhoud. Hier het eerste gedicht, dan kun je zelf bedenken waar het over gaat.

het wil en wil je tegen die boom daar
zien van hoe je stam bloeit in parels
vochtigst zaadbad weg te drinken grasland
in zeven sloten langs het tafelblad tegelijk
onze handen elkaar te grazen trapgat
nemen roekeloos waar met ons het roer om
en om zonder een lettergreep knoppen
betasten die jij en jij die wij bloot in het verwogen
verhemelte weg te gaan aangroeien
tot duizend sterren wegschietende
hemelen er binnenin wegen
tegen een huidrots van water?

Uhm… Je zou dit een gedicht over de schoonheid van de natuur kunnen noemen. Of toch gewoon een erotisch gedicht. Natuurlijk. Met zelfs een paar platte metaforen. Een stam die bloeit, een vochtig zaadbad, het betasten van knoppen. Als je de bladzijde niet zou omslaan en het bij dit ene, eerste gedicht zou houden, zou je Hirs bijna niet meer serieus nemen. Maar als je omslaat worden in het volgende gedicht deze metaforen scheef gezet, ontwricht; alle woorden krijgen een nieuwe plek en daarmee een net iets andere betekenis. In het tweede gedicht worden de knoppen niet meer betast, maar zijn het de handen die knoppen. Knoppen dat op de vorige bladzijde nog een zelfstandig naamwoord was, is nu ineens een werkwoord geworden: handen die knoppen. Rozalie Hirs weet de platitudes diepte te geven door ze van alle kanten te bekijken. Door de woorden anders te combineren verwoordt ze tegelijkertijd het gewone, het verrassende en het extatische van seks.

Zoals ik eerder benoemde, telt de bundel nog vijf andere cycli, één daarvan is een Engelstalige bewerking van ‘het wil en wil je’. De andere cycli in de bundel zijn verre van gewoon, maar maken geen gebruik van de knip- en plakmethode van ‘het wil en wil je’. De cycli gaan bijvoorbeeld over de natuur of over de sterren en het toeval. De sterren-cyclus is prachtig vormgegeven met witte letters op zwarte bladzijden. Sowieso mag de naam van boekverzorger, Michaël Snikter, niet ongenoemd blijven, want dit is een voortreffelijk vormgegeven bundel.

De gedichten van Rozalie Hirs bevinden zich allemaal ergens tussen bevreemdend en wonderschoon in. Waar ze uiteindelijk exact zullen uitkomen, is nog niet te zeggen, want de woorden hebben hun definitieve plek in mijn hoofd nog niet gevonden.

Online artikel
Online podcast

Links naar eerdere recensies over werk van deze auteur op De Recensent:
Rozalie Hirs – Geluksbrenger (2009)
Rozalie Hirs – [Speling] (2005)


Jane Leusink: Uitslaande vleugels
Tzum weblog, Internet, 3 oktober 2013

Laatst sprak ik een vriendin die zich erover beklaagde dat ze tegenwoordig nog zo weinig (eigenlijk zei ze geen) echte schoonheid meer in de kunst aantrof. Ze miste de ontroering, zei ze, kunst die gewoon mooi is. Ze was moe van kunst die de beschouwer wil ontregelen, kunst waar je ‘interessant’ of ‘boeiend’ tegen zegt of kunst waarvoor je eerst een boekwerkje door moet om te snappen wat de kunstenaar beoogt, zijn ‘concept’. Vriendin had net een weekje Documenta in Kassel achter de rug. Misschien moest ze de nieuwe bundel van Rozalie Hirs, Gestamelde werken eens gaan lezen, raadde ik aan, evenals trouwens Hirs’ vorige bundel – ook digitaal te beleven.

Rozalie Hirs (1965) is dichter en componist (studeerde compositie bij o.a. Louis Andriessen). In 1998 verscheen haar eerste bundel, Locus en in 2008 haar vierde, Geluksbrenger, ook in digitale vorm. Op haar cd Pulsars (2010) combineert ze elektro-akoestische muziek met onder meer haar Engelstalige poëzie.

Rozalie Hirs schrijft ernstige gedichten en ernstige muziek die ook dáárdoor overtuigen en zeggingskracht bezitten. Ze doet dat via op het eerste gezicht tamelijk onbegrijpelijke teksten en atonale muziek. Echter, alleen op het eerste gezicht. Lees, kijk en luister je beter en langer en geduldiger dan blijken overal in de gedichten de verhalen naar voren te springen en is de muziek eerder klankrijk, polyfoon en harmonieus dan atonaal.

In gestamelde werken heeft Hirs afgezien van de versterking die beeld en muziek gedichten kunnen geven en afgezien van woorden die als muzieknoten meezingen in de partituur. In zeven afdelingen heeft ze 51 gedichten ondergebracht, gedichten die ruimschoots ja tegen het leven zeggen. Expliciet verwoordt ze dat in de afdeling ‘Zonder titel’ in het wat geëxalteerde gedicht met de beginregels:

een nee is stoffig onpasselijk ontoereikend
voor de verwarring niet groot genoeg
zoals een ja wanneer
je ja! roept een ja zoekt iedere dag
anders vergaat je het ademen

De dichter wil ons in verwarring brengen met positief getoonzette gedichten. Dat is een origineel uitgangspunt en de moeite van het onderzoeken waard, want dat zijn we niet echt gewend in de poëzie. En het blijkt te kloppen. Uit alle gedichten in de bundel treedt een fascinerende, in taal inderdaad verwarrende blijheid naar voren. Het ‘lees maar er staat niet wat er staat’ van Nijhoff wordt bij Hirs ‘er staat wat er staat, maar dat serveer ik je niet op een dienblaadje’. Het eerste gedicht van de afdeling ‘een dag’:

vliegende vogels met verende vleugels lichten geworpen
op een landkaart getekend in handen vlammend
klaarwakker dat zei ik toch niet een ademloos lichtgewicht
honingmerk en stuifmeel van levende klaprozen blauwe
velden korenbloemen als ontpopte hoofden eenogige
wolkenloze lucht waar dromen vandaan tevoorschijn
komen als zijderupsjes zich in duizenden meters
spinnende talen op grijsgroene moerbeibladen bedekt
met haartjes onthullende draden een verliefde zon
tegemoet komen zomaar zonder opdracht of regen
strekkende voelsprieten even een aanraking
van uitslaande vleugels naar wat is (een dag)

Hirs zich bedient zich volop van alliteratie, assonantie, vergelijkingen en een voortjagend ritme, ze maakt overvloedig gebruik van bepalingen en bijzinnen, verplaatst zinsdelen en laat leestekens en hoofdletters achterwege. De vraag is of het geheel onder al die talige rijkdom te lijden heeft of dat het er juist door wordt opgetild. Ik maak dus een pas op de plaats. Alsof ik een puzzel aan het oplossen ben, breng ik leestekens aan, zet bepalingen op de, geschat natuurlijk, juiste plek en probeer een zin te reconstrueren. In het hierboven geciteerde gedicht blijven uiteindelijk de (dubbele?) positie van het ‘niet’ in r. 3, de ‘n’ in ‘wolkenloze’ (bedoeld?) en de functie van ‘zich’ in r. 7 dat er wat verloren bijstaat (‘strekkende’ r.11?) over. Vragen van iemand die globaal lezen een beetje te weinig vindt om een tekst te laten kloppen. Maar wat zijn die laatste twee regels bloedmooi.

De afdeling ‘het wil en wil je’ bestaat uit vier gedichten (0, 1, 2, 3) waarvan het nulde gedicht het uitgangspunt voor de andere drie vormt. Deze drie zijn variaties op het nulde gedicht: ze verplaatsen en herhalen regels en woorden ten opzichte van elkaar. Zowel afzonderlijk als samen vormen ze een opmerkelijke orgastische taalexplosie: ‘het wil en wil je tegen die boom daar / zien van hoe je stam bloeit in parels / vochtigst zaadbad’. In datzelfde gedicht:

en om zonder een lettergreep knoppen
betasten de jij en jij die wij bloot in het verwogen
verhemelte weg te gaan aangroeien
tot duizend sterren wegschietende
hemelen er binnenin wegen
tegen een huidrots van water?

