8 april 2026. Vandaag verscheen de recensie ‘Luisterlezen’ door Bas van Putten in De Groene (weekblad & online) over het recente album Rosehart (2026) van Rozalie Hirs. De foto (online) is van Roger Cremers. Van Putten schrijft, onder meer:
“Je hoort sterrenregens, toverscènes in sprookjeswouden. Episode E is een arcadisch dal met dicht geritsel en blinkende stroompjes van glockenspiel, piano en celesta en cymbalen, elektronica en zacht tremolerende strijkers.
Rozalie Hirs (1965) is componist en dichter, in tweevoud alles wat de tijd negeert. Dat moet veranderen. Roseherte (2008) voor orkest en elektronica is een geweldig stuk. Hirs noemt het, in de traditie van Liszt bijna, een orkestgedicht. Het duurt een kwartier en er is een verhaal. Roseherte, de titel zelfgeschapen middel-Nederlands, is een mythisch wezen met de verstopte naam van Hirs, Rose voor Rozalie en Hert als Nederlands voor het Duitse Hirsch. Het wezen wordt gewekt en gaat op reis, ‘bij regen en zonlicht, onder regenbogen en zeppelins, zingend van wolken en tijd, begeleid door het gezoem van hoogspanningskabels’. Mooi zo. Het klinkende wordt beeld, ‘de klank het narratief’. Zo kan op de rug van Roseherte, als het fabeldier de luisteraar niet afwerpt, iedereen luisterlezen naar believen.
Je zou pilarenkunst in Roseherte kunnen horen. Zuilen van klank, het tere kleed geweven om paren van dominantseptiemakkoorden met de grondtonen op een kwint afstand van elkaar. Zo ontstaan complexe harmonische spanningen die het totaalgeluid laten schiften. Daar komt een vreemd, ruimtelijk zweven van, akoestisch noorderlicht. De mate van zindering in de dwalende klankmassa varieert van ‘pure radiant tone’ via ‘slight vibrato’ naar ‘vibrato estremo’ en weer vice versa naar een ‘non vibrato, very pure’. Zo beweegt zich alles microtonig microkosmisch trapsgewijs van ver naar verder en weer heel nabij, de blazerstonen traploos verwaaiend van concreet geluid naar een niet toonhoogtegebonden ademklank of ‘breath sound’.
Zo reist muziek, zo Roseherte. Geleidelijk wordt het stuk droomlandschap, decor van de reis. De zuilen worden bergen waar de componist met hamers, harde en zachte, geluid uit zit te slaan, alsof in de verte de fundamenten voor een groot mythisch gebouw worden geheid waar de muziek de schaduw van zou kunnen zijn. Maar de klank is zelf het gebouw, voorstelling in aanbouw met een rondzwervende protagonist, genesis zonder scenario. Hirs blijft dichter. Je hoort sterrenregens, toverscènes in sprookjeswouden. Episode E (‘amoroso, espressivo’) is een Arcadisch dal met dicht geritsel en blinkende stroompjes van glockenspiel, piano en celesta en cymbalen, elektronica en zacht tremolerende strijkers. Diadeem van het fabelwezen, of een gedachte, of de eerste verliefdheid van het dier op wie of wat dan, geen mens zal het weten. Zo ongebonden kan muziek gewettigd overal zijn, ook in de ander.
Bij partituurcijfer H en niet alleen hier wordt Roseherte stokkend Messiaen. Betoverend, midden in een droomepisode bij partituurcijfer L de als een zoete storm opstekende harpen, puur Debussy, zo recht door zee hartstochtelijk dat het pijn doet. Het slot met maximaal gediviseerde strijkers in drievoudig piano is betoverend. Mededichter Micha Hamel dirigeert het Radio Filharmonisch Orkest uitstekend. Fascinerend. Ik ken weinig Nederlandse muziek die zo exclusief over harmonie gaat. Er staat meer op deze cd. Arbre généalogique, een klankgedicht, respectievelijk het blinkend welluidende Avatar en Bron, voor het gehoor deel twee en drie van de reis. Verzin daar zelf het verhaal maar bij. Het loont.”
©2026 Bas van Putten
Verscheen in de Groene Amsterdammer onder de titel ‘Klassiek|Rozalie Hirs: Luisterlezen”. Bas van Putten (foto: Roger Cremers). Kunst & Cultuur: Klassiek. De Groene Amsterdammer (magazine), 8 april. Lees de gehele recensie online in De Groene.