15 oktober 2025. Vandaag verscheen een gave recensie door Aart van der Wal over de recente CD Infinity stairs (2025) van Rozalie Hirs. Het essay is te vinden op het online magazine Opus Klassiek. Van der Wal schrijft, onder meer:
“Het is niet alleen buitengewoon knap, maar ook uniek wat Rozalie Hirs in haar vocale, instrumentale en elektro-akoestische muziek creëert. Door de toepassing van spectrale en psychoakoestische fenomenen met behulp van computersoftware, frequentieanalyse, som- en verschiltonen, microtonaliteit en elektronische (en daarmee akoestische) resonantie, brengt ze de toehoorder in contact met een volstrekt nieuwe klankwereld. Een wereld waarin, naast een inspirerende ideeënrijkdom, de technologie een dominante rol speelt. Maar er is meer: de avant-gardistische vervlechting van ‘gewone’ muziekinstrumenten met elektronica.”
“Wat vraagt haar muziek van de toehoorder? Dat valt niet eenvoudig in woorden te vatten, al hoort er beslist een flinke dosis onbevangenheid bij. Er zijn geen klassieke, traditionele of conventionele patronen die haar muzikale creaties schragen. Het is in de meest letterlijke zin een ‘nieuw geluid’ — en dus ook een nieuw luisteren. De recensent (en hij ongetwijfeld niet alleen) ziet zich daardoor voor de onmogelijke opgave geplaatst om die muziek naar behoren te beschrijven. Luisteren en het klankspectrum onvooringenomen ondergaan is het enige antwoord. Wat daarbij helpt, is dat de klankontwikkeling in Hirs’ stukken veelal traag en vloeiend verloopt, bijna dromerig of zelfs meditatief. Het is alsof de spectralisten een auditief vergrootglas op de klank leggen en ons laten luisteren in het binnenste van de klank die zich traag ontspint.”
“Omdat Hirs’ muziek voortkomt uit haar uiterst verfijnde auditieve en unieke verbeelding — denkend in frequenties, microtonen en spectrale structuren, klank als materie — betreedt zij een terrein dat voor de meeste luisteraars vreemd is. De auditieve ervaring is niet analytisch, maar die van een veld van geluid: een atmosfeer van klank die zich ontvouwt. Er is geen duidelijke melodie of ritme, maar wel een intrigerende interactie tussen elektronische en akoestische resonanties. Hirs kan en zal niet van het publiek verwachten dat het alles begrijpt; zij kan slechts hopen dat het zich voor haar muziek openstelt. Dat komt neer op — ik memoreerde het al — een geheel andere manier van luisteren. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de toelichting in het cd-boekje en op haar website.”
“De inzet van niet alleen software en elektronica — die zich relatief gemakkelijk aan allerlei processen laten onderwerpen en bovendien niet aan menselijke beperkingen gebonden zijn — vereist samenwerking met zorgvuldig geselecteerde instrumentalisten. Zij moeten, anders dan in traditionele muziekvormen, kunnen omgaan met microtonale structuren en acteren in samenhang met de elektronica. Dat vraagt veel, zowel van de uitvoerende musici als van het instrumentarium. Maar ook van de componist, die daarmee een veel gecompliceerder traject ingaat dan het louter bedenken van en werken met elektronische fenomenen.”
“De vijf musici op dit album — allen acterend op topniveau — creëren ieder solo (in het laatste werk Infinity Stairs zijn het er drie gezamenlijk) een fascinerend klankbeeld van absolute ritmische precisie en een volmaakt gevoel voor timing, in uiterst gevarieerde speeltechnieken, naast het vermogen om de meest complexe boventoonstructuren te horen én perfect te intoneren. Men bedenke daarbij dat bij microtonaliteit de toonafstanden kleiner zijn dan een halve toon (bijvoorbeeld 1/6 of 1/12 toon).”
Lees het volledige essay op Opus Klassiek, 14 oktober 2025.