Dat laatste is natuurlijk een cliché. Aanleiding voor deze gedichten is de lezing ‘The matter with words’ (De Gids 4/2011) door de schrijver Tim Parks (bekend van de toenmalige bestseller Teach Us To Sit Still). Parks vraagt zich af hoe het geschreven woord het leven van de schrijver zo kan bepalen dat hij er ziek van wordt. Hirs schreef de reeks, zoals ze in de aantekeningen bij de bundel uitlegt, in opdracht van De Gids.

In de in het Engels geschreven afdeling ‘long at present longing’ heeft Hirs het nulde gedicht van de vorige afdeling vertaald en laat dit nu volgen door zes variaties. Ook weer met gebruik van dezelfde of vergelijkbare woordgroepen, maar vrijer dan in ‘het wil en wil je’. Het Engels lijkt een strakker, grammaticaler en steviger product op te leveren dan het Nederlands. Het resultaat is wat mij betreft overeenkomstig met dat van het onderzoek dat Tim Parks ooit deed met Italiaanse studenten. Hij liet die een oorspronkelijk Engelse tekst en de Italiaanse vertaling ervan vergelijken en beoordelen (D.H. Lawrence, maar dat zei hij er natuurlijk niet bij). Het zal in het licht van mijn lezing van Hirs’ reeks geen verbazing wekken dat de studenten de Italiaanse tekst als brontekst aanwezen. In de aantekeningen schrijft Hirs dat ze de grammaticale regels van het Nederlands en het Engels op het niveau van de zin vergelijkt en onderzoekt.

Het eerste gedicht uit de afdeling ‘zonder titel’ doet me onmiddellijk denken aan de aangrijpende bundel Stof dat als een meisje van Toon Tellegen. Ook hier pakt het me meteen:

een engel loopt over straat ontmoet een man
verdwijnt om de hoek

wanneer de engel en de man elkaar
hoe dan ook gezien hebben
verschijnt het glimmen van ogen
een zoeken verwoed naar oogleden neerslaan of
woorden van de vloer rapen

Net als bij Tellegen vindt ook hier een – nu op subtiel niveau – gevecht plaats. De laatste twee regels zijn trouwens een lelijke afknapper:

bewust zijnd lichaam
op drift

In de losse en hier en daar qua taal rustiger gedichten van deze afdeling ook gewoon mooie regels als ‘een dag rolt de straat op’ met de slotstrofen ‘zomert een blad//kentert een bloem’. Hier ook onverwachte perspectieven en fijnzinnige beschrijvingen van bijvoorbeeld een stofje (‘naast de voet van het papier en waar al’). Soms doen de gedichten in de verte denken aan Eva Gerlach (‘het begin van de dag’) en Hans Favery (‘vandaag probeer ik’).
Wat geforceerd en gemakkelijk zijn de gedichten ‘duizend en één pixel…’ (waarin het onderzoek naar elementaire deeltjes van het Zwitserse CERN -‘het pakhuis van stofverwarring’- als ijdel en tijdelijk wordt beschreven), ‘een wereld als verzameling’ (overigens wel met een originele kijk op de vrije wil) en ‘om ons hollen’ (waarin de talloze feiten ons aangaande het nieuws nevengeschikt voorgeschoteld als ‘veelvuldig heden’, vervliegen in het licht van maan, wereld en heelal).

Dat geldt ook voor de afdeling ‘bij toeval en de sterren’. De twaalf tekens van de dierenriem worden hier in twaalf gedichten tegen een nachtzwarte hemel oftewel pagina’s geprojecteerd. Alles heel mooi gedaan, al lijden de – gepersonifieerde – sterrenbeelden helaas onder hun uitbundige, maar daardoor ook saaie beschrijvingen. Misschien dat ik afgestompt raak door de vele taalvondsten, misschien ook dat het gebrek aan diepte me parten speelt. De opdrachtsituatie (themanummer Kluger Hans KH#6) lijkt Hirs in deze bundel wel parten te spelen.

In ‘vier de stameling’ viert Hirs tot op het bot (de lettergreep) de taal. Het is een letterlijk duizelig makende samenvatting van ‘bij toeval en de sterren’ waarin mij de laatste twee strofen troffen: ‘al wat de naam / te verstamelen geeft’. Terwijl ik dit typ en de spaties tussen de woorden van het citaat oversla, moet ik onweerstaanbaar denken aan Nijhoffs ‘maar toen heeft het geschreven, / zonder haast en zonder schroom, / al wat ik van mijn leven /
nog ooit te schrijven droom’ (‘Het kind en ik’).

Ten slotte de laatste afdeling (1-7) ‘die deed mijn schoenen aan’ waarin de ik voluit ochtend, dag en nacht bezingt. In het eerste gedicht heet het:

verschieten kiemen uit hun jasje blij te leven
ben ik even dageraad sering als zijn stengel knopperig
het toelaat berkenbastkrullen dansen in wind

in het tweede:

[…] een bonte zwaai spechten vliegt veertien jaren
huilde ik kom nu dan kom gestoppelde ochtend

in het derde:

bloem haar knopen openbloeiende letters greep de dag
de nacht en ellenlange sloten glinsterende banden

in het vierde:

dat ochtendrijp zo kiemt en kiemt de melkwitte zon
op pannen dansende regen langs loslopende veldweg

in het vijfde:

zie ik rattenstaarten wroetend door akkers
onkruid gestekte paardenstaarten een land vol mei
bevochtig aarde om lente te zaaien vraag bergen naar tijd

in het zesde

bloeiend blind vertrouwde ik waterlelies en lotus
aan water toe in brandende zon volgen oogtakken
door wind gestuurde ledematen schepen

in het zevende:

[…] waar
berenklauw groeit langs bleke berkenbast bijen zoeven
de maan zijn fratsen zien oogdiertjes springende nachtegaal

Het is trouwens de dood die de ik schoenen aandoet, maar gemakkelijk weer ontloopt: ‘door springvorst ben ik weggegaan op blote voeten’. Vergelijk het ‘anders vergaat je het ademen’ uit het hierboven al aangehaalde gedicht dat je als het credo van de dichter kunt lezen.

Ze blijven op het niveau van de zin misschien vooral voer voor neerlandici, deze gedichten. Misschien moet je ze ook helemaal niet zo lezen, maar ze integraal tot je nemen, zoals je een wolk spreeuwen beschouwt, als collectiviteit. Ze geven zich uiteindelijk wel prijs, maar dat lijkt meteen ook het probleem. Ook inhoudelijk wil je graag dat een dichter, mét open plekken voor de lezer, een waarheid, een originele, liefst diepe of ontroerende of onthutsende blik op de werkelijkheid opschrijft. Bij Hirs blijft het jammer genoeg bij lyrische beschrijvingen van het wonder van de taal. Met een beetje goede wil, en hoe graag wil ik niet, kun je gemakkelijk meegaan met haar soms wat naïef aandoende en vaak extatische poëzie. Blijft de vraag of deze gedichten zich ten slotte niet tegen zichzelf keren, zichzelf in de staart bijten doordat hun taal uitgehold raakt. Met taal kun je spelen, zei Ted van Lieshout onlangs laconiek, en dan heb je poëzie. Maar is dat voldoende?


Bas Belleman: Alomvattend onpersoonlijk
Awater Najaar 2012

Download [PDF]

RozalieHirs: gestamelde werken (ontwerp & foto: Michaël Snitker)

digitale poëzie – zichtboek van gestamelde werken

Het Belgische design en beeldende kunstduo Cox & Grusenmeyer maakte zes online personificaties van zes gedichten of cycli uit de dichtbundel gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012) door Rozalie Hirs. Ze lieten deze zes online personages – of alter ego’s, zoals zij ze noemden – tot leven komen op zes verschillende sociale netwerken. Bij de keuze van de gedichten gingen Cox & Grusenmeyer uit van de eigen leeservaring, hun ontmoeting met het gedicht in kwestie. Wat vertelt het gedicht? Hoe verschijnt het? Hoe toont het zich? Spreekt het langzaam, snel, luid, zangerig, houterig? Is het neutraal van toon, agressief, verlangend, lyrisch of verleidelijk? Ze kozen zeer diverse gedichten of gedichtencycli en kenschetsten hun ontmoeting met de poëzie via steekwoorden. Zo kwamen zij voor de gedichten op zes heel verschillende karakters uit, die ze tot leven lieten komen op het online sociale netwerk dat ze het beste bij dit karakter vonden passen. Via onderstaande links kun je de personages bezoeken en deelgenoot worden van de leeservaring van Cox & Grusenmeyer.

