Rozalie Hirs

Tag archief: Vlaams Fonds voor de Letteren

2016/10/22

Optreden in het Nederlands Paviljoen, Frankfurter Buchmesse

Op 22 oktober 2016 om 13:00 uur presenteert Rozalie Hirs haar poëzie- en muziekcomposities tijdens een kort portretconcert in het theater van het Nederlands-Vlaamse Paviljoen op de Frankfurter Buchmesse.


2016/05/06

Bespreking portretconcert Rozalie Hirs: “één van de boeiendste dichters van het moment”

Portretconcert en -optreden van Rozalie Hirs voor Penhuis en Festival van Vlaanderen (gastheer: Alain Demotte)

In het online literaire tijdschrift De Schaal van Digter verscheen een korte bespreking door Paul Rigolle van het portretconcert/-optreden dat “één van de boeiendste dichters van het moment” op 24 april jongstleden verzorgde voor Penhuis en Festival van Vlaanderen, Kortrijk, België. Gastheer was Alain Delmotte. Het programma werd samengesteld door Gie Devos van het Penhuis en Joost Fonteijne van het Festival van Vlaanderen. Het Bozzini Quartet speelde Zenit (2010) en Nadir (2014) van Rozalie Hirs. Fotos: Gie Devos.

The Bozzini Quartet performing 'Nadir' (2014) by Rozalie Hirs during her portrait concert at Penhuis and Festival van Vlaanderen, 24 April 2016

Rozalie Hirs after her portrait concert at Penhuis and Festival van Vlaanderen on 24 April 2016


2016/04/24

Portret Rozalie Hirs: poëzie en muziek

Op 24 april 2016 presenteren het Penhuis Kortrijk en het Festival van Vlaanderen Kortrijk in samenwerking een portretconcert van Rozalie Hirs met haar poëzie en muziek. De presentatie is in handen van Alain Delmotte die tevens een interview met Hirs verzorgt. Voorts staan op het programma een concert met haar twee strijkkwartetten, uitgevoerd door het vermaarde Bozzini Quartet, alsmede poëzievoordrachten door Hirs zelf.

Met grote dank aan Joost Fonteyne en Gie Devos, programmeurs bij respectievelijk het Festival van Vlaanderen en het Pennhuis. En aan Roel Das voor de geluidsprojectie in de zaal en Casper Schipper voor de assistentie bij de klanksynthese voor Nadir.

(meer…)


2014/02/05

Bridge of Babel
Van het wonder is woord

Gedichtenbal, 2014 (locatie: De Brakke Grond; georganiseerd door Wintertuin)

Op 5 februari 2014 wordt in De Brakke Grond, Amsterdam, het Gedichtenbal gehouden. Tijdens deze feestelijke avond treden talloze dichters op. In het kader van het programma rond de dichter en beeldend kunstenaar Lucebert voeren acht dichters hun werk uit en lichten toe hoe ze door zijn dubbeltalent zijn beïnvloed. Lies van Gasse en Rozalie Hirs verzorgen de twee laatste optredens in deze serie. Hirs vertolkt onder meer haar compositie Van het wonder is woord (2005), op basis van het gelijknamige gedicht uit haar bundel Geluksbrenger (Amsterdam: Querido, 2008) en haar compositie Bridge of Babel (2009) op basis van het gelijknamige meertalige collage-gedicht.


2011/11/10

Arbre généalogique (2011)

Inhoud

1. Programmatoelichting
2. Technische details
3. Uitvoeringen

Programmatoelichting

Paul Janssen: Arbre généalogique

‘Een stap richting opera’ noemt Rozalie Hirs haar nieuwe werk Arbre généalogique. Niet dat er direct een nieuwe opera klaarligt, maar het is wel ‘het eerste serieuze stuk met een prominente rol voor de lyrische zangstem’. En voor een componiste als Hirs is dat opmerkelijk. Hirs is naast componist ook een dichter met vier bundels op haar naam. Tijdens haar compositieopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Diderik Wagenaar en Louis Andriessen studeerde zij aanvankelijk ook zang.
Het vocale element in Hirs’ werk ontpopte zich tot nu toe voornamelijk als spreekstem in stukken die zich op het grensgebied tussen muziek en poëzie bewegen en die zij zelf in binnen- en buitenland uitvoert. Haar wetenschappelijke talent en liefde voor techniek uitte zich aanvankelijk in een studie chemische technologie aan de Universiteit Twente en richtte zich vervolgens op het ontrafelen van de geheimen van de elektronische muziek en electro-akoestische principes binnen de muziek van Franse spectralisten als Tristan Murail, een van haar leermeesters. Ondanks een schijnbaar rationeel-analytische benadering is haar werk van een haast klassieke schoonheid en gaan heldere architectonische vormen hand in hand met een aansprekende expressieve inhoud. ‘Zal ik je eens vertellen wat mijn ideaal in de muziek is? Dat ik een soort muziek leer schrijven die een dialoog aangaat met de fysieke en emotionele processen in de hersenen’, zei ze al eens over haar werk in een interview met Trouw.
In haar poëzie bewandelt Hirs een vergelijkbare weg. Al sinds haar eerste gedichtenbundel Locus (1998) speelt ze met conventies, met grammaticale structuren, en laat woorden en zinnen ritmisch zingen, terwijl achter doorgecomponeerde vormen en structuren een verhaal schuil gaat dat voor velen herkenbaar is. Dat is ook het geval in Arbre généalogique, waarvoor ze gebruik maakte van haar eigen gedicht ‘Stamboom’ uit de bundel Geluksbrenger (2008). Verhalen over haar voorouders zijn in dit gedicht teruggebracht tot een aan elkaar geregen stroom van kernwoorden, die voor de goede verstaander aan duidelijkheid niets te wensen overlaten.
Hirs wilde het gedicht aanvankelijk in verschillende talen gebruiken, maar de Franse vertaling door de dichter Henri Deluy gaf met prachtige woorden als ‘mèremèrepèremère’ en ‘pèremèrepèrepère’ voldoende impuls voor een heel werk. De gezongen melodie van dat werk is min of meer intuïtief tot stand gekomen: ‘nieuwe lyriek’ in de vorm van een ‘archaïsch aandoende melodie’, aldus de componiste. Dat archaïsche moet begrepen worden tegen de achtergrond van het instrumentale en elektronische aandeel. ‘De complexiteit bevindt zich niet op het niveau van de vocale techniek’, zegt Hirs. Het muzikale materiaal dat in de opeenvolgende generaties in ‘Stamboom’ tot klinken komt, groeit in tussenspelen uit tot indrukwekkende klankvelden, opgebouwd uit zuivere boventoonreeksen. Door de variatie in de berekeningen tussen sopraan en bas ontstaan klankkleuren en harmonieën die een harmonisch ritme suggereren dat Arbre généalogique richting en stuwing geeft.

