inhoud

1. samenvatting
2. interview (Nederlands)
3. programmaboekje (Duits)
4. technische details
5. concerten

samenvatting

Rozalie Hirs componeerde hand in hand (2020) voor sopraan en strijkkwartet op basis van een eigen tekst. Dit opdrachtwerk van Kulturkreis für Neue Musik Heilbronn is geïnspireerd op het leven en de ideeënwereld van de dichter Hölderlin. De wereldpremière vindt plaats op zijn tweehonderdvijftigste geboortedag, een dag later gevolgd door een avondconcert in de kerk naast zijn geboortehuis in Lauffen am Neckar. De uitvoerders zijn Sonar Quartett en Maraile Lichdi (sopraan).

Bovenstaande foto toont een deel van ‘Dichterberuf’ in het handschrift van Friedrich Hölderlin, opgenomen in de Digitale Sammlungen der Württembergischen Landesbibliothek, Stuttgart, Duitsland.

interview

Alejandra Castro en Jorrit Kafoe van Deuss Music spraken met Rozalie Hirs over haar werk als componist-dichter, en over de aanstaande première van haar nieuwe werk hand in hand, voor sopraan en strijkkwartet.

Rozalie, in het Nederlandse compositielandschap neem jij een bijzondere plaats in omdat je werkzaam bent als componist én als dichter. Wat is voor jou, als componist, belangrijk in een tekst, waar moet een zingbare tekst aan voldoen?

Een goede tekst inspireert de componist vooral tot het schrijven van haar of zijn muziek. Een goede tekst is doorwrocht, kan schijnbaar eenvoudig zijn, maar heeft altijd een zeggingskracht die de componist iets laat doen wat zij of hij anders niet bedacht zou hebben. Een goede tekst voedt het creatieve proces op natuurlijke wijze.

Erg belangrijk en formatief als componist is het voor mij geweest om tijdens de compositiestudie ook zang aan het conservatorium te studeren: eerst bij Eugenie Ditewig aan het Utrechts Conservatorium, vervolgens bij Gerda van Zelm aan het Koninklijk Conservatorium. Tegelijkertijd studeerde ik dus ook al compositie bij Diderik Wagenaar aan het Koninklijk Conservatorium. Van jongs af aan heb ik zang en piano afzonderlijk als persoonlijke en heel natuurlijke muzikale uitingen ervaren. Als stromen van gevoel, een voelen dat je leeft. De combinatie van zingen en jezelf op piano begeleiden is dan natuurlijk geweldig. Ik zong graag Bach, Mozart, Schubert, maar ook Purcell, Machaut, Dowland, Emilio de’ Cavalieri, naast Joan Baez, Kate Bush, en oude volksmuziek en bekeek ook altijd de gebruikte teksten nauwgezet. Ik had ideale zangdocenten, voor wie tekstbegrip, klankvoorstelling en een natuurlijke stembenadering vanzelfsprekende onderdelen van het zingen vormden. Erg leerzaam voor mij als componist én als mens. Na die jaren werd het overigens ook duidelijk dat ik me meer componist dan zanger voelde. Dat viel samen, misschien niet geheel toevallig, met het begin van mijn studie compositie bij Louis Andriessen.

Het gaandeweg parallel ontwikkelen van zowel het eigen dichterschap als toonkunstenaarschap is achteraf gezien het grootste geschenk. Ik denk dat ik nooit deze muziekstukken had kunnen componeren zonder het deze gedichten, deze bundels niet zonder deze muziek.

Voor je nieuwste werk hand in hand (2020), voor sopraan en strijkkwartet, schreef jij zowel de tekst als de muziek. Had jij bij het schrijven van het gedicht al een muzikaal idee in je achterhoofd?