Alle beelden werden speciaal voor dit project gemaakt en zijn auteursrechtelijk beschermd ©2012-2013 Cox & Grusenmeyer. De in de beelden, foto’s, video en grafiek getoonde woorden zijn letterlijk afkomstig van de gedichten door Rozalie Hirs. Het gaat om de volgende zes gedichten of cycli die allen volledig geciteerd worden: ‘lieve lente lacht’ (p.33), ‘vier de stameling’ (pp.52-53), ‘who put on my shoes’ 1-7 (‘die deed mijn schoenen aan’ 1-7; pp.54-61; Engelse vertaling: Donald Gardner), ‘a no’ (‘een nee’; p.31; Engelse vertaling: Donald Gardner), ‘long at present longing’ 0-6 (pp.16-23), ‘duizend en één pixel’ (p.36). Het project werd financieel ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.


zichtboek: alter ego 1 – Nicky Geneva, Blogger

Bezoek Nicky Geneva op Blogger

Zichtboek: Alter Ego 1 (Nicky Geneva, Blogger), Cox & Grusenmeyer op basis van het gedicht "Lieve lente lacht" uit de bundel gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012) door Rozalie Hirs


zichtboek: alter ego 2 – Agatha van der Aa, YouTube

Bekijk de video’s van Agatha van der Aa op YouTube

Zichtboek: Alter Ego 2 (Agatha van der Aa, YouTube), Cox & Grusenmeyer op basis van het gedicht "Vier de stameling" uit de bundel gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012) door Rozalie Hirs


zichtboek: alter ego 3 – Diederik Lamme, Tumblr

Blader door het schetsboek van Diederik Lamme op Tumblr

Zichtboek: Alter Ego 3 (Diederik Lamme, Tumblr), Cox & Grusenmeyer op basis van het gedicht "Who put on my shoes" uit de bundel gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012) door Rozalie Hirs


zichtboek: alter ego 4 – Anna Sherman, Facebook

Word bevriend met Anna Sherman op Facebook

Zichtboek: Alter Ego 4 (Anna Sherman, Facebook), Cox & Grusenmeyer op basis van het gedicht "A no" uit de bundel gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012) door Rozalie Hirs


zichtboek: alter ego 5 – Paul Wittema, Twitter

Volg Paul Wittema op Twitter

Zichtboek: Alter Ego 5 (Paul Wittema, Twitter), Cox & Grusenmeyer op basis van het gedicht "Duizend en één pixel" uit de bundel gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012) door Rozalie Hirs


zichtboek: alter ego 6 – Marc Thompson, Instagram

Volg Marc Thompson op Instagram

Zichtboek: Alter Ego 6 (Marc Thompson, Instagram), Cox & Grusenmeyer op basis van het gedicht "Long at present longing" uit de bundel gestamelde werken (Amsterdam: Querido, 2012) door Rozalie Hirs


2011/11/10

Arbre généalogique (2011)

Inhoud

1. Programmatoelichting
2. Technische details
3. Uitvoeringen

Programmatoelichting

Paul Janssen: Arbre généalogique

‘Een stap richting opera’ noemt Rozalie Hirs haar nieuwe werk Arbre généalogique. Niet dat er direct een nieuwe opera klaarligt, maar het is wel ‘het eerste serieuze stuk met een prominente rol voor de lyrische zangstem’. En voor een componiste als Hirs is dat opmerkelijk. Hirs is naast componist ook een dichter met vier bundels op haar naam. Tijdens haar compositieopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Diderik Wagenaar en Louis Andriessen studeerde zij aanvankelijk ook zang.
Het vocale element in Hirs’ werk ontpopte zich tot nu toe voornamelijk als spreekstem in stukken die zich op het grensgebied tussen muziek en poëzie bewegen en die zij zelf in binnen- en buitenland uitvoert. Haar wetenschappelijke talent en liefde voor techniek uitte zich aanvankelijk in een studie chemische technologie aan de Universiteit Twente en richtte zich vervolgens op het ontrafelen van de geheimen van de elektronische muziek en electro-akoestische principes binnen de muziek van Franse spectralisten als Tristan Murail, een van haar leermeesters. Ondanks een schijnbaar rationeel-analytische benadering is haar werk van een haast klassieke schoonheid en gaan heldere architectonische vormen hand in hand met een aansprekende expressieve inhoud. ‘Zal ik je eens vertellen wat mijn ideaal in de muziek is? Dat ik een soort muziek leer schrijven die een dialoog aangaat met de fysieke en emotionele processen in de hersenen’, zei ze al eens over haar werk in een interview met Trouw.
In haar poëzie bewandelt Hirs een vergelijkbare weg. Al sinds haar eerste gedichtenbundel Locus (1998) speelt ze met conventies, met grammaticale structuren, en laat woorden en zinnen ritmisch zingen, terwijl achter doorgecomponeerde vormen en structuren een verhaal schuil gaat dat voor velen herkenbaar is. Dat is ook het geval in Arbre généalogique, waarvoor ze gebruik maakte van haar eigen gedicht ‘Stamboom’ uit de bundel Geluksbrenger (2008). Verhalen over haar voorouders zijn in dit gedicht teruggebracht tot een aan elkaar geregen stroom van kernwoorden, die voor de goede verstaander aan duidelijkheid niets te wensen overlaten.
Hirs wilde het gedicht aanvankelijk in verschillende talen gebruiken, maar de Franse vertaling door de dichter Henri Deluy gaf met prachtige woorden als ‘mèremèrepèremère’ en ‘pèremèrepèrepère’ voldoende impuls voor een heel werk. De gezongen melodie van dat werk is min of meer intuïtief tot stand gekomen: ‘nieuwe lyriek’ in de vorm van een ‘archaïsch aandoende melodie’, aldus de componiste. Dat archaïsche moet begrepen worden tegen de achtergrond van het instrumentale en elektronische aandeel. ‘De complexiteit bevindt zich niet op het niveau van de vocale techniek’, zegt Hirs. Het muzikale materiaal dat in de opeenvolgende generaties in ‘Stamboom’ tot klinken komt, groeit in tussenspelen uit tot indrukwekkende klankvelden, opgebouwd uit zuivere boventoonreeksen. Door de variatie in de berekeningen tussen sopraan en bas ontstaan klankkleuren en harmonieën die een harmonisch ritme suggereren dat Arbre généalogique richting en stuwing geeft.

(programmaboekje Asko|Schönberg)

Technische details

instrumentatie
sopraan
fluit/ altfluit
hobo/ althobo
klarinet/ basklarinet
fagot/ contrafagot
hoorn
slagwerk (vibrafoon, glockenspiel, buisklokken, crotales, drumkit)
piano
viool 1
viool 2
altviool
cello
contrabas
midikeyboard & computer met Logic software (om de Logic sampler met 300 elektronische klanken aan te sturen)
optioneel: live ring-modulatie

tekst
Het muziekstuk Arbre généalogique is geschreven op basis van het gelijknamige gedicht: de Franse vertaling Arbre généalogique door Henri Deluy (Uit: Action Poétique No. 198, Frankrijk, 2009) van het gedicht Stamboom door Rozalie Hirs (Uit: Geluksbrenger, Amsterdam: Uitgeverij Querido, 2008).

opdracht
Het muziekstuk Arbre généalogique is opgedragen aan Susan Narucki.

duur
23′ ca.

Uitvoeringen

10 november 2011, 20:15, PROMS, Muziekgebouw aan’t IJ, Amsterdam – Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent), Asko|Schönberg
13 november 2011, 14:00, November Music, Verkadefabriek Den Bosch – Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent), Asko|Schönberg


2011/07/16

Bridge of Babel
Geluksbrenger online

Rozalie Hirs en Harm van den Dorpel: Stamboom, 2006

In het kader van Kunstenfestival Watou voert Rozalie Hirs op 16 juli 2011 haar muziekcompositie Bridge of Babel (2009) op. Daarnaast leest zij enkele gedichten(cycli) voor en geeft zij een lezing over de installatie Geluksbrenger online (2011). Dit interactieve werk, dat Hirs in samenwerking met beeldend kunstenaar Harm van den Dorpel maakte, is gedurende de gehele maand juli 2011 als interactieve installatie te bezichtigen in het stadhuis te Watou.