(programmaboekje Asko|Schönberg)

Technische details

instrumentatie
sopraan
fluit/ altfluit
hobo/ althobo
klarinet/ basklarinet
fagot/ contrafagot
hoorn
slagwerk (vibrafoon, glockenspiel, buisklokken, crotales, drumkit)
piano
viool 1
viool 2
altviool
cello
contrabas
midikeyboard & computer met Logic software (om de Logic sampler met 300 elektronische klanken aan te sturen)
optioneel: live ring-modulatie

tekst
Het muziekstuk Arbre généalogique is geschreven op basis van het gelijknamige gedicht: de Franse vertaling Arbre généalogique door Henri Deluy (Uit: Action Poétique No. 198, Frankrijk, 2009) van het gedicht Stamboom door Rozalie Hirs (Uit: Geluksbrenger, Amsterdam: Uitgeverij Querido, 2008).

opdracht
Het muziekstuk Arbre généalogique is opgedragen aan Susan Narucki.

duur
23′ ca.

Uitvoeringen

10 november 2011, 20:15, PROMS, Muziekgebouw aan’t IJ, Amsterdam – Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent), Asko|Schönberg
13 november 2011, 14:00, November Music, Verkadefabriek Den Bosch – Susan Narucki (sopraan), Pierre-André Valade (dirigent), Asko|Schönberg


2011/07/16

Bridge of Babel
Geluksbrenger online

Rozalie Hirs en Harm van den Dorpel: Stamboom, 2006

In het kader van Kunstenfestival Watou voert Rozalie Hirs op 16 juli 2011 haar muziekcompositie Bridge of Babel (2009) op. Daarnaast leest zij enkele gedichten(cycli) voor en geeft zij een lezing over de installatie Geluksbrenger online (2011). Dit interactieve werk, dat Hirs in samenwerking met beeldend kunstenaar Harm van den Dorpel maakte, is gedurende de gehele maand juli 2011 als interactieve installatie te bezichtigen in het stadhuis te Watou.

Bekijk hier de informatie over Geluksbrenger online in de tentoonstellingscatalogus Watou 2011.


2011/01/06

Bridge of Babel
Geluksbrenger online – presentatie
In LA
Pulsars

Rozalie Hirs, Logos, Gent, Belgium, 6 January 2011 (photograph: Peter Van Lancker)

Op 6 januari 2011 voert Rozalie in de Tetrahedron van Logos, Gent, haar drie composities Bridge of Babel (2009), Pulsars (2007) en In LA (2003) uit. Tevens presenteert zij de nieuwe interactieve poëziewebsite Geluksbrenger welke ontstond in samenwerking met beeldend kunstenaar Harm van den Dorpel. Daarnaast brengt zij de eerste openbare lezing van de gedichtencyclus die deed mijn schoenen aan (2010).


2009/07/02

Opening Watou, België

090702 wattou-ballon2

Op 2 juli 2009 opent op het Kunstfestival Watou een installatie met heliumballonnen waarop gedichten van onder meer de volgende dichters te lezen zijn: Bart Moeyart, Roland Jooris, Joke van Leeuwen, Leonard Nolens, Bart Meuleman en Rozalie Hirs. Het gedicht ‘Wereld van nu’ van Rozalie is opgenomen in de installatie en tevens geïntegreerd in de tentoonstelling, die van 2 juli tot 6 september 2009 te bezichtigen is.


2009/04/08

Radioportret, Radio Centraal, België

090408 radio centraal

Op 8 april 2009 van 17:00-19:00 wordt er een radioportret van Rozalie Hirs uitgezonden op de Belgische radiozender Radio Centraal. Dit portret wordt gepresenteerd door Rudi Claessens, die tevens een aantal gedichten van Hirs voorleest.

(meer…)


2009/04/05

Curved space/ Gekromde ruimte – wereldpremière
Aan de zon de wereld
Poetry pieces I-III

Rozalie Hirs en Stevko Busch tijdens WortMusik/Pianolab in het Goethe Institut, Amsterdam, op 5 april 2009 tijdens de wereldpremière van 'Gekromde ruimte' door Rozalie Hirs (videostill)

Op 5 april 2009 vindt het evenement WortMusik plaats: een portretconcert van en met Rozalie Hirs, op uitnodiging van curator en pianist Stevko Busch, Gallery of Tones. Tijdens WortMusik worden de muziekcomposities Curved space/ Gekromde ruimte (2009), Poetry pieces I-III (2008) en Aan de zon de wereld (2006) van Rozalie Hirs uitgevoerd in het Goethe Institut, Amsterdam. De uitvoering van Curved space/Gekromde ruimte is tevens de wereldpremière.

Beluister en bekijk een selectie van het concert via onderstaande YouTube-link. Lees alle gedichten hier.


2009/04/05


2008/11/27

Geluksbrenger – boekpresentatie

Rozalie Hirs: Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, 2008). Poëzie: Rozalie Hirs. Intergraal boekontwerp: Michaël Snitker

Op 27 november 2008 wordt de nieuwe poëziebundel Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, 2008) van Rozalie Hirs feestelijk gepresenteerd met optredens van Jaap Blonk, Geert Buelens, Rozalie Hirs en de Jackson Mac Low Band. Mirjam van Hengel, poëzieredacteur bij Querido, overhandigt het eerste exemplaar aan de dichter. De avond wordt gepresenteerd door Joost Baars.