Ik heb het gedicht speciaal voor de opdracht en dit stuk geschreven. Muziek en tekst sluiten naadloos op elkaar aan, zijn tegelijkertijd ontstaan en gegroeid. Ik denk wel dat het een typisch gedicht voor mij is: stromend als muziek. De afgelopen dertig jaar – als begin houd ik 1989 aan, omdat mijn gedichten uit dat jaar voor het eerst in literaire tijdschriften en dichtbundels gepubliceerd werden – heeft mijn muzikale taalgebruik zich steeds verder ontwikkeld. Dat is overigens heel natuurlijk en vanzelfsprekend gegaan. Dat komt voort uit mijn natuur en interesse, nieuwsgierigheid tijdens het maken, de liefde voor een taal en muziek, die voortdurend aan elkaars kruisbestuiving onderhevig zijn.

Kun je beschrijven hoe je dan te werk gaat als componist?

Ik zing altijd alles, ben eerste zanger en luisteraar van het werk dat bezig is te ontstaan. Ik begin met het lezen, als ware het zingen, van de tekst. Ieder tekst heeft een eigen intrinsieke melodie en ritme. Zo begin ik met een soort van improvisatie op basis van de taal. Tekst en muziek zijn, voor mij, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tegelijk zijn ze gelijkwaardig, ondanks dat ze zulke verschillende uitingsvormen van de condition humaine zijn. Ze kunnen los van elkaar en ook samen bestaan. Omdat ik beide kan doen, zowel het dichten als het componeren, geeft dit het creatieve proces iets speciaals.

Dus voor jou schuilt in de tekst ook al muziek?

Voor mij zingt een tekst. Een goede tekst draagt een diep muzikaal gevoel in zich, naast de intrinsieke betekenissen natuurlijk, die samen precies moeten kloppen. Muziek spreekt dit gevoel ten slotte uit. Het ritme en de interne melodie van een tekst zijn een groot geschenk voor de componist. Voor mij is de zeggingskracht van een tekst onontkoombaar, ik ervaar haar diep. Maar tegelijk interpreteert iedereen een tekst op zichzelf al anders. En dat is een fascinerend iets. De componist herschept de tekst, zoals een muzikant de muziek herschept tijdens het musiceren. De componist laat zich voeden door de tekst zoals een muzikant zichzelf en de luisteraar voedt door de muziek. Ook Louis Andriessen heeft mij eens verteld dat het componeren op basis van een tekst hem houvast geeft. De lengte van de zinnen, de frasen, het ritme. Een goede tekst op zijn beurt voedt zich tijdens het ontstaan door de betekenis, de muziek, de stem, denk ik.

Je hebt eerder al twee werken voor strijkkwartet geschreven. De eerste, zenit, werd een maand terug nog in Tokyo gespeeld. Voor zenit heb je veel onderzoek gedaan naar boventoonreeksen van strijkers. In de partituur van hand in hand schrijf je heel nauwkeurig de intonatie van de strijkers voor en er staat aangegeven in de partituur dat de stemming volgens just intonation is. Wat is just intonation en hoe ben je tot deze keuze gekomen?

Just intonation is een stemmingswijze die het dichtst bij de akoestische eigenschappen van een snaar ligt. Je hoort dit goed als een strijker flageoletten speelt. Wat feitelijk niets anders is dan het spelen van boventoonreeksen. Daarbij klinken alle intervallen als veelvouden van de grondtoon, en zijn de onderlinge intervallen tussen twee tonen op te vatten als verhoudingen tussen natuurlijke (hele) getallen. Ja, het is een ‘reine stemming’, maar wel een die ver doorgevoerd en precies gedefinieerd kan zijn.

Strijkers hebben van nature de gezonde neiging om chromatisch genoteerde intervallen ‘resonanter’ te intoneren dan de notatie voorschrijft. Een goede strijker is zich hiervan bewust en speelt met die intonatie en stemming, iedere toon weer opnieuw. De vier strijkers van een strijkkwartet zullen de eigen en onderlinge stemmingsverhoudingen jarenlang als ensemble ontwikkelen. Het bepaalt mede de ‘sound’ van hun ensemble. Daarom kunnen verschillende strijkkwartetten ook zo ontzettend verschillende sounds ontwikkelen en oude werken als nieuw laten klinken. Het strijkkwartet is mede daardoor een van de mooiste bezettingen die er is.