Bekijk hier de informatie over Geluksbrenger online in de tentoonstellingscatalogus Watou 2011.


2011/01/06

Bridge of Babel
Geluksbrenger online – presentatie
In LA
Pulsars

Rozalie Hirs, Logos, Gent, Belgium, 6 January 2011 (photograph: Peter Van Lancker)

Op 6 januari 2011 voert Rozalie in de Tetrahedron van Logos, Gent, haar drie composities Bridge of Babel (2009), Pulsars (2007) en In LA (2003) uit. Tevens presenteert zij de nieuwe interactieve poëziewebsite Geluksbrenger welke ontstond in samenwerking met beeldend kunstenaar Harm van den Dorpel. Daarnaast brengt zij de eerste openbare lezing van de gedichtencyclus die deed mijn schoenen aan (2010).


2010/08/23

Schrijversresidentie, NIA, Griekenland

Van 23 augustus tot 19 september 2010 is Rozalie Hirs als schrijver te gast op het Nederlands Insituut Athene (NIA), Griekenland. Tijdens haar verblijf werkt ze aan haar nieuwe, te verschijnen dichtbundel gestamelde werken (Amsterdam: Uitgeverij Querido, 2012), in het bijzonder aan de cyclus ‘deed mijn schoenen aan’.


2009/04/05

Curved space/ Gekromde ruimte – wereldpremière
Aan de zon de wereld
Poetry pieces I-III

Rozalie Hirs en Stevko Busch tijdens WortMusik/Pianolab in het Goethe Institut, Amsterdam, op 5 april 2009 tijdens de wereldpremière van 'Gekromde ruimte' door Rozalie Hirs (videostill)

Op 5 april 2009 vindt het evenement WortMusik plaats: een portretconcert van en met Rozalie Hirs, op uitnodiging van curator en pianist Stevko Busch, Gallery of Tones. Tijdens WortMusik worden de muziekcomposities Curved space/ Gekromde ruimte (2009), Poetry pieces I-III (2008) en Aan de zon de wereld (2006) van Rozalie Hirs uitgevoerd in het Goethe Institut, Amsterdam. De uitvoering van Curved space/Gekromde ruimte is tevens de wereldpremière.

Beluister en bekijk een selectie van het concert via onderstaande YouTube-link. Lees alle gedichten hier.


2009/04/05


2008/11/27

Geluksbrenger – boekpresentatie

Rozalie Hirs: Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, 2008). Poëzie: Rozalie Hirs. Intergraal boekontwerp: Michaël Snitker

Op 27 november 2008 wordt de nieuwe poëziebundel Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, 2008) van Rozalie Hirs feestelijk gepresenteerd met optredens van Jaap Blonk, Geert Buelens, Rozalie Hirs en de Jackson Mac Low Band. Mirjam van Hengel, poëzieredacteur bij Querido, overhandigt het eerste exemplaar aan de dichter. De avond wordt gepresenteerd door Joost Baars.


2008/11/27

Geluksbrenger (2008)

Inhoud

1. gedichten uit Geluksbrenger
1.1. Stamboom
1.2. Tuimelaar
1.3. Lees alle gedichten online

2. recensies over Geluksbrenger
2.1. Alain Delmotte: Thuiskomen in een molen
2.2. Edwin Fagel: Door het water gladgemaakte kiezels
2.3. Bart Vonck: Boek van de week: Geluksbrenger
2.4. Laurens Ham: Het vlindert op en neer
2.5. Albert Hagenaars: Geluksbrenger

3. digitale poëzie: Geluksbrenger online
3.1. mobile
3.2. kristalstructuur
3.3. rorschachvorm
3.4. letterverschijning
3.5. halo
3.6. dagelijks vliegen
3.7. lijnen
3.8. deconstructie
3.9. als water
3.10. bronvermeldingen

 

gedichten uit Geluksbrenger


Stamboom

Moeder femme fatale uit de modder getrokken vader onkruid groeit overal bracht de geest
van moedermoeder verhalenvlinder goed voor levenslang moedervader in blauwe jaguar
gesuikerde paaseitjes getoverd moederbroer vier jaar oud in pyjama met de pont over het IJ
moedermoedermoeder jonggestorven moedermoedervader bariton aan vrouwen en drank teloorgegaan
moedermoedervadermoeder wierp de delving van de overtoom in een sok 100 gespaarde
guldens droom aan het voeteneind moedervaderzus verstoten voor gek versleten huissloof
geboren 19 oktober 1919 moedervaderzus vermeende moedermoeder vadermoeder gedachte
verbinding tussen alles tractatus vadervader die voor sigaren en een borrel
brievenschrijver van de buurt vadermoedermoeder ongehuwd zonder middelen
vadermoedervader in vlees en bloed verstoten uit de naam van de steen het fortuin
van zijn vadermoedervadervader eerste verffabrikant van nederland te haarlem verspeeld
aan paarden verdronk zijn 19e verjaardag vadervadermoeder kreeg 15 kinderen waarvan
de jongste vadervader levensboom komt daar nu leven van muziek of woorden dan?

 


Tuimelaar

Gelukkige hoedanigheid van onder de zeespiegel verblijven
of boven de wolken een stoffige veer de vogel vinden alles

verandert in de schemering verdwijnen opmerkingen
van de regen zinderende zon het gewicht de dingen meer

of minder is dat wat we leven noemen kleine witte bloemen
die tussen stenen groeien er genoeg herinnering voor een stroom

van dingen is samengebald tot een moment met dit beeld
of gevoel het gras dat wuift het riet zingt en water ruist alleen

in de taal van vogels of walvissen en stroomt net zo lang
als de lucht om bomen zich verliest in tijd en levens

in herinneringen onuitgenodigde feiten in aanwezigheid
van walvissen en vogels door het water gladgemaakte kiezels

kleuren waar het naartoe gaat dat je leeft en weet je verstrijkt
als alle betekenis op den duur je bewustzijn een korte zomer

 
 

recensies over Geluksbrenger


Thuiskomen in een molen
Alain Delmotte

Geluksbrenger is de vierde bundel van Rozalie Hirs en de lezer zal bezwaarlijk kunnen stellen dat al haar bundels op elkaar gelijken. Je herkent haar stem wel, natuurlijk, maar formeel volgt ze vaak van bundel tot bundel een ander spoor. In deze publicatie wordt dit meteen duidelijk: bij het doorbladeren ervan valt een typografisch spel op dat we eerder op zo’n systematische manier in geen enkel bundel van haar vonden. Geluksbrenger heeft zijn titel niet gestolen. Er staan inderdaad een paar gelukmakende gedichten in. De bundel klinkt fris, dynamisch en in die dynamiek laat zich veel argeloosheid zien. Neem nu de titel van een gedicht zoals ‘Van het wonder is woord’. Hirs maakt gebruik van het afgesleten en stereotiepe woord ‘wonder’ zonder daarbij haar geloofwaardigheid te verliezen. En stereotiep en afgesleten is het betreffende gedicht (met een knipoog naar Van Ostaijen) echt niet. Argeloos is Hirs in de wijze waarop ze zich – ik parafraseer – tot de glans bekent. De glans van de taal, de glans van de dingen.

