Rozalie Hirs (1965) is dichter en componist. Haar poëzie kenmerkt zich door een vloeiende en vernieuwende stijl, spelend met klank in verschillende betekenislagen en leesmogelijkheden. In haar muziek ontwikkelt Hirs een eigen harmonische taal, geïnspireerd door de akoestische en psychoakoestische eigenschappen van klank en samenklank.
-> biografie
“Vragen naar het begin van Rozalie Hirs is mijn favoriete dichtbundel van dit jaar. Ze laat er in zien dat je ook over heel abstracte zaken – zoals de werkelijkheid, en de taal, en de relatie tussen taal en werkelijkheid, kunt dichten en wel op zo’n manier dat het mooi is. De schoonheid van de kunst wordt hier gecombineerd met die van de wiskunde, op de manier waarop Wittgenstein dat deed voor de filosofie.” — Marc van Oostendorp, Neerlandistiek, 5 juli 2026
“Er zijn weinig dichters die zo vol overgave ‘de ruimte van het volledige leven’, om maar met Lucebert te spreken, tot uitdrukking brengen als Rozalie Hirs. Waar Lucebert dit ‘op poëtische wijze’ ‘tracht’, dóet Hirs dit gewoon. Zij doet dat enerzijds net als Lucebert ‘eenvouds verlichte waters’, in die zin dat haar poëzie stroomt en het licht van eenvoud uitstraalt, net als het sprankelende zonlicht op het water, anderzijds als een gedreven wetenschapper, die complexiteit niet schuwt, maar haar voorwerp van aandacht vanuit alle kanten blijft onderzoeken, terwijl dat voorwerp voortdurend van vorm verandert.” — Dietske Geerlings, Tzum, 7 augustus 2026
“Rozalie Hirs is een dichter die alles inzet voor haar werk: haar gedachten, haar taalgevoel, haar gevoel voor ritme, haar fascinatie voor helderheid van denken, haar zorgen over en liefde voor deze wereld. Ze heeft al een stapel mooie bundels geschreven, maar met vragen naar het begin heeft ze zichzelf wat mij betreft overtroffen.” — Marc van Oostendorp, Neerlandistiek, 5 juli 2026
“Vragen naar het begin, de vraag naar onze oorsprong, is tegelijkertijd ook de vraag naar zingeving: waar komen wij vandaan en waarom zijn we er?” — Dietske Geerlings, Tzum, 7 augustus 2026
“Zo reist muziek, zo Roseherte. Geleidelijk wordt het stuk droomlandschap, decor van de reis. De zuilen worden bergen waar de componist met hamers, harde en zachte, geluid uit zit te slaan, alsof in de verte de fundamenten voor een groot mythisch gebouw worden geheid waar de muziek de schaduw van zou kunnen zijn. Maar de klank is zelf het gebouw, voorstelling in aanbouw met een rondzwervende protagonist, genesis zonder scenario. Hirs blijft dichter. Je hoort sterrenregens, toverscènes in sprookjeswouden.” – Bas van Putten, De Groene, 8 april 2026
“De spectrale techniek, de ingenieuze toepassing van elektronica en de vervlechting met het traditionele instrumentarium tillen haar werk ver boven het avant-gardistische maaiveld uit. Er is niet reeds genormeerd, het is Hirs die normeert. Het resultaat is een meeslepende luisterervaring.” – Aart van der Wal, Opus Klassiek, 27 november 2025
“Ik ken weinig Nederlandse muziek die zo exclusief over harmonie gaat.” – Bas van Putten, De Groene, 8 april 2026
“De uitgekiende muziek van componist en dichter Rozalie Hirs is kleur, licht, ruimte, wind, beweging en iets ongrijpbaars. Dit heerlijke portretalbum bevat vijf solostukken (voor cello, stem, basklarinet, elektrische gitaar en fluit) en het trio ‘Infinity stairs’, uitgevoerd door topmusici. Uitgesponnen, geraffineerde en bezonken kamermuziek die van grote verbeeldingskracht getuigt.” – ★★★★☆ Joep Stapel, Klassiek, NRC, 1 september 2025
“De muzikale taal van Rozalie Hirs is zowel wiskundig als kleurrijk en spiritueel. Een tweede Rozalie Hirs (60) vind je niet in het Nederlandse muzieklandschap. Behalve componist is ze dichter en scheikundig ingenieur. […] Hirs componeert spectrale muziek, gebaseerd op natuurkundige reeksen boventonen die iedere klank bij zich draagt.” – ★★★★☆ Dennis Bajram, Klassiek, Volkskrant, 28 augustus 2025
“Elke bundel van Rozalie Hirs is weer een nieuwe verzameling overrompelende ‘toonkunst’ in alle betekenissen van het woord.” — Dietske Geerlings, Tzum, 10 maart 2024
“De taal vloeit en zit vol klankverschuivingen. Ook durft Hirs de gangbare syntaxis los te laten. Zinnen en zinsdelen zijn dikwijls op meerdere wijzen met elkaar te verbinden, waardoor je vanzelf langzaam en zorgvuldig leest. Het is inmiddels een beproefd procedé in dit oeuvre maar hoeft begrip, als dat al relevant is, niet in de weg te staan.” — Alfred Schaffer, De Groene, 17 april 2024
“Deze muzikaliteit hangt natuurlijk samen met haar achtergrond als componist, maar ze wordt mede bepaald door haar onstuimige omgang met de taal en de manier waarop ze woorden als het ware bespeelt.” — Helena Van Praet, Poëziekant, 1 oktober 2024
“Wat dat betreft zijn de woorden van Hirs, die ook actief is als componist, hier net muziek: de akkoorden vloeien ritmisch in elkaar over, zonder zich iets aan te trekken van de grenzen van een zin.” – Jeroen Dera, De Standaard, 20 mei 2023
“Rozalie Hirs lijkt in haar bundel ecologica de poëzie een nieuwe opdracht te geven: de taal teruggeven aan de met ondergang bedreigde natuur. En ons laten luisteren naar een veelvoud van stemmen en een veelvoud aan klanken, die de lezer overweldigen maar ook troost bieden.” — Juryrapport Jan Campert-prijs 2023, 21 januari 2024
-> muziek
-> poëzie
In haar muziek ontwikkelt Hirs een eigen harmonische taal, geïnspireerd door de akoestische en psychoakoestische eigenschappen van klank en samenklank. Haar composities variëren van vocale en orkestrale werken tot elektronische muziek en geluidskunst. Vaak combineert ze traditionele instrumenten met elektronische klanken, gebaseerd op eigen berekeningen en klanksynthese.
-> wetenschap

Naast haar bundels creëert ze digitale poëzie, museale installaties en interactieve apps in samenwerking met beeldend kunstenaars en grafisch ontwerpers.







