Rozalie Hirs (1965) is dichter en componist. Haar poëzie kenmerkt zich door een vloeiende en vernieuwende stijl, spelend met klank in verschillende betekenislagen en leesmogelijkheden. In haar muziek ontwikkelt Hirs een eigen harmonische taal, geïnspireerd door de akoestische en psychoakoestische eigenschappen van klank en samenklank.
-> biografie
“De uitgekiende muziek van componist en dichter Rozalie Hirs is kleur, licht, ruimte, wind, beweging en iets ongrijpbaars. Dit heerlijke portretalbum bevat vijf solostukken (voor cello, stem, basklarinet, elektrische gitaar en fluit) en het trio ‘Infinity stairs’, uitgevoerd door topmusici. Uitgesponnen, geraffineerde en bezonken kamermuziek die van grote verbeeldingskracht getuigt.” – ★★★★☆ Joep Stapel, Klassiek, NRC, 2025
“De muzikale taal van Rozalie Hirs is zowel wiskundig als kleurrijk en spiritueel. Een tweede Rozalie Hirs (60) vind je niet in het Nederlandse muzieklandschap. Behalve componist is ze dichter en scheikundig ingenieur. […] Hirs componeert spectrale muziek, gebaseerd op natuurkundige reeksen boventonen die iedere klank bij zich draagt.” – ★★★★☆ Dennis Bajram, Klassiek, Volkskrant, 2025
“De Nederlandse dichter voor lezers met oren is Rozalie Hirs. Je kon altijd al horen aan haar werk dat ze een componist is, iemand die gewend is om te luisteren naar de wereld en naar de taal.” – Marc van Oostendorp, Neerlandistiek, 2023
“Wat dat betreft zijn de woorden van Hirs, die ook actief is als componist, hier net muziek: de akkoorden vloeien ritmisch in elkaar over, zonder zich iets aan te trekken van de grenzen van een zin.” – Jeroen Dera, De Standaard, 2023
“Rozalie Hirs lijkt in haar bundel ecologica de poëzie een nieuwe opdracht te geven: de taal teruggeven aan de met ondergang bedreigde natuur. En ons laten luisteren naar een veelvoud van stemmen en een veelvoud aan klanken, die de lezer overweldigen maar ook troost bieden.” (Juryrapport Jan Campert-prijs 2023)
“Ook in haar met de Jan Campert-prijs bekroonde bundel ecologica (2023) laat ze de natuur zingen in al haar wonderlijke én meedogenloze kracht. Hirs is dichter en componist. De twee zijn met elkaar vergroeid, het levert vloeiende poëzie op. De dichter zet de koers voor je uit, maar verder ben je vrij. Ze gebruikt kapitalen noch leestekens, de woorden lijken op drift. Je waant je onderwater.” (Jelle Van Riet, De Standaard)
“Ik ken weinig Nederlandse muziek die zo exclusief over harmonie gaat.” – Bas van Putten, De Groene, 2026
“Zuilen van klank, het tere kleed geweven om paren van dominantseptiemakkoorden met de grondtonen op een kwint afstand van elkaar. Zo ontstaan complexe harmonische spanningen die het totaalgeluid laten schiften. Daar komt een vreemd, ruimtelijk zweven van, akoestisch noorderlicht.” – Bas van Putten, De Groene, 2026
“De spectrale techniek, de ingenieuze toepassing van elektronica en de vervlechting met het traditionele instrumentarium tillen haar werk ver boven het avant-gardistische maaiveld uit. Er is niet reeds genormeerd, het is Hirs die normeert. Het resultaat is een meeslepende luisterervaring.” – Aart van der Wal, Opus Klassiek, 2025
“Zo reist muziek, zo Roseherte. Geleidelijk wordt het stuk droomlandschap, decor van de reis. De zuilen worden bergen waar de componist met hamers, harde en zachte, geluid uit zit te slaan, alsof in de verte de fundamenten voor een groot mythisch gebouw worden geheid waar de muziek de schaduw van zou kunnen zijn. Maar de klank is zelf het gebouw, voorstelling in aanbouw met een rondzwervende protagonist, genesis zonder scenario. Hirs blijft dichter. Je hoort sterrenregens, toverscènes in sprookjeswouden. Episode E (‘amoroso, espressivo’) is een Arcadisch dal met dicht geritsel en blinkende stroompjes van glockenspiel, piano en celesta en cymbalen, elektronica en zacht tremolerende strijkers. Diadeem van het fabelwezen, of een gedachte, of de eerste verliefdheid van het dier op wie of wat dan, geen mens zal het weten. Zo ongebonden kan muziek gewettigd overal zijn, ook in de ander.” – Bas van Putten, De Groene, 2026
“Hirs bewijst in deze bundel opnieuw dat ze als geen ander een poëtisch taalspel kan creëren. (…) Hirs’ vernuftige tour de force staat pal in de eenentwintigste eeuw.” – Helena Van Praet, De Reactor, 2022
“Vanuit dit moment van ontvankelijkheid start Hirs een verrassende en overrompelende verkenning van taal, tijd, ruimte, mens, natuur, waarneming, herinnering.” – Anne ter Beek, Awater, 2022
-> muziek
-> poëzie
In haar muziek ontwikkelt Hirs een eigen harmonische taal, geïnspireerd door de akoestische en psychoakoestische eigenschappen van klank en samenklank. Haar composities variëren van vocale en orkestrale werken tot elektronische muziek en geluidskunst. Vaak combineert ze traditionele instrumenten met elektronische klanken, gebaseerd op eigen berekeningen en klanksynthese.
-> wetenschap

Naast haar bundels creëert ze digitale poëzie, museale installaties en interactieve apps in samenwerking met beeldend kunstenaars en grafisch ontwerpers.