2008/11/27

Geluksbrenger (2008)

Inhoud

1. gedichten uit Geluksbrenger
1.1. Stamboom
1.2. Tuimelaar
1.3. Lees alle gedichten online

2. recensies over Geluksbrenger
2.1. Alain Delmotte: Thuiskomen in een molen
2.2. Edwin Fagel: Door het water gladgemaakte kiezels
2.3. Bart Vonck: Boek van de week: Geluksbrenger
2.4. Laurens Ham: Het vlindert op en neer
2.5. Albert Hagenaars: Geluksbrenger

3. digitale poëzie: Geluksbrenger online
3.1. mobile
3.2. kristalstructuur
3.3. rorschachvorm
3.4. letterverschijning
3.5. halo
3.6. dagelijks vliegen
3.7. lijnen
3.8. deconstructie
3.9. als water
3.10. bronvermeldingen

 

gedichten uit Geluksbrenger


Stamboom

Moeder femme fatale uit de modder getrokken vader onkruid groeit overal bracht de geest
van moedermoeder verhalenvlinder goed voor levenslang moedervader in blauwe jaguar
gesuikerde paaseitjes getoverd moederbroer vier jaar oud in pyjama met de pont over het IJ
moedermoedermoeder jonggestorven moedermoedervader bariton aan vrouwen en drank teloorgegaan
moedermoedervadermoeder wierp de delving van de overtoom in een sok 100 gespaarde
guldens droom aan het voeteneind moedervaderzus verstoten voor gek versleten huissloof
geboren 19 oktober 1919 moedervaderzus vermeende moedermoeder vadermoeder gedachte
verbinding tussen alles tractatus vadervader die voor sigaren en een borrel
brievenschrijver van de buurt vadermoedermoeder ongehuwd zonder middelen
vadermoedervader in vlees en bloed verstoten uit de naam van de steen het fortuin
van zijn vadermoedervadervader eerste verffabrikant van nederland te haarlem verspeeld
aan paarden verdronk zijn 19e verjaardag vadervadermoeder kreeg 15 kinderen waarvan
de jongste vadervader levensboom komt daar nu leven van muziek of woorden dan?

 


Tuimelaar

Gelukkige hoedanigheid van onder de zeespiegel verblijven
of boven de wolken een stoffige veer de vogel vinden alles

verandert in de schemering verdwijnen opmerkingen
van de regen zinderende zon het gewicht de dingen meer

of minder is dat wat we leven noemen kleine witte bloemen
die tussen stenen groeien er genoeg herinnering voor een stroom

van dingen is samengebald tot een moment met dit beeld
of gevoel het gras dat wuift het riet zingt en water ruist alleen

in de taal van vogels of walvissen en stroomt net zo lang
als de lucht om bomen zich verliest in tijd en levens

in herinneringen onuitgenodigde feiten in aanwezigheid
van walvissen en vogels door het water gladgemaakte kiezels

kleuren waar het naartoe gaat dat je leeft en weet je verstrijkt
als alle betekenis op den duur je bewustzijn een korte zomer

 
 

recensies over Geluksbrenger


Thuiskomen in een molen
Alain Delmotte

Geluksbrenger is de vierde bundel van Rozalie Hirs en de lezer zal bezwaarlijk kunnen stellen dat al haar bundels op elkaar gelijken. Je herkent haar stem wel, natuurlijk, maar formeel volgt ze vaak van bundel tot bundel een ander spoor. In deze publicatie wordt dit meteen duidelijk: bij het doorbladeren ervan valt een typografisch spel op dat we eerder op zo’n systematische manier in geen enkel bundel van haar vonden. Geluksbrenger heeft zijn titel niet gestolen. Er staan inderdaad een paar gelukmakende gedichten in. De bundel klinkt fris, dynamisch en in die dynamiek laat zich veel argeloosheid zien. Neem nu de titel van een gedicht zoals ‘Van het wonder is woord’. Hirs maakt gebruik van het afgesleten en stereotiepe woord ‘wonder’ zonder daarbij haar geloofwaardigheid te verliezen. En stereotiep en afgesleten is het betreffende gedicht (met een knipoog naar Van Ostaijen) echt niet. Argeloos is Hirs in de wijze waarop ze zich – ik parafraseer – tot de glans bekent. De glans van de taal, de glans van de dingen.

Saai zijn deze teksten niet: al zijn ze veelzijdig gelaagd, ze blijven speels – als je als lezer tenminste die speelsheid wil herkennen en erkennen. Dat haar gedichten in concept en in praxis ‘muzikaal’ zijn, ligt voor de hand. Niet alleen omdat Hirs zelf ook als componiste werkzaam is. Niet alleen omdat zij in haar multi-music composities taal verwerkt (waarbij gedicht en muziek elkaar dus raken of bijna raken). Niet alleen omdat zij haar bundel met een motto van componist Dick Raaijmakers (die de eerste regels blijken te zijn van diens methode) laat voorafgaan. Maar vooral omdat deze gedichten de indruk geven in de lijn van een ‘contrapunt’ te zijn opgebouwd. Hirs lijkt in een gedicht verschillende gedichten tegelijkertijd op elkaar te stapelen, te bewerken, af te splitsen, door elkaar te mengen, door elkaar te schudden, in elkaar te laten vloeien. En dat in één enkele beweging. In één adem. In volgehouden adem. Hoe gecomponeerd, hoe geconstrueerd haar gedichten eigenlijk ook zijn: het komt nergens kunstmatig over. Haar gedichten willen. Haar gedichten blaken levenskrachtig, bieden een groot aanbod aan mogelijkheden. In het gedicht ‘Vorm’ lees ik op het einde de volgende woorden, of liever zinsflarden:

met de zin__________________________gevend ademend
________van zins-_______________en lichaams-
______________________bouw
___________________betekenen vorm
_______________veelvormig naar leven

Ademen is wellicht een van de sleutelbegrippen in de bundel. Ademen is het eerste wat een mens doet. Zijn eerste confrontatie met de wereld. Het eerste woord dat we spraken was misschien wel een inhalering. (Tot mijn spijt is dat woord niet te spellen. Het staat ook niet in Van Dale. Het overbrugt evenwel alle betekenissen van alle woorden die in dat sublieme boek staan.) Met het begrip ‘adem’ geeft ze meteen ook de mentale grenzen van haar poëticaal domein aan: denken en voelen maken daar samen deel van uit. Met ademen begint de taal, met ademen begint in een lichaam de taal. Verstrengeld in denken en voelen is adem niet meer dan de tastbare aanwezigheid van een lichaam (dat zich altijd in het nu, in het vandaag bevindt) in een gedicht, in een woord, in een zin.