Saai zijn deze teksten niet: al zijn ze veelzijdig gelaagd, ze blijven speels – als je als lezer tenminste die speelsheid wil herkennen en erkennen. Dat haar gedichten in concept en in praxis ‘muzikaal’ zijn, ligt voor de hand. Niet alleen omdat Hirs zelf ook als componiste werkzaam is. Niet alleen omdat zij in haar multi-music composities taal verwerkt (waarbij gedicht en muziek elkaar dus raken of bijna raken). Niet alleen omdat zij haar bundel met een motto van componist Dick Raaijmakers (die de eerste regels blijken te zijn van diens methode) laat voorafgaan. Maar vooral omdat deze gedichten de indruk geven in de lijn van een ‘contrapunt’ te zijn opgebouwd. Hirs lijkt in een gedicht verschillende gedichten tegelijkertijd op elkaar te stapelen, te bewerken, af te splitsen, door elkaar te mengen, door elkaar te schudden, in elkaar te laten vloeien. En dat in één enkele beweging. In één adem. In volgehouden adem. Hoe gecomponeerd, hoe geconstrueerd haar gedichten eigenlijk ook zijn: het komt nergens kunstmatig over. Haar gedichten willen. Haar gedichten blaken levenskrachtig, bieden een groot aanbod aan mogelijkheden. In het gedicht ‘Vorm’ lees ik op het einde de volgende woorden, of liever zinsflarden:

met de zin__________________________gevend ademend
________van zins-_______________en lichaams-
______________________bouw
___________________betekenen vorm
_______________veelvormig naar leven

Ademen is wellicht een van de sleutelbegrippen in de bundel. Ademen is het eerste wat een mens doet. Zijn eerste confrontatie met de wereld. Het eerste woord dat we spraken was misschien wel een inhalering. (Tot mijn spijt is dat woord niet te spellen. Het staat ook niet in Van Dale. Het overbrugt evenwel alle betekenissen van alle woorden die in dat sublieme boek staan.) Met het begrip ‘adem’ geeft ze meteen ook de mentale grenzen van haar poëticaal domein aan: denken en voelen maken daar samen deel van uit. Met ademen begint de taal, met ademen begint in een lichaam de taal. Verstrengeld in denken en voelen is adem niet meer dan de tastbare aanwezigheid van een lichaam (dat zich altijd in het nu, in het vandaag bevindt) in een gedicht, in een woord, in een zin.

Een zin leeft in het lichaam groeit
door een lichaam in voelen denken
werpt een bal vandaag zich tussen de regels
met dit (hier) de wereld en (dat) herhaalt

Met ademen begon dus ook het leren. Ademen is in ieder geval het eerste woord uit het mooie gedicht ‘Toen leerde ik (0-38 jaar)’. Ik neem het hieronder integraal over. Dit gedicht eindigt met ‘thuiskomen in een molen’. En dat is precies het gevoel dat me overviel bij het lezen van de bundel. Thuiskomen in een molen: een watermolen, welteverstaan, waarbij het rad door gedichtenwater in gang wordt gezet.

Schreven we gedichtenwater proefde je rimpelingen
door lippen besprekende tongen inhoud
vervormende eindige beekjes
teugjes
____nipjes

En de molen blijft maar gedichtenlang draaien, de woorden blijven maar komen, de woorden stromen. Een stormachtige thuiskomst. Technisch bereikt ze dit woordenstroomeffect door het weglaten van de leestekens (consequent laat ze elk gedicht met een hoofdletter beginnen, een detail heel zeker, maar het heeft een soort treffende zorgvuldigheid aan). Sinds Apollinaire is deze techniek een oud truukje maar het werkt. Zinnen lijken elkaar op die manier te overbruggen, te overmannen, elkaar voor te zijn, elkaar op te blazen. Op die manier ontstaan gedichten barstensvol anakoloeten. Een deconstruerend stijlmiddel dat in de gehele bundel wordt toegepast en die, zoals vermeld, zijn verrassingseffect blijft behouden.

‘Geluksbrenger’ is opgedeeld in vier cycli, die in hun visuele vormgeving van elkaar zijn gescheiden maar die stilistisch met elkaar verbonden blijven via minimale herhalingen en subtiel terugkerende motieven die met andere contexten geconfronteerd worden. Die visuele vormgeving verandert geleidelijk aan van cyclus tot cyclus: je merkt een verschuiving van compacte geblokte, proza-achtige teksten naar een zich over het blad vertakkende typografie. Om dan tenslotte in het slotgedicht – dat waarschijnlijk niet toevallig In één adem heet – van de laatste cyclus weer tot dichtheid te komen. Iets bracht dus de cycli structureel (en fysiek) in beweging: het lijkt wel of de dichter een bundel lang en diep heeft geïnhaleerd.

Thematisch doet zich ongeveer hetzelfde voor. De thematiek verschuift van het concrete naar het abstracte, van het particuliere naar het kosmologische. Van een gedicht over een stamboom naar een gedicht over UB313 2003. Van het heel onbenullig kleine naar het quasi spirituele (Hadewijch verschijnt in een van haar teksten). In beide gevallen gebeurt dit op het niveau van de taal en altijd met vingertoppengevoeligheid.

De opener heet ‘Geluksbrenger sporen’ en wordt gevolgd door ‘Gekromde tijd’, ‘Nu is een roos’ en ‘Gekromde ruimte’. Deze titels verklappen veel van wat Hirs in deze bundel doet: zij verkent in deze gedichten de dimensies ruimte en tijd. Nogal wat gedichten hebben een programmatisch karakter. Onder meer (en niet uitsluitend) een programmatisch karakter. (Zo hoort het in poëzie: deze gedichten vallen niet onder één noemer te vangen. Gedichten zijn in hun diversiteit maar mogelijkheden. Een gedicht golft en vloeit. Gedichtenwater.) Het eerste gedicht uit de laatste cyclus ‘Prologos’ is zo’n programmatisch gedicht. Het gedicht definieert zichzelf als:

______________________Een weg naar

_______handeling_______ruimte_______gemeenschappelijke

Het gedicht bevat

_______verzamelde namen_______van plaatstijd

Het gedicht wil

de wereld tegenkomen

Of bedoelt Hirs dat we in het gedicht de wereld kunnen tegenkomen? In ieder geval iets zou te ontwarren moeten zijn

_______op het glansvlak
_________van dingen

De bundel staat bol van dergelijke al dan niet poëticale overwegingen. Ze zijn nooit sluitend. Het zijn maar benaderingen, betrachtingen, verkenningen van ‘iets wat buiten ons van binnen is’ (zoals Hirs het omschrijft in het gedicht Definitie). Het daarnet geciteerde neologisme ‘plaatstijd’ vat het synchrone ‘gebeuren’ van deze bundel goed samen. Het neologisme komt elders nog eens voor en is daar misschien wel een ultieme definiëring van haar queeste:

hoe een berg namen ontstaat uit
de momentane botsing tussen plaatstijddeeltjes

Een bundel met vele aspecten. Een bundel zo divers dat het moeilijk is om er een representatief gedicht voor uit te kiezen. Een bundel voor elk wat wils dus, een bundel waarin de nieuwsgierig lezer zijn eigen voorkeuren kan opbouwen. Zelf vind ik de openingscyclus ronduit prachtig. Een bundel waar je als lezer langdurig mee in dialoog kunt gaan.

Toen leerde ik (0-38 JAAR)

Ademen zonder handen lopen langs de kast luisteren naar pipneus en wim
kartonnen boeken knippen luisteren naar hoe een letter klinkt een zusje
krijgen uit de poppenkast kijken naar hoe verf zingt langs de douane rijden
zonder verentooi tussen lijnen schrijven in de bus mechtild kennen en haar
moeder die maakt boter oma honing en brood van de berg naar het dal
gaan grotten ingaan stalactieten bartók’s naam spellen in papieren noten
bijna doodgaan dan een jongen zien olifanten tekenen ridders harten in
de sneeuwtrein naast elkaar heel dichtbij op de knieën een gedicht over
sneeuw een helder wit lint over de wereld eenzaam zijn alleen zijn van de
hel naar de hemel gaan door het woud in de regen gekust een deken van
handen voelen tentamens met blauwe hoofddoek en gouden oogschaduw
leren stevig door sigaren roken naakt in het gras liggen van vijf elementen
te eten krijgen naast niemand wonen die meubels verschuift op de vloer
schrijft dansen in de tor om vier uur patat eten wasmiddel zonder fosfaten
gebruiken een horloge met vallende cijfers lezen krullen afzetten vuurtoren
zijn op een wit tapijt in wonden wonen door brandende koorts rozalie
worden langs een zandweg lopen moedermoeders verliezen aan de dood
een helse film opnemen een heilige berg bezoeken een hart ontmoeten
de atlantische greppel oversteken dromen van de maria met een stijve
het jezuskindje aan haar borst straatkatjes geboren zien worden zien smullen
van dode ratten de new york times uitsneeuwen thuiskomen in een molen

(Poëzierapport, Belgie, 14 mei 2009)


Door het water gladgemaakte kiezels
Edwin Fagel

Taal is een klanksysteem, schrift een systeem om die klanken te noteren. Je zou taal dus kunnen zien als een vorm van muziek; dat maakt het schrijven van gedichten een vorm van componeren. Natuurlijk is het verschil met muziek dat woorden betekenissen genereren.
Rozalie Hirs heeft een muzikale manier van dichten, zoals ook te lezen is in haar nieuwste bundel, Geluksbrenger. Ze is daarbij een uitgesproken voorbeeld van een dichter die de verschillende betekenissen van een woord mooi weet uit te buiten.

