“Vragen naar het begin van Rozalie Hirs is mijn favoriete dichtbundel van dit jaar. Ze laat er in zien dat je ook over heel abstracte zaken – zoals de werkelijkheid, en de taal, en de relatie tussen taal en werkelijkheid, kunt dichten en wel op zo’n manier dat het mooi is. De schoonheid van de kunst wordt hier gecombineerd met die van de wiskunde, op de manier waarop Wittgenstein dat deed voor de filosofie.” — Marc van Oostendorp, Neerlandistiek, juli 2026
“Er zijn weinig dichters die zo vol overgave ‘de ruimte van het volledige leven’, om maar met Lucebert te spreken, tot uitdrukking brengen als Rozalie Hirs. Waar Lucebert dit ‘op poëtische wijze’ ‘tracht’, dóet Hirs dit gewoon. Zij doet dat enerzijds net als Lucebert ‘eenvouds verlichte waters’, in die zin dat haar poëzie stroomt en het licht van eenvoud uitstraalt, net als het sprankelende zonlicht op het water, anderzijds als een gedreven wetenschapper, die complexiteit niet schuwt, maar haar voorwerp van aandacht vanuit alle kanten blijft onderzoeken, terwijl dat voorwerp voortdurend van vorm verandert.” — Dietske Geerlings, Tzum, augustus 2026
“Rozalie Hirs is een dichter die alles inzet voor haar werk: haar gedachten, haar taalgevoel, haar gevoel voor ritme, haar fascinatie voor helderheid van denken, haar zorgen over en liefde voor deze wereld. Ze heeft al een stapel mooie bundels geschreven, maar met vragen naar het begin heeft ze zichzelf wat mij betreft overtroffen.” — Marc van Oostendorp, Neerlandistiek, juli 2026
“Vragen naar het begin, de vraag naar onze oorsprong, is tegelijkertijd ook de vraag naar zingeving: waar komen wij vandaan en waarom zijn we er?” — Dietske Geerlings, Tzum, augustus 2026