Omdat zenit (2010) grotendeels uit flageoletten bestaat is dit stuk strikt genomen in zichzelf al gestemd volgens just intonation. Namelijk als een verzameling van boventonen op de grondtonen van de losse snaren van alle vier de strijkers. De klinkende flageoletten dragen hun reine stemming als het ware in zich, hun intonatie hoeft niet apart genoteerd te worden. In hand in hand schrijf ik de intonatie van alle tonen echter precies uit, om zo het arsenaal aan grondtonen uit te kunnen breiden naar verderaf gelegen gebieden. Dan kan Gis bijvoorbeeld ook grondtoon zijn. Het geeft mij als componist meer mogelijkheden.

De wereldpremière van hand in hand (2020) vindt plaats tijdens een concert dat in het teken staat van het 250ste geboortejaar van de Duitse romantische dichter Friedrich Hölderlin. Hoe zou jij je relatie tot Hölderlin omschrijven?

Hölderlin is een dichter die, door de eeuwen heen, andere dichters en ook componisten geïnspireerd heeft. Zo heeft Luigi Nono een prachtige selectie tekstfragmenten uit Hölderlins gedichten gemaakt. Deze staan, ter inspiratie voor de spelers, boven de notenbalken van zijn partituur van Fragmente, Stille – an Diotima (1985) geschreven. De dichtregels zijn, volgens mij, op te vatten als affecten, die Nono hebben geïnspireerd tot het schrijven van miniaturen, korte stormachtige fragmenten. Al deze affecten vormen samen als reeks het strijkkwartet.

Het verlangen van Hölderlin voor de onbereikbare Diotima (in het echte leven een vrouw van vlees en bloed, Susette Gontard geheten) heeft zijn dichtwerk tot in het diepst gevormd. En generatie op generatie na hem geïnspireerd. Mijn opdracht van Kulturkreis Heilbronn bestond erin om een stuk te schrijven voor zijn 250e geboortedag. Ik kon me bij dit stuk door zijn werk of leven laten inspireren. Uiteindelijk is dat allebei gebeurd, denk ik.

Als jonge filosoof koos Hölderlin voor de poëzie als “toegang tot de hoogste vorm van waarheid”. Zijn taal is diep doorvoeld, doorwrocht. Er gaat een grote tragiek van uit. Omdat zijn beminde eerst al onbereikbaar is, dan zijn liefde waarschijnlijk wel beantwoordt, vervolgens adieu zegt, om ten slotte veel te jong te komen overlijden. En omdat de briljante Hölderlin, jeugdvriend van de idealisten Schelling en Hegel, met een zware levenslange psychische problematiek te kampen heeft. Bij herlezing van zijn werk werd ik steeds verdrietiger, ondanks zijn aanvankelijke idealisme, hooggespannen idealen, extatische verliefdheid. Ondanks het verlangen naar eenheid en hang naar vrijheid om zich uit te drukken. Daarnaast is de toon van het werk, de tongval, zeg maar, door de relatieve gedateerdheid onbruikbaar voor mij als dichter. Ik moest het over een heel andere boeg gooien, het verlangen in een nieuw perspectief te plaatsen. Ik heb mijn eigen tekst ten slotte vloeiend en schijnbaar eenvoudig gehouden. Wie is er aan het woord? Spreekt hier Diotima of is het Hölderlin? Of spreken ze allebei, afwisselend? In hand in hand gaat het ‘lyrisch ik’ afwisselend door verlangen, wanhoop, vervoering en verbeelding heen, in een oneindige nadering naar de beminde toe. hand in hand is een ode aan de liefde, een tragische liefde, dat wel.