Naast dichter is Rozalie Hirs ook componist. Wie haar wel eens heeft zien optreden, weet dat haar gedichten klinken als een tussenvorm tussen poëzie en muziek. Of het een vast deel van haar repertoire is weet ik niet (ik denk het niet), maar ik heb eens een optreden van Hirs meegemaakt waarbij ze tegen een achtergrond van klank- en ritmische effecten haar regels monotoon voordroeg. Een noodoplossing lijkt me, maar de enig mogelijke als je de gedichten in je eentje wil voorlezen. Als je de poëzie van Hirs namelijk in muzikale termen zou proberen te omschrijven, zou je in ieder geval moeten concluderen dat haar regels vooral samenklanken zijn, in plaats van melodieën. Vaak speelt het woord gelijktijdig een rol in verschillende zinnen. Als je in een voordracht aan alle betekenissen recht zou willen doen, zouden de gedichten door minimaal twee mensen tegelijk moeten worden voorgelezen, waarbij ieder een andere intonatie gebruikt. Dat is niet om aan te horen, lijkt me – vandaar dat de keuze voor een monotone, intonatieloze voordracht logisch is.

De bundel Geluksbrenger is hecht gecomponeerd. De bundel bestaat uit vier afdelingen: ‘Geluksbrenger sporen’, ‘Gekromde tijd’, ‘Nu is een roos’ en ‘Gekromde ruimte’. Uit de afdelingstitels blijkt al duidelijk dat tijd en ruimte worden geproblematiseerd, en uit de gedichten zelf blijkt dat verder:

Wetmatigheden

In de vrijgegeven storm vind ik mijn stoel in de hemel
klimt het vliegtuig langs wolken het licht tegemoet ontdekt

slaperig vanmorgen als vliegende visser op weg onzichtbare
sprong bliksemend door een ademende vlucht vogels

de bloeiende amandelboom bloedmooiste streek aan een meer
een heuvel nevelig dal door hogere heuvels versterkt aangroeiend

tot stad waar overstromende rivieren zonnewendes glanzen
van levenden en geliefden aan niemand toebehoren aan elkaar

raken vallend het laatste nieuws opvangen vandaag
bijvoorbeeld in een omgeving van enige mensen en dingen

(p. 28)

De tweede strofe refereert m.i. niet toevallig aan het bekende gedicht ‘visser van ma yuan’ van Lucebert: “onder wolken vogels varen/onder golven vliegen vissen/ maar daartussen rust de visser”. Over de interpretatie van dit gedicht valt veel, zeer veel te zeggen, in dit verband lijkt me in ieder geval relevant dat onduidelijk is waar het beschrevene zich afspeelt: in de lucht of in het water. De referentie aan ‘visser van ma yuan’ is in deze bundel belangrijk. De (vliegende) vissen, wolken en water komen in veel gedichten terug, ook om het begrip ‘tijd’ te problematiseren:

De tijd zwemt langs een walvis vliegt met een vogel op die en die
wijze vervalt de wereld hun bewegingen snijden gebeurtenissen

(Uit: ‘De tijd van een boom’, p. 47).

In de openingsafdeling wordt ‘Geluksbrenger’ geïntroduceerd, nadrukkelijk als persoon. Ik vermoed dat ‘Geluksbrenger’ vrouwelijk is, gezien de spullen (sporen) die we van haar aantreffen in het gedicht ‘Geluksbrenger sporen’. Ze heeft een stamboom met een lange voorgeschiedenis, een jeugd waarin alles (in ieder geval tot en met het 38ste levensjaar) wordt aangeleerd. In het gedicht ‘Vlinders gras’, dat vier pagina’s beslaat, heeft de bladspiegel op de eerste en de laatste pagina de vorm van een vlindervleugel. In de twee tussenliggende pagina’s fladderen de woorden ‘vlinder’, ‘gras’ en ‘veld’ zelf over de pagina. Geluksbrenger begint met het verkennen van de ruimte.

In de slotafdeling ‘Gekromde ruimte’ bewegen de woorden zich eveneens over de bladspiegel, maar lijkt de te verkennen ruimte zich voornamelijk in het lichaam te bevinden. Het lichaam is sterfelijk, maar al het andere is net zo tijdelijk van aard. Vandaar dat ‘nu’ een ‘roos’ is: mooi op het moment dat het er is, maar per definitie niet eeuwig. Woorden als ‘nu’, ‘adem’, ‘open’ en ‘mogelijkheden’ spelen een sleutelrol in deze bundel. Ze getuigen van een open mentaliteit, een omhelzing van alles. (Nu moet ik aan dat andere gedicht van Lucebert denken, ‘er is alles in de wereld het is alles’). Hierin openbaart zich Geluksbrenger. Uiteindelijk komt dit neer op een hartstochtelijk beleden ‘pluk de dag’, want alles gaat voorbij. Heel fraai wordt dit verwoord in ‘Tuimelaar’:

Gelukkige hoedanigheid vanonder de zeespiegel verblijven
of boven de wolken een stoffige veer de vogel vinden alles

verandert in de schemering verdwijnen opmerkingen
van de regen zinderende zon het gewicht de dingen meer

of minder is dat dat wat we leven noemen kleine witte bloemen
die tussen stenen groeien er genoeg herinnering voor een stroom

van dingen is samengebald tot een moment met dit beeld
of gevoel het gras dat wuift het riet zingt en water ruist alleen

in de taal van vogels of walvissen en stroomt net zo lang
als de lucht om bomen zich verliest in tijd en levens

in herinneringen onuitgenodigde feiten in aanwezigheid
van walvissen en vogels door het water gladgemaakte kiezels

kleuren waar het naartoe gaat dat je leeft en weet je verstrijkt
als alle betekenis op den duur je bewustzijn een korte zomer

(p. 30)

Met name het beeld van de door water gladgemaakte kiezels (dat in de bundel verschillende keren terugkomt) is in dit verband geslaagd. Daarin komen tijd en ruimte, en hun effect op elkaar, samen: zowel het voorbijgaan in het eroderen, als het (in een andere vorm) blijven. Zo zou men de gedichten van Rozalie Hirs ook kunnen zien als door water gladgemaakte kiezels – in het schaafwerk dat het vereist om ze te maken, en ook in hun tegelijk blijvende en voorbijgaande aard. Geluksbrenger is dus in meer dan één opzicht een gave bundel.