Een zin leeft in het lichaam groeit
door een lichaam in voelen denken
werpt een bal vandaag zich tussen de regels
met dit (hier) de wereld en (dat) herhaalt

Met ademen begon dus ook het leren. Ademen is in ieder geval het eerste woord uit het mooie gedicht ‘Toen leerde ik (0-38 jaar)’. Ik neem het hieronder integraal over. Dit gedicht eindigt met ‘thuiskomen in een molen’. En dat is precies het gevoel dat me overviel bij het lezen van de bundel. Thuiskomen in een molen: een watermolen, welteverstaan, waarbij het rad door gedichtenwater in gang wordt gezet.

Schreven we gedichtenwater proefde je rimpelingen
door lippen besprekende tongen inhoud
vervormende eindige beekjes
teugjes
____nipjes

En de molen blijft maar gedichtenlang draaien, de woorden blijven maar komen, de woorden stromen. Een stormachtige thuiskomst. Technisch bereikt ze dit woordenstroomeffect door het weglaten van de leestekens (consequent laat ze elk gedicht met een hoofdletter beginnen, een detail heel zeker, maar het heeft een soort treffende zorgvuldigheid aan). Sinds Apollinaire is deze techniek een oud truukje maar het werkt. Zinnen lijken elkaar op die manier te overbruggen, te overmannen, elkaar voor te zijn, elkaar op te blazen. Op die manier ontstaan gedichten barstensvol anakoloeten. Een deconstruerend stijlmiddel dat in de gehele bundel wordt toegepast en die, zoals vermeld, zijn verrassingseffect blijft behouden.

‘Geluksbrenger’ is opgedeeld in vier cycli, die in hun visuele vormgeving van elkaar zijn gescheiden maar die stilistisch met elkaar verbonden blijven via minimale herhalingen en subtiel terugkerende motieven die met andere contexten geconfronteerd worden. Die visuele vormgeving verandert geleidelijk aan van cyclus tot cyclus: je merkt een verschuiving van compacte geblokte, proza-achtige teksten naar een zich over het blad vertakkende typografie. Om dan tenslotte in het slotgedicht – dat waarschijnlijk niet toevallig In één adem heet – van de laatste cyclus weer tot dichtheid te komen. Iets bracht dus de cycli structureel (en fysiek) in beweging: het lijkt wel of de dichter een bundel lang en diep heeft geïnhaleerd.

Thematisch doet zich ongeveer hetzelfde voor. De thematiek verschuift van het concrete naar het abstracte, van het particuliere naar het kosmologische. Van een gedicht over een stamboom naar een gedicht over UB313 2003. Van het heel onbenullig kleine naar het quasi spirituele (Hadewijch verschijnt in een van haar teksten). In beide gevallen gebeurt dit op het niveau van de taal en altijd met vingertoppengevoeligheid.

De opener heet ‘Geluksbrenger sporen’ en wordt gevolgd door ‘Gekromde tijd’, ‘Nu is een roos’ en ‘Gekromde ruimte’. Deze titels verklappen veel van wat Hirs in deze bundel doet: zij verkent in deze gedichten de dimensies ruimte en tijd. Nogal wat gedichten hebben een programmatisch karakter. Onder meer (en niet uitsluitend) een programmatisch karakter. (Zo hoort het in poëzie: deze gedichten vallen niet onder één noemer te vangen. Gedichten zijn in hun diversiteit maar mogelijkheden. Een gedicht golft en vloeit. Gedichtenwater.) Het eerste gedicht uit de laatste cyclus ‘Prologos’ is zo’n programmatisch gedicht. Het gedicht definieert zichzelf als:

______________________Een weg naar

_______handeling_______ruimte_______gemeenschappelijke

Het gedicht bevat

_______verzamelde namen_______van plaatstijd

Het gedicht wil

de wereld tegenkomen

Of bedoelt Hirs dat we in het gedicht de wereld kunnen tegenkomen? In ieder geval iets zou te ontwarren moeten zijn

_______op het glansvlak
_________van dingen

De bundel staat bol van dergelijke al dan niet poëticale overwegingen. Ze zijn nooit sluitend. Het zijn maar benaderingen, betrachtingen, verkenningen van ‘iets wat buiten ons van binnen is’ (zoals Hirs het omschrijft in het gedicht Definitie). Het daarnet geciteerde neologisme ‘plaatstijd’ vat het synchrone ‘gebeuren’ van deze bundel goed samen. Het neologisme komt elders nog eens voor en is daar misschien wel een ultieme definiëring van haar queeste:

hoe een berg namen ontstaat uit
de momentane botsing tussen plaatstijddeeltjes

Een bundel met vele aspecten. Een bundel zo divers dat het moeilijk is om er een representatief gedicht voor uit te kiezen. Een bundel voor elk wat wils dus, een bundel waarin de nieuwsgierig lezer zijn eigen voorkeuren kan opbouwen. Zelf vind ik de openingscyclus ronduit prachtig. Een bundel waar je als lezer langdurig mee in dialoog kunt gaan.

Toen leerde ik (0-38 JAAR)

Ademen zonder handen lopen langs de kast luisteren naar pipneus en wim
kartonnen boeken knippen luisteren naar hoe een letter klinkt een zusje
krijgen uit de poppenkast kijken naar hoe verf zingt langs de douane rijden
zonder verentooi tussen lijnen schrijven in de bus mechtild kennen en haar
moeder die maakt boter oma honing en brood van de berg naar het dal
gaan grotten ingaan stalactieten bartók’s naam spellen in papieren noten
bijna doodgaan dan een jongen zien olifanten tekenen ridders harten in
de sneeuwtrein naast elkaar heel dichtbij op de knieën een gedicht over
sneeuw een helder wit lint over de wereld eenzaam zijn alleen zijn van de
hel naar de hemel gaan door het woud in de regen gekust een deken van
handen voelen tentamens met blauwe hoofddoek en gouden oogschaduw
leren stevig door sigaren roken naakt in het gras liggen van vijf elementen
te eten krijgen naast niemand wonen die meubels verschuift op de vloer
schrijft dansen in de tor om vier uur patat eten wasmiddel zonder fosfaten
gebruiken een horloge met vallende cijfers lezen krullen afzetten vuurtoren
zijn op een wit tapijt in wonden wonen door brandende koorts rozalie
worden langs een zandweg lopen moedermoeders verliezen aan de dood
een helse film opnemen een heilige berg bezoeken een hart ontmoeten
de atlantische greppel oversteken dromen van de maria met een stijve
het jezuskindje aan haar borst straatkatjes geboren zien worden zien smullen
van dode ratten de new york times uitsneeuwen thuiskomen in een molen