©2020 Rozalie Hirs, Deuss Music, Nieuwsbrief, 27 februari 2020

programmaboek

„…ins tiefste Herz…“
Friedrich Hölderlin zum 250. Geburtstag
(*20. März 1770 Lauffen a. N. † 7. Juni 1843 Tübingen)

Maraile Lichdi, Sopran
Sonar Quartett

20. März 2020, 19.30 Uhr, Kilianskirche Heilbronn
21. März 2020, 20.00 Uhr, Klosterhof Lauffen

Programm
Luigi Nono
(*1924 Venedig †1990 ebenda)
Fragmente – Stille. An Diotima (1980)
für Streichquartett

Interview mit Rozalie Hirs

Rozalie Hirs
(*1965 Gouda)
hand in hand (2020)
für Sopran und Streichquartett

Leoš Janáček
(*1854 Hukvaldy †1928 Mährisch Ostrau)
Intime Briefe (1928)
für Streichquartett

Maraile Lichdi singt als eine von wenigen Sopranistinnen weltweit Reimanns Solowerk „Lady Lazarus“. Mit diesem Stück gewann sie 1998 das Vorsingen für ihr Operndebüt am Staatstheater Stuttgart als Solistin in „Al gran sole carico d’amore“ von Luigi Nono unter Lothar Zagrosek und Martin Kuszej. Von 2000 bis 2009 war Maraile Lichdi als festes Ensemblemitglied am Theater der Stadt Heidelberg engagiert. Gastvertäge führten sie an die Opern Frankfurt, Hannover, Oldenburg und Duisburg. Sie arbeitet unter anderem mit Dirigenten wie Boris Böhmann, Joana Mallwitz, Mario Gebert, Paolo Carignani, Kwamé Ryan, Roland Kluttig, Nicol Matt, David Coleman und Cornelius Meister zusammen.
Zu Maraile Lichdis Repertoire gehören knapp 40 Opernpartien und über 40 Konzert- und Oratorienwerke, unter anderem die Elettra in Mozarts „Idomeneo“, die Donna Anna in „Don Giovanni“, die Gräfin in „Die Hochzeit des Figaro“ sowie im Konzertbereich Mozarts „Exsultate Jubilate“ und c-moll-Messe, Bachs „Jauchzet Gott in allen Landen“, das „Weihnachtsoratorium“ und alle Passionen und Pergolesis „Stabat Mater“. Maraile Lichdi hat sich als Expertin im Bereich moderner Vokalmusik einen Namen gemacht. Unter anderem sang sie Uraufführungen von Wilfried Hiller („Der klingende David“ und „Gedankensplitter“), Jörg Widmann („Das Echo“), Wilfried Maria Danner („Das Märchen nach ewig und drei Tagen“) und Alexander Muno („Vom Meer“). Auf CD sind folgende Aufnahmen erschienen: Luigi Nono „Al gran sole carico d’amore“ (Teldec 2001), W.A. Mozart „Concert Arias“ (Brilliant Classics 2006). Maraile Lichdi gibt regelmäßig Meisterkurse in Karlsruhe, Schwaigern und im Chiemgau.

Seit seiner Gründung 2006 tastet das Sonar Quartett mit Wojciech Garbowski und Susanne Zapf, Volinen, Nikolaus Schlierf, Viola, und Cosima Gerhardt, Violoncello, immer wieder die Ränder der klassischen Musik ab, es erschafft Utopien und improvisiert Klangabdrücke, deren Nachhall schon den Weg zum nächsten notierten Werk nährt. Künstlerisch inspiriert und aufgehoben fühlen sich Wojciech Garbowski und Susanne Zapf (Violine), Nikolaus Schlierf (Viola) und Cosima Gerhardt (Violoncello) in ihrer Viersamkeit, weil sie einander ständig aufs Neue anstacheln und fordern und verschiedenste Ideen in einem Schmelztiegel heiß verkochen, was in ein lebendiges, pulsierendes Konzerterlebnis auf höchstem Niveau mündet. Die vier in Berlin lebenden Musiker verstehen sich als komponierendes Streichquartett, das weit über vermeintliche Genregrenzen hinausgreift, indem es sich elektronischer Verstärkung und Verfremdung, aber auch der eigenen Körper bedient, etwa in Projekten mit dem Beatboxer „Mando“ oder der Komponistin Alwynne Pritchard. In eigenen Konzertreihen wie „Utopie Streichquartett“ und „Ränder“ haben die vier dabei ihre ideale Musik gefunden – fragil, aber unglaublich intensiv. Konsequent haben sie in der Konzertsaison 2019 eine CD mit selbst improvisiert-komponierten Werken herausgebracht. Beim Huddersfield Contemporary Music Festival 2019 kam jüngst ein neues Werk von Naomi Pinnock zu den mehr als 100 Uraufführungen hinzu, die das Sonar Quartett bereits gespielt hat.