(De Recensent, 23 september 2009)


Boek van de week: Rozalie Hirs – Geluksbrenger
Bart Vonck

Rozalie Hirs’ nieuwe bundel moet je meer dan één keer lezen. Haar gedichten bestaan meestal uit opsommingen, die in het eerste deel, ‘Geluksbrenger sporen’, de vorm van (autobiografische) prozagedichten aannemen. Bij een eerste lectuur werd ik voortgejaagd door het snelle ritme van de verwoording. Ik las de bundel in één ruk uit en wist daarna meteen: die eerste lezing was trouw aan Hirs’ voortstuwende ritme, maar ik liet wellicht heel wat betekenisniveaus aan mij voorbijgaan. Hirs trekt sporen in de werkelijkheid, vermengt werelden met elkaar. In haar gedichten, door de vorm van haar gedichten, ligt Hirs te dobberen in een water dat alle fenomenologische verschijnselen lijkt te omvatten. Ik zou die teksten ‘fluxus’-verwoordingen willen noemen: de werkelijkheid is een overrompelende stroming waarin de tegengestelden worden opgeheven. Hirs is bezeten van de uitspraak van Van Ostaijen: “Ik wil bloot zijn en beginnen” (geciteerd in het gedicht ‘Van het wonder is het woord’) en gaat ervan uit dat poëzie het “wonder” van het reële uitdrukt. Het reële (ook het autobiografische van de ‘ik’-figuur) zet ertoe aan collages te schrijven met ‘objets trouvés’, plaatsbepalingen op te sporen en woorden tussen haakjes te plaatsen of te doorstrepen. In het gedicht ‘Wiskunde’ (uit de vierde afdeling, ‘Gekromde ruimte’) lees ik: “Een vaststaand ding / bekijk ik met argusogen / gooi er een woord in / bij wijze van naam / door een afgesproken raam / eenheidsoperatie”. Poëzie is kennisleer bij Hirs: het peillood van het woord meet de verschillende betekenisniveaus die door de doorlopende vorm van het gedicht in elkaar gaan overlopen.
De bundel telt vier afdelingen: ‘Geluksbrenger sporen’, ‘Gekromde tijd’, ‘Nu is een roos’ en ‘Gekromde ruimte’. Uit de titels blijkt al dat de vaststaande categorieën waarin de werkelijkheid fysisch wordt uitgedrukt (ruimte en tijd) aan een nieuwe verhouding toe zijn. “Schrijven muziek” (in ‘Prologos’) is de nieuwe naam van het werkelijke. En de titel ‘Prologos’ (waarbij het ontbreken van het afkappingsteken suggereert dat we er de Griekse ‘logos’ in moeten lezen) maakt heel wat duidelijk: de voorwoordelijke ervaring legt aan op een ononderscheiden en ononderscheidbare stroom die aan de waarneming voorafgaat. Paradoxaal is natuurlijk dat Hirs toch haar toevlucht moet nemen tot het ‘woord’ dat eigenlijk de ‘logos’ zelf is om de ‘prologale’ wereld te beschrijven. Dat is de grote uitdaging van die als in een roes geschreven gedichten (niet voor niets wijdt Hirs een lang en intens mooi gedicht aan de mystica Hadewijch): met ‘logische’ woorden de ‘voorlogische’ werkelijkheid vertolken. Meervoudig is de ervaring, plooibaar blijkt het woord dat bij Hirs de volgende zending meekrijgt: “proeven naar iemand die ik nog niet ben / het om me heen ontsluitend waar het kijken / ingekeerd uitschrijft een weg vindt” (in het gedicht ‘Tekstverschijning’). Hirs’ fenomenologisch onderzoek is ge(s)laagd: alle niveaus van waarneming (ook de ‘voorwoordelijke’) krijgen in haar teksten een doop in het stromen dat aan de zegging voorafgaat, dat in de zegging ‘verschijnt’. Deze bundel is, naast een schrijf- en een leesavontuur, een uitmuntend getuigenis van iemand die de poëzie aanwendt om de/haar wereld te (ver)kennen.

(Vlabin-vbc, België, 15 juni 2009)


Het vlindert op en neer
Laurens Ham

Soms geeft poëzie zich niet zomaar prijs. Geluksbrenger, de vierde bundel van componist en dichter Rozalie Hirs, is een bundel die zo uitdagend is dat hij een positieve vorm van razenij bij me teweegbrengt. Steeds vlindert de betekenis van me weg. De betekenis en relaties die ik in de tekst aanbreng, moeten telkens worden bijgesteld.
Het mooie is dat ik er zo toe wordt aangezet hetzelfde proces door te maken als Hirs bij het schrijven van Geluksbrenger. Zij moet de complexe werkelijkheid in woorden en vormen zien te vangen, maar merkt dat de woorden telkens tekortschieten. Neem ‘Winterkoninkje’, waarin ze de taal van een winterkoninkje probeert weer te geven. Als het vogeltje begint te zingen staat er dit:

(…) één (geen) geen één (één) alles in alles en (alles)
of alles in één uitwisselen eindigheid nastreven
(falen) in tenietdoen door verandering tenietdoen

het opnieuw proberen (veranderen) iets doorhalen
overnieuw proberen één (geen) geen één (één) alles

Dit is tegelijk een portrettering van de dichter die tevergeefs een gedicht probeert te schrijven en een adequate weergave van de gefragmenteerde zang van het vogeltje.
In de bundel wordt voortdurend gezocht naar een passende poëtische vorm om de beschreven werkelijkheid weer te geven. De zoektocht is ook terug te zien in de ontwikkeling die zich tussen de vier afdelingen afspeelt. De compacte prozaïsche vorm in ‘Geluksbrenger sporen’ valt langzaam uit elkaar, totdat de woorden in ‘Gekromde ruimte’ zo los over de pagina zijn verspreid, dat de gedichten op talloze manieren te lezen en te begrijpen zijn.
In verschillende gedichten uit de afdeling ‘Nu is een roos’, vooral het programmatische ‘Tekstverschijning’, wordt geprobeerd onder woorden te brengen hoe het schrijfproces verloopt. Hirs schrijft: ‘het om me heen ontsluitend waar het kijken ingekeerd uitschrijft een weg vindt’. Deze regels laten in gecomprimeerde taal de verschillende stappen van het schrijfproces zien. De dichter probeert haar omgeving (‘het om me heen’) te ontsluiten door om zich heen te kijken, de beelden in de eigen geest te transformeren naar taal en die taal op te schrijven. Bij dat transformatieproces spelen twee instanties een rol: het gevoel en de ratio, of ‘voelen denken’ zoals Hirs het zelf noemt.
Regelmatig keert het motief van de droom in de bundel terug, een motief dat met het voelen en de verbeelding in verband kan worden gebracht. Het droomachtige idioom van de onbegrensde verbeelding, van een wereld waarn bomen spreken, vogels denken en sterren lusiteren, wordt echter ook met natuurwetenschappelijke taal opgeladen:

(…) bomen vertellen hoe een berg namen ontstaat uit
de momentane botsing tussen plaatstijddeeltjes sterren luisteren

hoe het gebeuren volgens banen zichtbaar gemaakt in stof zich
voltrekt en tijd breekt als de nachtegaal denkt dat hij slaapt

‘Plaatstijddeeltjes’ herinnert aan Einsteins algemene relativiteitstheorie, net als de afdelingstitels ‘Gekromde tijd’ en ‘Gekromde ruimte’. Einsteins idee dat ruimte en tijd allemaal dimensies van één onscheidbare ruimtetijd zijn, wordt poëtisch uitgedrukt in Hirs’ gedichten. Zo wijst ze erop dat je de ‘tijd van een boom’ afleest aan de ruimte die hij inneemt: ‘jaarring jaarring jaarring’. Ook in de term lichtjaren worden ruimte en tijd versmolten. Hirs laat zich in haar pogingen om de wereld te interpreteren dus telkens door de bètawetenschap inspireren. Tegelijk maakt ze van veel minder technische bronnen gebruik: ‘Van het wonder is woord’ is een collage van fragmenten uit Paul van Ostaijens Feesten van Angst en Pijn.
Met verbazing ontrafel ik dit web van citaten, verwijzingen en feiten. Ik zou bijna vergeten wat deze tekst dankzij, of misschien wel ondanks, deze citaten óók is: een schitterende bundel, rijk van taal en met zichtbaar plezier geschreven. Ontrafel dus niet alleen, lees ook vooral. En dan nog eens en nog eens. Geluksbrenger is het waard.