(Poëzierapport, Belgie, 14 mei 2009)


Door het water gladgemaakte kiezels
Edwin Fagel

Taal is een klanksysteem, schrift een systeem om die klanken te noteren. Je zou taal dus kunnen zien als een vorm van muziek; dat maakt het schrijven van gedichten een vorm van componeren. Natuurlijk is het verschil met muziek dat woorden betekenissen genereren.
Rozalie Hirs heeft een muzikale manier van dichten, zoals ook te lezen is in haar nieuwste bundel, Geluksbrenger. Ze is daarbij een uitgesproken voorbeeld van een dichter die de verschillende betekenissen van een woord mooi weet uit te buiten.

Naast dichter is Rozalie Hirs ook componist. Wie haar wel eens heeft zien optreden, weet dat haar gedichten klinken als een tussenvorm tussen poëzie en muziek. Of het een vast deel van haar repertoire is weet ik niet (ik denk het niet), maar ik heb eens een optreden van Hirs meegemaakt waarbij ze tegen een achtergrond van klank- en ritmische effecten haar regels monotoon voordroeg. Een noodoplossing lijkt me, maar de enig mogelijke als je de gedichten in je eentje wil voorlezen. Als je de poëzie van Hirs namelijk in muzikale termen zou proberen te omschrijven, zou je in ieder geval moeten concluderen dat haar regels vooral samenklanken zijn, in plaats van melodieën. Vaak speelt het woord gelijktijdig een rol in verschillende zinnen. Als je in een voordracht aan alle betekenissen recht zou willen doen, zouden de gedichten door minimaal twee mensen tegelijk moeten worden voorgelezen, waarbij ieder een andere intonatie gebruikt. Dat is niet om aan te horen, lijkt me – vandaar dat de keuze voor een monotone, intonatieloze voordracht logisch is.

De bundel Geluksbrenger is hecht gecomponeerd. De bundel bestaat uit vier afdelingen: ‘Geluksbrenger sporen’, ‘Gekromde tijd’, ‘Nu is een roos’ en ‘Gekromde ruimte’. Uit de afdelingstitels blijkt al duidelijk dat tijd en ruimte worden geproblematiseerd, en uit de gedichten zelf blijkt dat verder:

Wetmatigheden

In de vrijgegeven storm vind ik mijn stoel in de hemel
klimt het vliegtuig langs wolken het licht tegemoet ontdekt

slaperig vanmorgen als vliegende visser op weg onzichtbare
sprong bliksemend door een ademende vlucht vogels

de bloeiende amandelboom bloedmooiste streek aan een meer
een heuvel nevelig dal door hogere heuvels versterkt aangroeiend

tot stad waar overstromende rivieren zonnewendes glanzen
van levenden en geliefden aan niemand toebehoren aan elkaar

raken vallend het laatste nieuws opvangen vandaag
bijvoorbeeld in een omgeving van enige mensen en dingen

(p. 28)

De tweede strofe refereert m.i. niet toevallig aan het bekende gedicht ‘visser van ma yuan’ van Lucebert: “onder wolken vogels varen/onder golven vliegen vissen/ maar daartussen rust de visser”. Over de interpretatie van dit gedicht valt veel, zeer veel te zeggen, in dit verband lijkt me in ieder geval relevant dat onduidelijk is waar het beschrevene zich afspeelt: in de lucht of in het water. De referentie aan ‘visser van ma yuan’ is in deze bundel belangrijk. De (vliegende) vissen, wolken en water komen in veel gedichten terug, ook om het begrip ‘tijd’ te problematiseren:

De tijd zwemt langs een walvis vliegt met een vogel op die en die
wijze vervalt de wereld hun bewegingen snijden gebeurtenissen

(Uit: ‘De tijd van een boom’, p. 47).

In de openingsafdeling wordt ‘Geluksbrenger’ geïntroduceerd, nadrukkelijk als persoon. Ik vermoed dat ‘Geluksbrenger’ vrouwelijk is, gezien de spullen (sporen) die we van haar aantreffen in het gedicht ‘Geluksbrenger sporen’. Ze heeft een stamboom met een lange voorgeschiedenis, een jeugd waarin alles (in ieder geval tot en met het 38ste levensjaar) wordt aangeleerd. In het gedicht ‘Vlinders gras’, dat vier pagina’s beslaat, heeft de bladspiegel op de eerste en de laatste pagina de vorm van een vlindervleugel. In de twee tussenliggende pagina’s fladderen de woorden ‘vlinder’, ‘gras’ en ‘veld’ zelf over de pagina. Geluksbrenger begint met het verkennen van de ruimte.

In de slotafdeling ‘Gekromde ruimte’ bewegen de woorden zich eveneens over de bladspiegel, maar lijkt de te verkennen ruimte zich voornamelijk in het lichaam te bevinden. Het lichaam is sterfelijk, maar al het andere is net zo tijdelijk van aard. Vandaar dat ‘nu’ een ‘roos’ is: mooi op het moment dat het er is, maar per definitie niet eeuwig. Woorden als ‘nu’, ‘adem’, ‘open’ en ‘mogelijkheden’ spelen een sleutelrol in deze bundel. Ze getuigen van een open mentaliteit, een omhelzing van alles. (Nu moet ik aan dat andere gedicht van Lucebert denken, ‘er is alles in de wereld het is alles’). Hierin openbaart zich Geluksbrenger. Uiteindelijk komt dit neer op een hartstochtelijk beleden ‘pluk de dag’, want alles gaat voorbij. Heel fraai wordt dit verwoord in ‘Tuimelaar’:

Gelukkige hoedanigheid vanonder de zeespiegel verblijven
of boven de wolken een stoffige veer de vogel vinden alles

verandert in de schemering verdwijnen opmerkingen
van de regen zinderende zon het gewicht de dingen meer

of minder is dat dat wat we leven noemen kleine witte bloemen
die tussen stenen groeien er genoeg herinnering voor een stroom

van dingen is samengebald tot een moment met dit beeld
of gevoel het gras dat wuift het riet zingt en water ruist alleen

in de taal van vogels of walvissen en stroomt net zo lang
als de lucht om bomen zich verliest in tijd en levens

in herinneringen onuitgenodigde feiten in aanwezigheid
van walvissen en vogels door het water gladgemaakte kiezels

kleuren waar het naartoe gaat dat je leeft en weet je verstrijkt
als alle betekenis op den duur je bewustzijn een korte zomer

(p. 30)

Met name het beeld van de door water gladgemaakte kiezels (dat in de bundel verschillende keren terugkomt) is in dit verband geslaagd. Daarin komen tijd en ruimte, en hun effect op elkaar, samen: zowel het voorbijgaan in het eroderen, als het (in een andere vorm) blijven. Zo zou men de gedichten van Rozalie Hirs ook kunnen zien als door water gladgemaakte kiezels – in het schaafwerk dat het vereist om ze te maken, en ook in hun tegelijk blijvende en voorbijgaande aard. Geluksbrenger is dus in meer dan één opzicht een gave bundel.

(De Recensent, 23 september 2009)


Boek van de week: Rozalie Hirs – Geluksbrenger
Bart Vonck

Rozalie Hirs’ nieuwe bundel moet je meer dan één keer lezen. Haar gedichten bestaan meestal uit opsommingen, die in het eerste deel, ‘Geluksbrenger sporen’, de vorm van (autobiografische) prozagedichten aannemen. Bij een eerste lectuur werd ik voortgejaagd door het snelle ritme van de verwoording. Ik las de bundel in één ruk uit en wist daarna meteen: die eerste lezing was trouw aan Hirs’ voortstuwende ritme, maar ik liet wellicht heel wat betekenisniveaus aan mij voorbijgaan. Hirs trekt sporen in de werkelijkheid, vermengt werelden met elkaar. In haar gedichten, door de vorm van haar gedichten, ligt Hirs te dobberen in een water dat alle fenomenologische verschijnselen lijkt te omvatten. Ik zou die teksten ‘fluxus’-verwoordingen willen noemen: de werkelijkheid is een overrompelende stroming waarin de tegengestelden worden opgeheven. Hirs is bezeten van de uitspraak van Van Ostaijen: “Ik wil bloot zijn en beginnen” (geciteerd in het gedicht ‘Van het wonder is het woord’) en gaat ervan uit dat poëzie het “wonder” van het reële uitdrukt. Het reële (ook het autobiografische van de ‘ik’-figuur) zet ertoe aan collages te schrijven met ‘objets trouvés’, plaatsbepalingen op te sporen en woorden tussen haakjes te plaatsen of te doorstrepen. In het gedicht ‘Wiskunde’ (uit de vierde afdeling, ‘Gekromde ruimte’) lees ik: “Een vaststaand ding / bekijk ik met argusogen / gooi er een woord in / bij wijze van naam / door een afgesproken raam / eenheidsoperatie”. Poëzie is kennisleer bij Hirs: het peillood van het woord meet de verschillende betekenisniveaus die door de doorlopende vorm van het gedicht in elkaar gaan overlopen.
De bundel telt vier afdelingen: ‘Geluksbrenger sporen’, ‘Gekromde tijd’, ‘Nu is een roos’ en ‘Gekromde ruimte’. Uit de titels blijkt al dat de vaststaande categorieën waarin de werkelijkheid fysisch wordt uitgedrukt (ruimte en tijd) aan een nieuwe verhouding toe zijn. “Schrijven muziek” (in ‘Prologos’) is de nieuwe naam van het werkelijke. En de titel ‘Prologos’ (waarbij het ontbreken van het afkappingsteken suggereert dat we er de Griekse ‘logos’ in moeten lezen) maakt heel wat duidelijk: de voorwoordelijke ervaring legt aan op een ononderscheiden en ononderscheidbare stroom die aan de waarneming voorafgaat. Paradoxaal is natuurlijk dat Hirs toch haar toevlucht moet nemen tot het ‘woord’ dat eigenlijk de ‘logos’ zelf is om de ‘prologale’ wereld te beschrijven. Dat is de grote uitdaging van die als in een roes geschreven gedichten (niet voor niets wijdt Hirs een lang en intens mooi gedicht aan de mystica Hadewijch): met ‘logische’ woorden de ‘voorlogische’ werkelijkheid vertolken. Meervoudig is de ervaring, plooibaar blijkt het woord dat bij Hirs de volgende zending meekrijgt: “proeven naar iemand die ik nog niet ben / het om me heen ontsluitend waar het kijken / ingekeerd uitschrijft een weg vindt” (in het gedicht ‘Tekstverschijning’). Hirs’ fenomenologisch onderzoek is ge(s)laagd: alle niveaus van waarneming (ook de ‘voorwoordelijke’) krijgen in haar teksten een doop in het stromen dat aan de zegging voorafgaat, dat in de zegging ‘verschijnt’. Deze bundel is, naast een schrijf- en een leesavontuur, een uitmuntend getuigenis van iemand die de poëzie aanwendt om de/haar wereld te (ver)kennen.

(Vlabin-vbc, België, 15 juni 2009)


Het vlindert op en neer
Laurens Ham

Soms geeft poëzie zich niet zomaar prijs. Geluksbrenger, de vierde bundel van componist en dichter Rozalie Hirs, is een bundel die zo uitdagend is dat hij een positieve vorm van razenij bij me teweegbrengt. Steeds vlindert de betekenis van me weg. De betekenis en relaties die ik in de tekst aanbreng, moeten telkens worden bijgesteld.
Het mooie is dat ik er zo toe wordt aangezet hetzelfde proces door te maken als Hirs bij het schrijven van Geluksbrenger. Zij moet de complexe werkelijkheid in woorden en vormen zien te vangen, maar merkt dat de woorden telkens tekortschieten. Neem ‘Winterkoninkje’, waarin ze de taal van een winterkoninkje probeert weer te geven. Als het vogeltje begint te zingen staat er dit:

(…) één (geen) geen één (één) alles in alles en (alles)
of alles in één uitwisselen eindigheid nastreven
(falen) in tenietdoen door verandering tenietdoen

het opnieuw proberen (veranderen) iets doorhalen
overnieuw proberen één (geen) geen één (één) alles