Die Komponistin und Dichterin Rozalie Hirs ist 1965 in Gouda geboren und in Deutschland in der Nähe von Köln aufgewachsen. Ihre Kompositionen (Vokal- und Instrumentalmusik, akusmatische Musik) werden von Amsterdam Sinfonietta, ASKO|Schönberg, Royal Concertgebouw Orchestra, the Bozzini Quartet, the Formalist Quartet, Klangforum Wien, WDR Musikfabrik, Musik der Jahrhunderte Stuttgart, the Netherlands Radio Philharmonic Orchestra und Slagwerk Den Haag aufgeführt. Die Werke erscheinen bei Deuss Music, Den Haag, und werden von Attacca Productions (CD) veröffentlicht. Hirs‘ lyrische Arbeiten umfassen neben gedruckten Sammlungen auch digitale (Apps) und interaktive Werke in Zusammenarbeit mit bildenden Künstlern und Grafikern. Sie sind bei Singeluitgeverijen|Querido Amsterdam sowie kookbooks Berlin verlegt.
Hirs schloss ihre Studien an der Columbia University mit dem Doctor of Musical Arts (2007), am Royal Conservatoire Den Haag mit dem Master of Music (1998) und an der Twente University mit dem Master of Science im Fach Chemical Engineering (1990) ab.
Mitte der 1980er Jahre experimentierte Hirs, zunächst als Singer-Songwriter, erstmals mit der gegenseitigen Beeinflussung von Wort und Ton und entwickelte daraus innerhalb von zwei Dekaden ihren spezifischen Personalstil, der textbezogene Kompositionen aus den musikalischen Parametern der Sprache entwickelt, und hybride Formen des Musiktheaters zeitigt. Ihre lyrische Sprache gibt durch überraschende Assoziationen schlaglichtartig flüchtige Sinnebenen frei und lotet in ihrer brüchigen, zur Auflösung tendierenden Syntax die Grenzen der Textkohärenz aus.

technische details

opdrachtwerk
hand in hand (2020) is gecomponeerd en geschreven door Rozalie Hirs in opdracht van Kulturkreis für neue Musik Heilbronn e.V.

instrumentatie
sopraan
viool 1
viool 1
altviool
cello

duur
17′ ca.

uitgever
Deuss Music

technische benodigheden
geen (indien geluidsversterking van de sopraan en strijkers gewenst is: mikrofoons, bekabeling, versterker, mengpanel, luidsprekers)

dank
met bijzondere dank aan Nanna Koch van Förderkreis für Neue Musik Heilbronn e.V.

concerten

31 oktober 2020, 20:00 uur, …ins tiefste herz…, Klosterhof, Lauffen am Neckar, Baden-Württemberg, Duitsland – Sonar Quartett, Maraile Lichdi (sopraan) – wereldpremière

21 maart 2020, 20:00 uur, …ins tiefste herz…, Klosterhof, Lauffen am Neckar, Baden-Württemberg, Duitsland – Sonar Quartett, Maraile Lichdi (sopraan) **UITGESTELD I.V.M. CORONA PANDEMIE**

20 maart 2020, 19:30 uur, …ins tiefste herz…, Kilianskirche, Kaiserstraße, Heilbronn, Baden-Württemberg, Duitsland – Sonar Quartett, Maraile Lichdi (sopraan) **UITGESTELD I.V.M. CORONA PANDEMIE**