23 januari 2018. Het nederlandse literaire tijdschrift Awater is zojuist verschenen. Met daarin een recensie ‘zes bestemmingen’ door Edwin Fagel over verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs. Over, onder meer, de opsomming als stijlfiguur, ‘de ruimte’ of ‘het lichaam in de ruimte’ als centrale thematieken, en het afwezige in het aanwezige:

“Wanneer je verdere bijzonderheden, de zesde bundel van Rozalie Hirs, openslaat, begint direct een duidelijke stem te klinken. Een bescheiden, maar heldere stem, die de muzikaliteit (en de semantiek) van de taal optimaal uitbuit. Bijvoorbeeld door in de reeks bewegingslijnen de opsomming als een stijlfiguur in te zetten. Het levert een wonderlijk soort precisie op. Het openingsgedicht is feitelijk een uitleg van hoe de reeks werkzaam is en laat ook zien waarom dat zo is […]. Wie het consistente oeuvre van Hirs volgt, weet dat ruimte een fascinatie van de dichter is, preciezer: de aanwezigheid van het lichaam in die ruimte. Het eerste dat bij verdere bijzonderheden opvalt, ten opzichte van de eerdere bundels, is de vormvastheid. Het maakt de gedichten op een bepaalde manier concreter, intenser. Lichamelijker. In een gedicht als ‘van roos tot enig glaswerk’ vindt een kenmerkende beweging plaats: de humor van de regels is verrassend omdat het gedicht er zo ernstig uitziet, en de toon zo verheven is […]. De ernst, vervolgens, die achter die humor schuilgaat, verrast evenzeer: de vraag naar het ‘wie’ wordt steeds dringender gesteld, waardoor de nauwgezette beschrijving van het aanwezige een afwezigheid benadrukt. Maar dit is slechts één van de bewegingen, één van de bestemmingen op de kaart. De bescheidenheid van de titel (die immers suggereert dat het belangrijkste al voorbij is) is bedrieglijk. De gedichten zijn met recht bijzonderheden.”

Edwin Fagel, Awater, Winter 2018