Dit is tegelijk een portrettering van de dichter die tevergeefs een gedicht probeert te schrijven en een adequate weergave van de gefragmenteerde zang van het vogeltje.
In de bundel wordt voortdurend gezocht naar een passende poëtische vorm om de beschreven werkelijkheid weer te geven. De zoektocht is ook terug te zien in de ontwikkeling die zich tussen de vier afdelingen afspeelt. De compacte prozaïsche vorm in ‘Geluksbrenger sporen’ valt langzaam uit elkaar, totdat de woorden in ‘Gekromde ruimte’ zo los over de pagina zijn verspreid, dat de gedichten op talloze manieren te lezen en te begrijpen zijn.
In verschillende gedichten uit de afdeling ‘Nu is een roos’, vooral het programmatische ‘Tekstverschijning’, wordt geprobeerd onder woorden te brengen hoe het schrijfproces verloopt. Hirs schrijft: ‘het om me heen ontsluitend waar het kijken ingekeerd uitschrijft een weg vindt’. Deze regels laten in gecomprimeerde taal de verschillende stappen van het schrijfproces zien. De dichter probeert haar omgeving (‘het om me heen’) te ontsluiten door om zich heen te kijken, de beelden in de eigen geest te transformeren naar taal en die taal op te schrijven. Bij dat transformatieproces spelen twee instanties een rol: het gevoel en de ratio, of ‘voelen denken’ zoals Hirs het zelf noemt.
Regelmatig keert het motief van de droom in de bundel terug, een motief dat met het voelen en de verbeelding in verband kan worden gebracht. Het droomachtige idioom van de onbegrensde verbeelding, van een wereld waarn bomen spreken, vogels denken en sterren lusiteren, wordt echter ook met natuurwetenschappelijke taal opgeladen:

(…) bomen vertellen hoe een berg namen ontstaat uit
de momentane botsing tussen plaatstijddeeltjes sterren luisteren

hoe het gebeuren volgens banen zichtbaar gemaakt in stof zich
voltrekt en tijd breekt als de nachtegaal denkt dat hij slaapt

‘Plaatstijddeeltjes’ herinnert aan Einsteins algemene relativiteitstheorie, net als de afdelingstitels ‘Gekromde tijd’ en ‘Gekromde ruimte’. Einsteins idee dat ruimte en tijd allemaal dimensies van één onscheidbare ruimtetijd zijn, wordt poëtisch uitgedrukt in Hirs’ gedichten. Zo wijst ze erop dat je de ‘tijd van een boom’ afleest aan de ruimte die hij inneemt: ‘jaarring jaarring jaarring’. Ook in de term lichtjaren worden ruimte en tijd versmolten. Hirs laat zich in haar pogingen om de wereld te interpreteren dus telkens door de bètawetenschap inspireren. Tegelijk maakt ze van veel minder technische bronnen gebruik: ‘Van het wonder is woord’ is een collage van fragmenten uit Paul van Ostaijens Feesten van Angst en Pijn.
Met verbazing ontrafel ik dit web van citaten, verwijzingen en feiten. Ik zou bijna vergeten wat deze tekst dankzij, of misschien wel ondanks, deze citaten óók is: een schitterende bundel, rijk van taal en met zichtbaar plezier geschreven. Ontrafel dus niet alleen, lees ook vooral. En dan nog eens en nog eens. Geluksbrenger is het waard.

(Awater poëzietijdschrift, winter 2009)


Rozalie Hirs: Geluksbrenger
Albert Hagenaars

Geluksbrenger heet deze vierdelige bundel van Rozalie Hirs (Gouda, 1965) en leesgeluk brengt hij, zeker voor wie graag teksten analyseert. Hirs, die elk onderwerp aankan, verspringt vaak van perspectief en techniek…om toch onmiskenbaar Hirs te blijven! In het openingsgedicht, dat net als de meeste andere teksten een prosodie kent die door associaties wordt opgeschud en vrij is van leestekens, vallen woorden op als: moedermoeder, vadervadermoeder, vadermoedermoeder (voor oma etc.). Achter in het boekje staan gedichten waarvan de typografisch verspringende woordgroepen nog met elkaar in verband gebracht moeten worden. Ook tussen begin en einde is het puzzelen geblazen in deze speelse maar energieke poëzie, die minstens zoveel taalspel als duiding en zin nastreeft. In dat opzicht zal Hirs muzikale opleiding (ze is componist) zeker een rol spelen. Lang niet alle lezers houden ervan hard te moeten aanpakken maar wie de ogen wil strekken zal de gewaarwording ondergaan iets bijzonders mee te maken:

Gelukkige hoedanigheid vanonder de zeespiegel verblijven
of boven de wolken een stoffige veer de vogel vinden alles (…)

(Nederlandse Bibliotheek Dienst, februari 2009)

 

digitale poëzie: Geluksbrenger online

Inleiding
In 2006 deed beeldend kunstenaar/ nieuwe media kunstenaar Harm van den Dorpel samen met Rozalie Hirs mee met de tweede aflevering van Poëzie op het Scherm, een initiatief van het Nederlands Letterenfonds (voorheen Fonds voor de Letteren).
Tijdens de officiële presentatie in De Waag, Amsterdam, op 17 mei 2006, presenteerden Hirs en Van den Dorpel een tweetal interactieve poëzieapplicaties, te weten Stamboom (klik op het icoontje onder het gedicht om de digitale app te openen) en Tekstverschijning. Toen de bundel Geluksbrenger (Amsterdam: Querido, 2008), waarvan deze twee gedichten deel uit maakten, was uitverkocht, besloot het duo om de complete bundel online aan te bieden. Harm van den Dorpel koos voor een html-omgeving, waarbinnen hij alle programmatuur voor de applicaties zelf ontwikkelde.

Op 11 februari 2011 verscheen Geluksbrenger online met gedichten, opnames, en muziek (luisterruimten, gesproken woord, en muziekstukken met tekst) door Rozalie Hirs, en interactieve poëzieapplicaties ontwikkeld door Harm van den Dorpel.
De interactieve applicaties maken de leeservaring, die zich normaliter tot de pagina en het hoofd van de lezer beperkt, tastbaar en zichtbaar. Als lezer maak je tijdens het lezen keer op keer talloze keuzes en ben je de tekst in feite aan het herscheppen terwijl je leest, meer dan je meestal beseft. Interactieve applicaties en digitale poëzie kunnen dit ingrijpen in en herscheppen van de tekst inzichtelijk maken en iets van de leeservaring en soms zelfs van de schrijfervaring van de dichter tonen.