(Awater poëzietijdschrift, winter 2009)


Rozalie Hirs: Geluksbrenger
Albert Hagenaars

Geluksbrenger heet deze vierdelige bundel van Rozalie Hirs (Gouda, 1965) en leesgeluk brengt hij, zeker voor wie graag teksten analyseert. Hirs, die elk onderwerp aankan, verspringt vaak van perspectief en techniek…om toch onmiskenbaar Hirs te blijven! In het openingsgedicht, dat net als de meeste andere teksten een prosodie kent die door associaties wordt opgeschud en vrij is van leestekens, vallen woorden op als: moedermoeder, vadervadermoeder, vadermoedermoeder (voor oma etc.). Achter in het boekje staan gedichten waarvan de typografisch verspringende woordgroepen nog met elkaar in verband gebracht moeten worden. Ook tussen begin en einde is het puzzelen geblazen in deze speelse maar energieke poëzie, die minstens zoveel taalspel als duiding en zin nastreeft. In dat opzicht zal Hirs muzikale opleiding (ze is componist) zeker een rol spelen. Lang niet alle lezers houden ervan hard te moeten aanpakken maar wie de ogen wil strekken zal de gewaarwording ondergaan iets bijzonders mee te maken:

Gelukkige hoedanigheid vanonder de zeespiegel verblijven
of boven de wolken een stoffige veer de vogel vinden alles (…)

(Nederlandse Bibliotheek Dienst, februari 2009)

 

digitale poëzie: Geluksbrenger online

Inleiding
In 2006 deed beeldend kunstenaar/ nieuwe media kunstenaar Harm van den Dorpel samen met Rozalie Hirs mee met de tweede aflevering van Poëzie op het Scherm, een initiatief van het Nederlands Letterenfonds (voorheen Fonds voor de Letteren).
Tijdens de officiële presentatie in De Waag, Amsterdam, op 17 mei 2006, presenteerden Hirs en Van den Dorpel een tweetal interactieve poëzieapplicaties, te weten Stamboom (klik op het icoontje onder het gedicht om de digitale app te openen) en Tekstverschijning. Toen de bundel Geluksbrenger (Amsterdam: Querido, 2008), waarvan deze twee gedichten deel uit maakten, was uitverkocht, besloot het duo om de complete bundel online aan te bieden. Harm van den Dorpel koos voor een html-omgeving, waarbinnen hij alle programmatuur voor de applicaties zelf ontwikkelde.

Op 11 februari 2011 verscheen Geluksbrenger online met gedichten, opnames, en muziek (luisterruimten, gesproken woord, en muziekstukken met tekst) door Rozalie Hirs, en interactieve poëzieapplicaties ontwikkeld door Harm van den Dorpel.
De interactieve applicaties maken de leeservaring, die zich normaliter tot de pagina en het hoofd van de lezer beperkt, tastbaar en zichtbaar. Als lezer maak je tijdens het lezen keer op keer talloze keuzes en ben je de tekst in feite aan het herscheppen terwijl je leest, meer dan je meestal beseft. Interactieve applicaties en digitale poëzie kunnen dit ingrijpen in en herscheppen van de tekst inzichtelijk maken en iets van de leeservaring en soms zelfs van de schrijfervaring van de dichter tonen.

Vanwege de grote verscheidenheid aan ontwikkelde applicaties worden er hier een aantal apart benoemd:


mobile
Voorbeeld van een mobile: Stamboom


kristalstructuur
Voorbeelden van kristalstructuren: Hadewijch, Definitie, Een wens, Zon dezelfde kamer,


rorschachvorm
Voorbeelden van rorschachvormen: Prologos, Van wegen, Kijker oog grijs, Wereld van nu, Topologie, Nachthart, UB313 2003, Leven mogelijkheden, Vorm


verschijning en verdwijning
Voorbeeld van de verschijning en verdwijning: Tekstverschijning


halo
Voorbeeld van een halo: Ziverdauw


dagelijkse vliegen
Voorbeelden van vliegen binnen Dagelijks


lijnen
Voorbeelden van lijnen in Toen leerde ik (0-38 jaar)


deconstructie
Voorbeeld van een deconstructie: Maken breken


water
Voorbeeld van een vol- en leegstromend gedicht


bronvermeldingen
Voorbeelden van bronvermeldingen in Gevonden voorwerpen en Straatnamenregister


2008/06/15

article 5 [dolphin, curved time]

002.tif

Op 15 juni 2008 wordt de muziekcompositie article 5 [dolpin, curved time] (2008) van Rozalie Hirs twee maal uitgevoerd door de sopraan Irene Maessen tijdens het Festival Wendingen in het Bijbels Museum, Amsterdam. Het stuk is gebaseerd op het gedicht ‘Tuimelaar’ uit Rozalie’s binnenkort te verschijnen dichtbundel Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, Amsterdam; 2008).

Er zijn op 15 juni 2008 twee concerten van het stuk, te weten om 13:00 en 14:00.


2008/06/14

article 5 [dolphin, curved time] – wereldpremière

002.tif

Op 14 juni 2008 gaat de muziekcompositie article 5 [dolpin, curved time] (2008) van Rozalie Hirs in première door de sopraan Irene Maessen tijdens het Festival Wendingen in het Bijbels Museum, Amsterdam. Het stuk is gebaseerd op het gedicht ‘Tuimelaar’ uit Rozalie’s binnenkort te verschijnen dichtbundel Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, Amsterdam; 2008).

Er zijn op 14 juni 2008 twee concerten van het stuk, te weten om 13:00 en 14:00. Een dag later vinden er nog twee uitvoeringen plaats.


2007/09/28

Vlinders, gras

DWB (redacteur: Arnoud van Adrichem) Jaap en de bonenstaak, 2007 nr. 4

Op 28 september 2007 vindt in Perdu, Amsterdam, de presentatie plaats van Jaap en de Bonenstaak, het themagedeelte binnen het nieuwste nummer van het literaire tijdschrift Dietsche Warande en Belfort (Jaargang 152, aflevering 4, september 2007, pp.555-725). De presentatie van de avond is in handen van Arnoud van Adrichem en Elma van Haren. Astrid Lampe, Pol Hoste en Anneke Brassinga dragen teksten voor. Miguel Declercq toont een beeldverhaal. Van Samuel Vriezen en Rozalie Hirs worden muziekcomposities op basis van eigen teksten uitgevoerd door de Jackson Mac Low Band. Rozalie Hirs toont haar concept ‘betekenisritme’ aan de hand van de typografische ritmiek binnen haar gedicht ‘Vlinders gras’, wat resulteerde in de compositie Vlinders gras die vanavond klinkt. Zij schreef het gedicht op verzoek van Arnoud van Adrichem als reactie op het gedicht ‘Houd jij dit maar uit elkaar?’ van Lucas Hüsgen, dat ook in het themanummer opgenomen is.



Poëziecentrum, Johan de Boose, Logos, Carl de Strycker, hochroth Verlag, Ernestine Stoop, Godelieve Schrama, Book of mirrors, Louis Andriessen, Mark Menzies, Zaterdagmatinee, Marc Reichow, zingen, Marco Blaauw, Lyrikline, DWB, Venus, Etienne Siebens, Sounds of Music, Tijd en Sintel, Nora Fischer, Filip Rathé, Edwin Fagel, Kars Persoon, Musikfabrik, Spectra Ensemble, Boris Tellegen, Geert Jan Mulder, Klangforum Wien, Formalist Quartet, Stichting Huygens Fokker, Poëziekrant, Attacca Productions, parallel world [breathing], Michaël Snitker, James Fei, The honeycomb conjecture, Atlantis, Jeroen Dera, Alain Delmotte, Arbre généalogique, Stamboom, parallel world and sea, parallel sea [to the lighthouse], Jan Kuijper, Festival van Vlaanderen, Family Tree, Bridge of Babel, Platonic ID, article 4, Concertgebouworkest, Jorinde Keesmaat, Philip Thomas, Marieke Franssen, Piet Gerbrandy, Letterenfonds, Infinity Stairs, Holland Festival, Bert Palinckx, Bauwien van der Meer, article 1 to 3, Amsterdam Sinfonietta, Dante Boon, Meditations, Paul Craenen, Klankinstallatie, Johannes Fischer, Bas Wiegers, article 0, Klankenbos, article 8, Roseherte, Kim Andringa, Bozzini Quartet, article 6, Luisterhuis, Curvices, gestammelte werke, Daniela Seel, Cox & Grusenmeyer, Yvan Vander Sanden, article 7, gestamelde werken, Donald Gardner, Guido Tichelman, Arnold Marinissen, Muziekgebouw aan't IJ, KOOKbooks, Casper Schipper, Zenit, Geluksbrenger, Vlaams Fonds voor de Letteren, November Music, Joost Baars, Fie Schouten, Wiek Hijmans, Samuel Vriezen, Uitgeverij Vleugels, strijkkwartet, ASKO|Schönberg, verdere bijzonderheden, Fonds Podiumkunsten, Perdu, Machiel Spaan, Donemus Publishing, Uitgeverij Querido