Vanwege de grote verscheidenheid aan ontwikkelde applicaties worden er hier een aantal apart benoemd:


mobile
Voorbeeld van een mobile: Stamboom


kristalstructuur
Voorbeelden van kristalstructuren: Hadewijch, Definitie, Een wens, Zon dezelfde kamer,


rorschachvorm
Voorbeelden van rorschachvormen: Prologos, Van wegen, Kijker oog grijs, Wereld van nu, Topologie, Nachthart, UB313 2003, Leven mogelijkheden, Vorm


verschijning en verdwijning
Voorbeeld van de verschijning en verdwijning: Tekstverschijning


halo
Voorbeeld van een halo: Ziverdauw


dagelijkse vliegen
Voorbeelden van vliegen binnen Dagelijks


lijnen
Voorbeelden van lijnen in Toen leerde ik (0-38 jaar)


deconstructie
Voorbeeld van een deconstructie: Maken breken


water
Voorbeeld van een vol- en leegstromend gedicht


bronvermeldingen
Voorbeelden van bronvermeldingen in Gevonden voorwerpen en Straatnamenregister


2008/06/15

article 5 [dolphin, curved time]

002.tif

Op 15 juni 2008 wordt de muziekcompositie article 5 [dolpin, curved time] (2008) van Rozalie Hirs twee maal uitgevoerd door de sopraan Irene Maessen tijdens het Festival Wendingen in het Bijbels Museum, Amsterdam. Het stuk is gebaseerd op het gedicht ‘Tuimelaar’ uit Rozalie’s binnenkort te verschijnen dichtbundel Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, Amsterdam; 2008).

Er zijn op 15 juni 2008 twee concerten van het stuk, te weten om 13:00 en 14:00.


2008/06/14

article 5 [dolphin, curved time] – wereldpremière

002.tif

Op 14 juni 2008 gaat de muziekcompositie article 5 [dolpin, curved time] (2008) van Rozalie Hirs in première door de sopraan Irene Maessen tijdens het Festival Wendingen in het Bijbels Museum, Amsterdam. Het stuk is gebaseerd op het gedicht ‘Tuimelaar’ uit Rozalie’s binnenkort te verschijnen dichtbundel Geluksbrenger (Amsterdam: uitgeverij Querido, Amsterdam; 2008).

Er zijn op 14 juni 2008 twee concerten van het stuk, te weten om 13:00 en 14:00. Een dag later vinden er nog twee uitvoeringen plaats.


2007/09/28

Vlinders, gras

DWB (redacteur: Arnoud van Adrichem) Jaap en de bonenstaak, 2007 nr. 4

Op 28 september 2007 vindt in Perdu, Amsterdam, de presentatie plaats van Jaap en de Bonenstaak, het themagedeelte binnen het nieuwste nummer van het literaire tijdschrift Dietsche Warande en Belfort (Jaargang 152, aflevering 4, september 2007, pp.555-725). De presentatie van de avond is in handen van Arnoud van Adrichem en Elma van Haren. Astrid Lampe, Pol Hoste en Anneke Brassinga dragen teksten voor. Miguel Declercq toont een beeldverhaal. Van Samuel Vriezen en Rozalie Hirs worden muziekcomposities op basis van eigen teksten uitgevoerd door de Jackson Mac Low Band. Rozalie Hirs toont haar concept ‘betekenisritme’ aan de hand van de typografische ritmiek binnen haar gedicht ‘Vlinders gras’, wat resulteerde in de compositie Vlinders gras die vanavond klinkt. Zij schreef het gedicht op verzoek van Arnoud van Adrichem als reactie op het gedicht ‘Houd jij dit maar uit elkaar?’ van Lucas Hüsgen, dat ook in het themanummer opgenomen is.



Poëziecentrum, Johan de Boose, Logos, Carl de Strycker, hochroth Verlag, Ernestine Stoop, Godelieve Schrama, Book of mirrors, Louis Andriessen, Mark Menzies, Zaterdagmatinee, Marc Reichow, zingen, Marco Blaauw, Lyrikline, DWB, Venus, Etienne Siebens, Sounds of Music, Tijd en Sintel, Nora Fischer, Filip Rathé, Edwin Fagel, Kars Persoon, Musikfabrik, Spectra Ensemble, Boris Tellegen, Geert Jan Mulder, Klangforum Wien, Formalist Quartet, Stichting Huygens Fokker, Poëziekrant, Attacca Productions, parallel world [breathing], Michaël Snitker, James Fei, The honeycomb conjecture, Atlantis, Jeroen Dera, Alain Delmotte, Arbre généalogique, Stamboom, parallel world and sea, parallel sea [to the lighthouse], Jan Kuijper, Festival van Vlaanderen, Family Tree, Bridge of Babel, Platonic ID, article 4, Concertgebouworkest, Jorinde Keesmaat, Philip Thomas, Marieke Franssen, Piet Gerbrandy, Letterenfonds, Infinity Stairs, Holland Festival, Bert Palinckx, Bauwien van der Meer, article 1 to 3, Amsterdam Sinfonietta, Dante Boon, Meditations, Paul Craenen, Klankinstallatie, Johannes Fischer, Bas Wiegers, article 0, Klankenbos, article 8, Roseherte, Kim Andringa, Bozzini Quartet, article 6, Luisterhuis, Curvices, gestammelte werke, Daniela Seel, Cox & Grusenmeyer, Yvan Vander Sanden, article 7, gestamelde werken, Donald Gardner, Guido Tichelman, Arnold Marinissen, Muziekgebouw aan't IJ, KOOKbooks, Casper Schipper, Zenit, Geluksbrenger, Vlaams Fonds voor de Letteren, November Music, Joost Baars, Fie Schouten, Wiek Hijmans, Samuel Vriezen, Uitgeverij Vleugels, strijkkwartet, ASKO|Schönberg, verdere bijzonderheden, Fonds Podiumkunsten, Perdu, Machiel Spaan, Donemus Publishing, Uitgeverij Querido